Als gevolg van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dienen in de begroting, naast de diverse programma’s, in afzonderlijke paragrafen de beleidslijnen vastgelegd te worden met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten. Doel van de paragrafen is dat onderwerpen die versnipperd in de begroting staan worden gebundeld in een kort overzicht, waardoor uw raad voldoende inzicht ten aanzien van het betreffende onderwerp kan krijgen. De paragrafen geven een dwarsdoorsnede van de begroting. Met de paragrafen is een groot financieel belang gediend. Ze geven daardoor extra informatie voor de beoordeling van de financiële positie op de korte en langere termijn.

In titel 2.3 van het BBV wordt per verplichte paragraaf aangegeven welke informatie de betreffende paragraaf minimaal dient te bevatten. In de financiële verordening (ex art. 212 gemeentewet) is dit nog weer nader uitgewerkt. Naast de verplichte acht paragrafen kennen we één niet verplichte paragraaf; de paragraaf Taakstellingen waarin wordt gerapporteerd over de te realiseren gemeentelijke ombuigingen.
 
De wijze waarop invulling wordt gegeven aan de paragrafen kan verschillen. Indien er voor een onderwerp een actuele notitie bestaat kan in de betreffende paragraaf worden volstaan met een korte berichtgeving van de stand van zaken. Indien deze actuele notitie ontbreekt wordt een uitvoerigere paragraaf gemaakt; de paragraaf vervult dan nadrukkelijker een rol in de kaderstelling. Het streven is erop gericht voor elke paragraaf over een beleidsnotitie te beschikken, welke vervolgens met een bepaalde frequentie geactualiseerd gaat worden. In de jaarlijkse paragrafen van de programmabegroting kan dan volstaan worden met een verwijzing naar de laatst vastgestelde beleidsnotitie en behoeft slechts ingegaan te worden op de actuele stand van zaken, en de verwachtingen voor de korte termijn, gebaseerd op de vastgestelde beleidslijn.

Voor de goede orde merken wij op dat op basis van de financiële verordening (ex artikel 212 van de Gemeentewet) financiële kengetallen zijn opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicomanagement.

De paragrafenstructuur voor gemeente Oldenzaal is als volgt ingedeeld:

Verplichte paragrafen (conform BBV):

1. Paragraaf Bedrijfsvoering

2. Paragraaf Wet Open Overheid (Woo)

3. Paragraaf Lokale Heffingen

4. Paragraaf Financiering

5. Paragraaf Verbonden partijen

6. Paragraaf Grondbeleid

7. Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

8. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

 

Niet-verplichte paragrafen:

9. Paragraaf Taakstellingen

 

Deze paragrafen zullen hierna worden toegelicht.

3.1 Paragraaf Bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - - 3.1 Paragraaf Bedrijfsvoering

De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens rond de gemeentelijke bedrijfsvoering. Met bedrijfsvoering worden de bedrijfsprocessen bedoeld die nodig zijn om de beleidsdoelstellingen uit de programma's te realiseren. De bedrijfsvoering is daarbij randvoorwaardelijk.

Maatschappelijke ontwikkelingen en (ingrijpende) veranderingen in wet- en regelgeving zijn van grote invloed op ons werk; op wat we doen, hoe we dit doen en met wie we dit doen. Complexe vraagstukken en samenwerkingsvormen (zowel lokaal als regionaal) vergen andere sturing en flexibele inzet van mensen en middelen. Daarnaast vragen onze eigen ambities en het streven naar optimale dienstverlening aan de stad om een duidelijke focus op onze doelen en taakuitvoering. Wij zetten in op samenwerking, vernieuwing en transparantie. Samen met de samenleving werken wij aan een leefbare stad.

We zijn continu bezig onze werkwijzen te verbeteren en efficiënter in te richten. Dit kunnen kleine aanpassingen zijn in processen, maar ook complete herinrichtingen van processen . We streven ernaar om onze organisatie voortdurend zo optimaal mogelijk te laten functioneren. 

In 2025 hebben we verder gewerkt aan een sterke, wendbare en transparante gemeentelijke organisatie. Maatschappelijke ontwikkelingen, regionale samenwerking en veranderende wet- en regelgeving bleven grote invloed hebben op onze manier van werken. Om onze stad goed te kunnen blijven bedienen, hebben we ons dit jaar opnieuw gericht op het versterken van onze bedrijfsvoering. Dat betekende: aandacht voor mensen, processen, informatievoorziening en digitale dienstverlening.

Ons uitgangspunt was en is dat bedrijfsvoering randvoorwaardelijk is voor het realiseren van beleidsdoelen. Daarom hebben we in 2025 volop geïnvesteerd in het verbeteren van onze werkwijzen, het efficiënter inrichten van processen en het toekomstbestendig maken van onze organisatie. Hierbij zochten we de samenwerking met partners en inwoners en werkten we aan transparantie en openheid in ons handelen.

In 2025 richtten we ons op drie hoofdthema’s:

  1. Doorontwikkeling van organisatie en personeel
  2. Digitalisering, wettelijke ontwikkelingen en rechtmatigheid
  3. Openbaarheid van informatie (Wet open overheid)

Binnen deze thema’s hebben we de volgende stappen gezet:

  • Gerichte acties voor het vinden, behouden en ontwikkelen van medewerkers.
    We investeerden in werving, duurzame inzetbaarheid en opleiding, en versterkten onze strategische personeelsplanning.
  • Implementatie van HR21.
    Het functiewaarderingssysteem HR21 is ingevoerd, inclusief de benodigde organisatorische en HR-processen.
  • Uitvoering van de organisatieontwikkelagenda.
    We werkten verder aan teamontwikkeling, leiderschap en het versterken van onze interne samenwerking.
  • Adoptie en implementatie van Microsoft 365.
    M365 is organisatiebreed ingevoerd en medewerkers zijn begeleid in het gebruik, met aandacht voor samenwerken, veilig werken en digitale vaardigheden.
  • Verbeteren van de digitale toegankelijkheid van apps en websites.
    We namen maatregelen om te voldoen aan geldende toegankelijkheidsnormen, waaronder het oplossen van bevindingen uit toegankelijkheidsonderzoeken.
  • Doorontwikkeling van rollen, taken en verantwoordelijkheden rond informatiebeheer.
    Informatiebeheer is versterkt en de governance is verder aangescherpt.
  • Opzetten van een kwaliteitssysteem voor informatiebeheer.
    De basis voor een structureel kwaliteitsproces is gelegd, inclusief toetsing en monitoring.
  • Voorbereiding op de nieuwe Archiefwet.
    We troffen maatregelen voor de aanpassingen die de nieuwe wet met zich meebrengt.
  • Evaluatie en verbetering van informatieveiligheid.
    De PDCA-cyclus informatieveiligheid is doorlopen, inclusief actualisatie van beleid en uitvoering van maatregelen.
  • Onderzoek naar de mogelijkheden voor een verplichtingenadministratie.
    Er is een verkenning uitgevoerd naar de impact, haalbaarheid en benodigde stappen voor invoering.
  • Uitwerking van een openbaarheidsparagraaf voor Woo-verzoeken.
    Deze paragraaf is in gebruik genomen als leidraad voor een transparanter en consistenter proces.

3.1.1 Personeel en Organisatie

Terug naar navigatie - - 3.1.1 Personeel en Organisatie

In 2025 heeft er een capaciteitsuitbreiding plaatsgevonden en is er een kwaliteitsslag gemaakt binnen HR. De beoogde beweging van generalistisch naar specialistisch heeft plaatsgevonden. Dit heeft geresulteerd in meer inhoudelijke gerichtheid en daardoor meer kwaliteit op de HR-dienstverlening. De specialismen zijn naast HR-advisering, arbo-coördinatie en P&O administratie uitgebreid naar organisatieontwikkeling, recruitment, beleid & projecten en leren & ontwikkelen.

Er waren een aantal factoren van invloed op ons HR-beleid, namelijk:
•    de veranderende maatschappij en eisen die worden gesteld aan gemeenten en ambtenaren;
•    de toenemende complexiteit en hoeveelheid opgaven;
•    de veranderende arbeidsmarkt (krapte, vergrijzing, visie op arbeid door de jongere generatie en digitalisering).

We hebben in 2025 diverse HR-instrumenten en activiteiten ingezet om te werken aan deze thema's, waaronder: 

Toekomstbestendig functiegebouw en eerlijke, transparante beloning
Het functiewaarderingssysteem HR21 is volledig ingevoerd. Dit vormt de basis voor een eerlijk en transparant beloningsbeleid en biedt medewerkers duidelijkheid over functies en salarisschalen.

Weerbare overheid en veilige dienstverlening
De VOG-procedures zijn op orde gebracht en geoptimaliseerd. Het integriteitsbeleid en de gedragscode zijn geactualiseerd en opnieuw vastgesteld, inclusief een actualisering van de regeling ongewenst gedrag en de klokkenluidersregeling. Medewerkers zijn getraind in het omgaan met agressie, geweld en onbegrepen gedrag. Het inhuurbeleid is aangepast om te voldoen aan de Wet DBA.

Instroom personeel
In totaal zijn in 2025 61 vacatures vacant gesteld, waarvan 50 succesvol zijn ingevuld. en 11 nog openstaand. Daarbij hebben wij opgemerkt dat een aantal vacatures meerdere malen is uitgezet vanwege beperkte respons of het ontbreken van geschikte kandidaten. Voor een aantal, met name specialistische functies, hebben wij daarom recruitmentbureaus moeten inschakelen om de juiste expertise aan te trekken. Wij hebben geconstateerd dat specialistische functies aanzienlijk meer tijd, inspanning en middelen vragen om in te vullen. Dit geldt met name voor functies binnen het ruimtelijk domein, financiële functies en ICT-functies. Deze ontwikkeling bevestigde de structurele krapte in specifieke segmenten van de arbeidsmarkt en onderstreept de noodzaak van gerichte arbeidsmarktbenadering en strategische personeelsplanning.

Aantrekkelijk arbeidsvoorwaardenpakket
In 2025 zijn we met de vakbonden tot een akkoord gekomen met betrekking tot een gunstige reiskostenvergoeding woonwerk-verkeer. Hierdoor worden we op de arbeidsmarkt en bij onze bestaande medewerkers een aantrekkelijkere werkgever. Deze regeling gaat in 2026 in, evenals andere in 2025 gemaakte afspraken in de cao.

Uitbreiding strategische capaciteit
We hebben startende projectleiders,  een datateam en strategische functies toegevoegd voor versterking van de organisatiecapaciteit.

Verzuim en arbodienstverlening
De aanbesteding voor een nieuwe arbodienstverlener is succesvol afgerond. Tevens zijn afspraken aangescherpt met betrekking tot kwaliteitsverbetering van arbodienstverlening. Deze maatregelen dragen bij aan gezonde en veerkrachtige medewerkers.  

Aandacht voor medewerkers en (team)ontwikkeling
De teamgroottes zijn verkleind om teamleiders tijd en ruimte te geven voor meer individuele aandacht en goede gesprekken met medewerkers. In 2025 is besloten het opleidingsbudget te verdubbelen ten behoeve van organisatie- en leiderschapsontwikkeling en voor de ontwikkeling van teams. Hiermee versterken we vakmanschap en moedigen we professionele ontwikkeling van medewerkers aan.

3.1.2 ICT en Datagedreven werken

Terug naar navigatie - - 3.1.2 ICT en Datagedreven werken

Inspelen op digitale ontwikkelingen 
Inwoners en ondernemers zien veel nieuwe ontwikkelingen op het gebied van informatie(technologie) en verwachten van ons dat wij hierop inspelen. Wij volgen de ontwikkelingen en passen ze toe als dit in het belang is van de ambitie van onze gemeente. De strategie die wij hierin hanteren is die van “slimme volger”. Als basis hiervoor is flexibele automatisering nodig. Dat deden wij samen met regionale partners binnen IT Platform Twente, onze ICT-partner gemeente Hengelo, de coöperatieve vereniging Dimpact en landelijke initiatieven zoals VNG Realisatie.

Ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie, de Cloudtransitie en Common Ground werden actief gevolgd en toegepast.

Met de samenwerkende partijen zijn de volgende projecten gerealiseerd:

  • In 2025 is ‘PodiumD Formulier’ geïmplementeerd. Dit product ontwikkelen wij in Dimpact-verband samen met andere gemeenten. Met PodiumD Formulier kunnen wij zelfstandig gebruiksvriendelijke e-formulieren ontwikkelen en beheren voor onze digitale dienstverlening.
  • In samenwerking met IT Hengelo zijn verdere stappen gezet in de implementatie van Optimaal Digitaal Samenwerken. In 2025 zijn de voorbereidingen getroffen voor de vervanging van de telefoniecentrale, de migratie van netwerkschijven naar MS Teams en de vernieuwing van het intranet.
  • Samen met het IT-platform Twente is gewerkt aan de doorontwikkeling van de glasvezelring (RDNG: Regioring Datanetwerk Nederlandse Gemeenten). Deze upgrade zorgt voor een toekomstbestendige en veilige vorm van connectiviteit en vormt de basis voor de internetverbinding, de aansluiting op het Diginetwerk en de onderlinge, beveiligde verbinding tussen gemeentelijke locaties.

De volgende projecten op het gebied van ICT en data hebben wij in eigen beheer uitgevoerd:

  • Bij de publieksbalie is een nieuw betalingssysteem in gebruik genomen, waarmee inwoners op een veilige en betrouwbare wijze hun betalingen kunnen voldoen.
  • In het vergadercentrum zijn de audiovisuele voorzieningen vernieuwd en opnieuw ingericht. Hiermee is hybride vergaderen gefaciliteerd, waardoor deelnemers zowel fysiek als op afstand kunnen deelnemen aan vergaderingen.
  • De website sociaalpleinoldenzaal.nl is vernieuwd en uitgebreid met een sociale kaart, waarop Oldenzaalse organisaties in zorg en welzijn overzichtelijk en eenvoudig vindbaar zijn.
  • Voor het versterken van de digitale vaardigheden van medewerkers en het bevorderen van digitaal werken binnen de organisatie hebben wij een IT-skills week georganiseerd met diverse workshops en cursussen..
  • De datastrategie is vastgesteld en het team Informatisering is versterkt met medewerkers op het gebied van Data & AI.
  • Er is een stevig fundament gelegd voor een datawarehouse en een lokale AI-toepassing. Hiervoor is een technisch plan opgesteld.
  • Er zijn diverse projecten opgestart om data te ontsluiten, waardoor gegevens over personeel, financiën, inkoop en participatie beschikbaar zijn gekomen voor analyse en sturing.
  • Er zijn verschillende dataproducten opgeleverd, gericht op onder meer:
    • inzicht in jeugdproblematiek voor team Veiligheid;
    • management- en stuurinformatie voor Werk en Inkomen;
    • het structureren en analyseren van inkoopdata;
    • inzicht in doorlooptijden voor het klanttevredenheidsonderzoek;

Adoptie en implementatie Microsoft Microsoft 365
In 2024 zijn we gestart met de implementatie van Microsoft 365 Voor medewerkers betekent dit een fundamenteel andere manier van werken. Het gehele traject hebben wij opgesplitst in 4 projecten:

  1. Implementatie Office online; vervanging van de huidige office-pakketten (project afgerond)
  2. Implementatie Telefonie: vervanging van de huidige telefooncentrale
  3. Implementatie Samenwerkomgeving: inrichtingen van de nieuwe samenwerkomgeving
  4. Implementatie Intranet; vervanging van het huidige intranet

In 2025 was de overstap gepland voor de eindgebruiker. Vanuit de gedachte zorgvuldigheid en kwaliteit voor snelheid hebben wij vertraging toegestaan.

3.1.3 Informatisering

Terug naar navigatie - - 3.1.3 Informatisering

Nieuwe informatiewetten 
In 2025 is verdere invulling gegeven aan de implementatie van de Wet Digitale Overheid (Wdo), de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) en het Besluit digitale toegankelijkheid. De nadruk lag op het versterken van de digitale dienstverlening en het structureel verbeteren van de digitale toegankelijkheid. In dit kader zijn acht gemeentelijke websites en applicaties, waaronder oldenzaal.nl, de genealogiewebsite en het raadsinformatiesysteem (Notubiz), door een onafhankelijke partij getoetst aan de digitale toegankelijkheidsrichtlijnen (WCAG). De toegankelijkheidsverklaringen zijn naar aanleiding van deze audits geactualiseerd en gepubliceerd op www.toegankelijkheidsverklaring.nl, waarmee invulling is gegeven aan de wettelijke verplichtingen op dit gebied.

Voor de uitvoering van de Wmebv is het dienstverleningsplatform PodiumD ingezet voor het aanbieden van e-formulieren. Daarnaast zijn binnen het zaaksysteem eSuite optimalisaties gerealiseerd, zoals het versturen van notificaties en het terugtonen van gegevens bij digitale aanvragen. Hiermee is de digitale klantreis verder verbeterd en gebruiksvriendelijker ingericht. In het kader van de Wdo is gewerkt aan het borgen van veilige en betrouwbare digitale toegang via erkende inlogmiddelen en landelijke voorzieningen, waaronder DigiD, eHerkenning en eIDAS.

Verder zijn in 2025 voorbereidingen getroffen om het digitaal zaken doen verder uit te breiden, onder meer door het digitaal beschikbaar stellen van jaaropgaven en uitkeringsspecificaties en het digitaal kunnen doorgeven van wijzigingen bij uitkeringen. De implementatie hiervan wordt nog afgerond. De uitvoering heeft plaatsgevonden in samenwerking met andere gemeenten en ICT-leveranciers. Hiermee zijn in 2025 concrete stappen gezet richting een toegankelijke, veilige en toekomstbestendige digitale dienstverlening.

Archivering
In 2025 is verder gewerkt aan het handboek kwaliteitssysteem; dit is in concept gereed. Het handboek vormt het kader voor het informatiebeheer binnen de gemeente Oldenzaal. Het kwaliteitssysteem is niet alleen op het zaaksysteem van toepassing, maar dient als blauwdruk voor systematische kwaliteitszorg binnen de andere archiefvormende applicaties, ook voor M365. Voor Teams en OneDrive zijn bewaartermijnen ingericht en is gewerkt aan een strategie voor de aanstaande migratie en opschoning van data op de netwerkschijf. 

Voor de bewerking van het archiefblok 1990 - 2020 (177 meter) is een externe leverancier ingehuurd. Deze bewerking is in 2025 afgerond. De digitale vernietiging is in 2025, met ondersteuning van externe inhuur, uitgevoerd.

Aan de archiefbewaarplaats en de separate archiefruimte zijn klimatologische en facilitaire aanpassingen uitgevoerd. Beide ruimten zijn hiermee op orde gebracht. Zo zijn werkplekken uit de archiefbewaarplaats verwijderd en is het klimaatbeheer op orde, met in warme perioden extra aandacht voor beheersing van de omstandigheden.

In 2025 zijn we gestart met de voorbereiding van de verbouwing van het stadhuis, inclusief de benodigde aanpassing van de archiefbewaarplaats, om te kunnen voldoen aan de eisen van de (nieuwe) Archiefwet.

In 2025 heeft het team Informatiebeheer een leergang Informatiemanagement afgerond. Eind 2025 is een nota doorontwikkeling informatiebeheer besproken. Hierin is de nieuwe rol-en taakverdeling van informatiebeheer omschreven. De focus van het team informatiebeheer verschoof naar kwaliteitscontrole en advisering rondom zaakgericht werken. Ook is in navolging op het verbeterplan informatiebeheer een nieuw actieplan vastgesteld.

3.1.4 Financiën

Terug naar navigatie - - 3.1.4 Financiën

Financiën: rechtmatigheid en professionalisering
Ook in 2025 hebben we gewerkt aan het digitaliseren van onze planning & control-cyclus. Daarnaast zijn we gestart met het verbeteren van onze financiële control. Naast de kwalitatieve verbetering die voortkomt uit onze eigen ambitie is veranderende regelgeving, een zwaardere verantwoordingsplicht en bezuinigingsopgaven vanuit het Rijk een aanleiding geweest om hier actief op te sturen. We hebben onderzocht hoe we ons financiële controleprogramma effectiever konden inzetten en verbetermaatregelen zoals functiescheiding en periodieke monitoring van onze administratie genomen. Het uiteindelijke doel om als organisatie nog meer financieel in control te zijn is hiermee weer een stap dichterbij gekomen. 

Interne beheersing
We hebben in 2025 ervoor gekozen de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening en de toelichting hierop in de paragraaf bedrijfsvoering op te nemen en daarmee hebben wij invulling gegeven aan de aanbeveling van het Rijk om de verantwoording op te nemen zoals de wetgever beoogd.

3.1.5 Inkoop

Terug naar navigatie - - 3.1.5 Inkoop

Ook in 2025 is vooruitgang geboekt in het verbeteren van de rechtmatigheid op het gebied van inkoop en aanbesteding. Om in control te zijn, is een onderzoek uitgevoerd naar het werken met een verplichtingenadministratie. De verplichtingenadministratie is nog niet geïmplementeerd. Dit wordt gepland zodra de basis hiervoor op orde is. Om in control te blijven is in samenwerking met het data-team een real-time inkoopdashboard in ontwikkeling voor wat betreft de uitgaven en andere inkoopgegevens van de gemeente Oldenzaal.

3.1.6 Communicatie

Terug naar navigatie - - 3.1.6 Communicatie

We hechten grote waarde aan duidelijke, toegankelijke communicatie met inwoners, ondernemers en samenwerkingspartners. Ons uitgangspunt is dat informatie voor iedereen begrijpelijk en laagdrempelig beschikbaar is.

Passend bij deze uitgangspunten – en in lijn met maatschappelijke ontwikkelingen en wettelijke kaders – is het afgelopen jaar extra aandacht uitgegaan naar inwonerparticipatie. Het platform ‘Stem van Oldenzaal’ is vernieuwd en gebruiksvriendelijker ingericht. Daarnaast zijn de eerste stappen gezet richting een nieuwe participatieverordening en bijbehorend beleid waarmee meer focus en duidelijkheid wordt aangebracht in de manier waarop participatie wordt georganiseerd.

Digitale toegankelijkheid bleef eveneens een belangrijke speerpunt. In 2025 is geïnvesteerd in de optimalisatie van de gemeentelijke website en de website van het Sociaal plein als digitaal startpunt voor de toegang naar het sociaal domein. Zowel inhoud als vormgeving zijn doorontwikkeld, met aandacht voor digitale toegankelijkheid en gebruiksgemak. De informatievoorziening wordt continu afgestemd op de behoeften van inwoners en ondernemers.

Het team communicatie werkte in 2025 adviserend en ondersteunend aan diverse grote en kleinere dossiers. Dit varieerde van bestuurscommunicatie, evenementenorganisatie en communicatie bij veranderingen tot crisiscommunicatie en huisstijltrajecten. Bestuur en collega’s wisten het team goed te vinden.

3.1.7 Toelichting op de rechtmatigheidsverklaring

Terug naar navigatie - - 3.1.7 Toelichting op de rechtmatigheidsverklaring

Invoering rechtmatigheidsverantwoording
Met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording voor het eerst sinds verslagjaar 2023 is de verantwoordelijkheid voor het rapporteren over de rechtmatigheid van de in de jaarrekening opgenomen baten, lasten en balansmutaties verschoven van de externe accountant naar het college. De accountant geeft alleen nog een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening. Dit omvat ook een oordeel over de getrouwheid van de rechtmatigheidsverantwoording.

Aanpak verantwoording onrechtmatigheden
Het college van burgemeester en wethouders legt door middel van een rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening verantwoording af over het rechtmatig handelen aan de gemeenteraad. Aanvullend daarop wordt in de paragraaf bedrijfsvoering een toelichting gegeven op fouten en onzekerheden boven de door de raad bepaalde rapportagegrens. Dit is een afspraak waarbij de raad aangeeft boven welke rapporteringsgrens het college geconstateerde tekortkomingen in de rechtmatigheid in de paragraaf bedrijfsvoering moet toelichten. De raad heeft de rapportagegrens in de Financiële verordening d.d. 18 december 2023 op € 100.000 vastgesteld.

Verantwoording onrechtmatigheden
Hieronder is de toelichting opgenomen op alle afwijkingen die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen voor zover deze de rapportagegrens overschrijden en welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen.

Begrotingscriterium – beschrijving begrotingsonrechtmatigheid
Uit de rechtmatigheidsverklaring blijkt een begrotingsonrechtmatigheid van €14.268.000. Deze begrotingsoverschrijding past binnen het bestaande beleid van de gemeente Oldenzaal. Wij verwijzen voor een nadere analyse van de verschillen naar hoofdstuk 4.3.

Voorwaardencriterium – Niet naleven van de Europese aanbestedingsrichtlijnen
Jaarlijks verricht de gemeente een zogenaamde spendanalyse om vast te stellen of de Europese aanbestedingsrichtlijnen aantoonbaar zijn nageleefd. Over 2025 bedraagt de onrechtmatigheid circa €580.000. Deze onrechtmatigheden zijn onderstaand weergegeven:


 

Inkoopdienst
Onrechtmatig bedrag
Ingenieursdiensten
€ 8.000
Accountancydiensten
€ 367.000
Beleidsondersteunend onderzoek
€ 108.000
Parkeerdiensten
€ 97.000
Totaal
€ 580.000

Een onrechtmatigheid ten aanzien van parkeerapparatuur en ingenieursdiensten zijn geconstateerd, deze zij voorgaand jaar tevens als onrechtmatig geconstateerd.

In het kader van de naleving van de regelgeving omtrent Europese aanbestedingen, willen wij de volgende maatregelen toelichten:

-       Ingenieursdiensten:
         Het betreft de inhuur voor tijdelijke vervanging van een medewerker vastgoed en de inzet bij de voorbereiding en het toezicht op bouwprojecten. De
         opdracht betreft een dienst (CPV 71300000-1: Dienstverlening door ingenieurs). De opdrachtwaarde overschrijdt de EU-aanbestedingsdrempel van
         €215.000 en had conform het inkoopbeleid Europees moeten worden aanbesteed, of via het Dynamisch Aankoop Systeem (DAS) voor de inhuur van
         personeel > schaal 9. Hierdoor is er in 2025 sprake van een onrechtmatigheid ter waarde van €7.613.

-       Accountancydiensten:
         Deloitte Group Support Center B.V.:
         Voor de ondersteuning bij de controle van de jaarrekening wordt gebruik gemaakt van de diensten van Deloitte. De
         opdracht betreft een dienst (CPV 7912000-3 Auditingdiensten). De opdrachtwaarde overschrijdt de EU-aanbestedingsdrempel van €215.000 en had
         conform inkoopbeleid Europees moeten worden aanbesteed, of via de inhuurbroker weggezet moeten worden. Hierdoor is in 2025 sprake van een
         onrechtmatigheid van €107.236.

         Publieke Sector Accountants:
         Betreft een tussenovereenkomst. Er moest een oplossing gezocht worden na het opzeggen van de overeenkomst met Baker Tilly na het niet nakomen van
         de afspraken. De opdracht betreft een dienst (CPV 79211000-6 Boekhoudingsdiensten) en is enkelvoudig onderhands weggezet door spoed. De bestede
         waarde ligt boven de Europese aanbestedingsdrempel van €215.000. Hierdoor is er in 2025 sprake van een  onrechtmatigheid van €261.439.

-       Beleidsondersteunend onderzoek:
         Betreft de raamovereenkomst voor onderwijshuisvesting. De opdracht betreft een dienst (CPV 79000000 - Zakelijke dienstverlening: juridische, marketing,
         consulting, drukkerij en beveiliging). De overeenkomst is destijds meervoudig onderhands aanbesteed. Gezien de opdrachtwaarde had dit een Europese
         aanbesteding moeten zijn. De overeenkomst is inmiddels ontbonden en voor 2026 Europees aanbesteed. Voor 2025 is er sprake van een onrechtmatigheid
         van €107.503.

-       Parkeerdiensten:
         Er zal een publicatie plaatsvinden op basis van vrijwillige transparantie via Tenderned. Deze publicatie vormt de basis voor de totstandkoming van een
         overeenkomst. De onderbouwing voor deze publicatie is afkomstig uit de broncode die is gekoppeld aan de software van de parkeerautomaten, welke
         uitsluitend door Taxameter geleverd kan worden.

Deze maatregelen zijn genomen om de rechtmatigheid van de aanbestedingsprocessen te waarborgen en om onrechtmatigheden te voorkomen.

Daarnaast voeren wij diverse beheersmaatregelen uit rondom het EU-aanbestedingsproces, waaronder:

-       De inkoopadviseurs leveren expertise in het aanbestedingsproces;

-       Jaarlijks worden budgetten opgesteld waarbinnen de uitgaven moeten blijven;

-       De verantwoordelijkheid voor uitgaven ligt bij een beperkte groep budgethouders;

-       Jaarlijks voeren wij een Spend-analyse en detailcontroles (interne controle) uit waarbij wij onrechtmatige inkopen identificeren;

-       Inzake de geconstateerde onrechtmatige contracten voeren wij vervolgacties uit, zoals het adviseren over aanbestedingsmogelijkheden. De beslissing van
         opvolging ligt bij de eerstelijnsmanagers;

-       De mogelijkheden van een verplichtingen administratie worden momenteel onderzocht.

Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium – ontbreken overkoepelend M&O beleid
De gemeente Oldenzaal heeft in haar belangrijkste financiële processen waarborgen getroffen om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen. Een voorbeeld hiervan zijn de processen binnen het sociaaldomein waar in de lijn waarborgen zijn getroffen en achteraf door de interne controle wordt vastgesteld dat er geen onrechtmatigheden zijn aangetroffen. In het interne controleplan zijn de belangrijkste financiële processen benoemd en is interne controle verricht. De accountant rapporteert jaarlijks ook over de belangrijkste financiële processen. Uiteindelijk is er geen misbruik en oneigenlijk gebruik geconstateerd die gemeld moet worden in de rechtmatigheids-verantwoording dan wel in deze paragraaf bedrijfsvoering.

3.2 Paragraaf Openbaarheid (Wet Openbare Overheid)

Terug naar navigatie - - 3.2 Paragraaf Openbaarheid (Wet Openbare Overheid)

In het kader van de Wet open overheid (Woo) streeft de gemeente Oldenzaal naar een transparante en toegankelijke overheid. Wij zetten ons in voor actieve en passieve openbaarmaking van overheidsinformatie en bevorderen daarmee een open en toegankelijke bestuurscultuur. Met deze openbaarheidsparagraaf legt de gemeente verantwoording af over haar inzet voor een transparantie en open overheid, in lijn met de Woo.

De Woo regelt de passieve openbaarmaking van overheidsinformatie in de vorm van Woo-verzoeken, die een inwoner bij elke overheidsinstantie kan doen. Daarnaast verplicht de Woo tot de zogenaamde actieve openbaarmaking. Deze actieve openbaarmaking houdt in dat overheidsorganen in de komende 3 tot 6 jaar alle 17 categorieën van informatie verplicht openbaar moeten maken.

3.2.1 Beleid

Terug naar navigatie - - 3.2.1 Beleid

Actieve Openbaarmaking
De gemeente publiceert actief informatie die relevant is voor inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden, waaronder:
•    Beleidsdocumenten, zoals nota’s, rapporten en evaluaties.
•    Besluitenlijsten en vergaderstukken van de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders.
•    Informatie over subsidies, vergunningen, aanbestedingen en overheidsopdrachten.
•    Financiële documenten, zoals de begroting, jaarstukken en tussentijdse rapportages.

Deze informatie wordt beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website, het Gemeenteblad, en andere relevante communicatiekanalen. Wij streven naar een proactieve benadering door informatie zo snel mogelijk en in begrijpelijke taal te delen met de samenleving.

Passieve Openbaarmaking
In 2025 zijn we verder gegaan met de invoering van de Woo. Als organisatie voldeden we aan het eerste Koninklijk Besluit (eerste tranche Woo). Dit besluit verplicht gemeenten om bepaalde informatie actief openbaar te maken. Het tweede Koninklijk Besluit zou medio 2025 ingaan, maar dit is uitgesteld.

Het vaststellen van een Woo-ambitie stond gepland voor het najaar van 2025, maar is uitgesteld. Ook wilden we hulpmiddelen ontwikkelen om het werken met de Woo makkelijker te maken. Daarnaast wilden we beter aansluiten bij andere veranderingen in de informatievoorziening. Ook wilden we technische voorzieningen treffen om gegevens eenvoudiger geschikt te maken voor (actieve) openbaarmaking.

Door een toename van het aantal Woo-verzoeken dat moest worden afgehandeld, is een aantal van deze plannen uitgesteld.

3.2.2 Wat is er gedaan?

Terug naar navigatie - - 3.2.2 Wat is er gedaan?

Passieve openbaarmaking (Woo-verzoek)
De verzoeken onder de Woo kennen een wettelijke afhandelingstermijn van maximaal 42 dagen. In Oldenzaal was de gemiddelde afhandelingstermijn in 2025 28 dagen. Het doel voor de komende jaren is om dit gemiddelde te behouden. 

Met onderstaande tabel van Woo-verzoeken vanaf 1 mei 2025 geeft de gemeente Oldenzaal een helder overzicht. In deze lijst staan alle genomen Woo-besluiten, ingedeeld per categorie. Zo worden deze besluiten overzichtelijk en gerichter openbaar gemaakt voor inwoners. 

De gemeente maakt onderscheid in de volgende soorten Woo-besluiten:

1.    Bestuur, organisatie, beleid en strategie
2.    Ruimtelijke ontwikkeling en leefomgeving
3.    Financiën en inkoop
4.    Toezicht, handhaving en veiligheid

In 2025 hebben we 44 verzoeken in behandeling genomen. Ondanks de forse stijging van het aantal Woo-verzoeken, zijn we binnen de wettelijke (beslis)termijnen gebleven.

Implementatie Woo
Regionaal namen we samen met een aantal andere gemeenten een vooropgaande rol in het delen van informatie en aanpak aan kleinere gemeenten en Woo-plichtige organisaties. We hebben de Woo-index met de verplichte informatiecategorieën gevuld. Juridische en beleidsmatige handvatten zijn opgesteld voor het in behandeling nemen van Woo-verzoeken.

De ambtelijke organisatie maakt actief gebruik van de voor de Woo aangeschafte anonimiseringssoftware. Hierdoor worden geanonimiseerde passages in documenten voorzien van een juiste markering die veilig en transparant is.

We hebben in 2025 een Woo-chatbot aangeschaft welke op termijn bedoeld is voor het verbeteren van de digitale dienstverlening. Middels deze tool kunnen inwoners openbaargemaakte Woo-informatie eenvoudig doorzoeken. Hierdoor dragen we bij aan een actieve en transparantie openbaarmaking.

 

Categorie
2022
2023
2024
2025
Bestuur, organisatie, beleid en strategie
4
9
8
15
Rumtelijke ontwikkeling en leefomgeving
5
12
17
24
Financiën en inkoop
1
4
1
3
Toezicht, handhaving en veiligheid
0
3
6
2
Totaal
10
28
32
44

3.2.3 Realisatie

Terug naar navigatie - - 3.2.3 Realisatie

Het Rijk heeft voor de actieve openbaarmaking incidentele en structurele middelen gereserveerd.

Voor de implementatie van de Woo zijn de volgende kostenposten opgenomen:

  • Anonimiseringsoftware XXLLNCE (voorheen DataMask)
  • Woo-bewustwording
  • Opleiding, scholing, e-learning
  • Ontwikkelen AI-bot voor het doorzoeken van Woo-informatie voor extern en of intern gebruik.
Bedragen x €1.000
Omschrijving
begroot
realisatie
saldo
Wet openbare overheid
160
42
118

3.3 Paragraaf Lokale Heffingen

Terug naar navigatie - - 3.3 Paragraaf Lokale Heffingen

Lokale heffingen hebben tot doel dat de gemeente door het verwerven van eigen middelen dekking vindt van haar uitgaven in het kader van de uitvoering van de gemeentelijke taken. De invoering, wijziging of intrekking van lokale heffingen dient door middel van een door de gemeenteraad vast te stellen verordening te geschieden. De definitieve vaststelling van de tarieven door de gemeenteraad vond plaats in december 2024.

De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen, rechten en retributies. Deze vormen een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente, die vooral door de inwoners dienen te worden opgebracht. Lokale belastingen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding gebonden dan wel ongebonden is. Ongebonden lokale heffingen (OZB) worden tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend, omdat zij niet aan een inhoudelijk begrotingsprogramma zijn gerelateerd. De besteding is niet gebonden aan een bepaalde taak. Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffen- en rioolheffing, worden verantwoord op het betreffende programma en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend.

Voor het betalen van rechten en retributies verricht de gemeente diensten. De kosten van de gemeentelijke dienstverlening worden doorberekend in de tarieven. Het beleid is er op gericht deze kosten zoveel mogelijk te beperken en daar waar mogelijk rechtvaardiger te verdelen. Hierdoor wordt een evenwichtige lastenverdeling bereikt.

De paragraaf Lokale Heffingen geeft inzicht in de diverse gemeentelijke belastingen en de consequenties daarvan voor de inwoners van Oldenzaal.

In deze paragraaf lokale heffingen wordt inzicht verstrekt in de diverse kostenberekeningen die ten grondslag lagen aan de heffingen en belastingen door een vergelijking van de gerealiseerde lasten met het totaal van de ramingen.

Ontwikkeling tarieven
Het uitgangspunt voor de overige belastingen en rechten was een stijging in 2025 met 3,49% als gemiddelde prijs- en loonstijging ten opzichte van 2024. Er gelden enkele uitzonderingen op de algemene regel van prijs- en loonstijging. Deze uitzonderingen betreffen de OZB, Rioolheffing, Afvalstoffenheffing, Parkeerbelastingen, Havengelden en Bouwleges. De uitgangspunten en onderbouwing hiervan zijn opgenomen in de paragraaf Lokale heffingen.

Inkomsten lokale heffingen
Onderstaande tabel geeft de gerealiseerde inkomsten lokale heffingen weer ten opzichte van hetgeen begroot is, met daarnaast de vergelijkende cijfers over 2024:

(bedragen x 1)
2024
2025
Gemeentelijke heffing
Begroot
Werkelijk
Begroot
Werkelijk
Afvalstoffenheffing
€ 3.889.714
€ 3.809.961
€ 4.050.216
€ 4.062.645
Begraafplaatsrechten
€ 219.595
€ 199.474
€ 289.595
€ 205.836
Leges burgerzaken
€ 509.913
€ 714.462
€ 545.913
€ 714.462
Leges omgevingsvergunning
€ 369.000
€ 491.714
€ 719.000
€ 521.208
Leges overig
€ 56.998
€ 43.936
€ 56.998
€ 16.144
Marktgelden
€ 51.014
€ 21.587
€ 51.014
€ 22.404
OZB-eigenaren woning/niet-woning
€ 8.057.184
€ 8.195.961
€ 9.184.302
€ 9.396.156
OZB-gebruikers niet-woning
€ 1.993.603
€ 2.063.544
€ 2.262.540
€ 2.328.229
Rioolheffing c.a.
€ 3.545.358
€ 3.587.962
€ 3.712.147
€ 3.776.554
Parkeerbelastingen
€ 783.391
€ 897.902
€ 873.391
€ 671.954
Reclamebelasting
€ 95.000
€ 93.950
€ 116.204
€ 93.676
Toeristenbelasting
€ 96.140
€ 82.068
€ 96.140
€ 86.416
Totaal
€ 19.666.910
€ 20.202.521
€ 21.957.460
€ 21.895.684

3.3.1 Beleidskaders

Terug naar navigatie - - 3.3.1 Beleidskaders

Het beleid betreffende de lokale heffingen is opgenomen in:

  • de diverse belastingverordeningen en -regelingen;
  • het coalitieakkoord 2022-2026;
  • landelijke wet- en regelgeving.

3.3.1.1 Beleidsuitgangspunten belastingen

Terug naar navigatie - - 3.3.1.1 Beleidsuitgangspunten belastingen

Gemeenten zijn beperkt in de soorten belastingen die ze mogen heffen. Deze zijn limitatief opgesomd in de wet. Naast belastingen, heft de gemeente rechten en leges voor individuele dienstverlening aan haar inwoners. De tarieven van deze rechten en leges dienen zodanig vastgesteld te worden dat de geraamde opbrengsten de geraamde kosten voor het verlenen van de diensten niet overschrijden. De opbrengst van deze zogeheten gebonden heffingen dient alleen ter bestrijding van de kosten die de gemeente voor de betreffende dienstverlening maakt.  De gemeente is vrij in de besteding van de opbrengst van de ongebonden heffingen (algemene belastingen).

3.3.1.2 Beleidsuitgangspunten rechten

Terug naar navigatie - - 3.3.1.2 Beleidsuitgangspunten rechten

Door het karakter van de rechten als bestemmingsheffing is er een duidelijke relatie tussen de opbrengst van de rechten en de kosten van de door de gemeente te leveren tegenprestatie. Beleidsuitgangspunt is om die reden de kostendekkendheid van de betrokken tegenprestatie c.q. het overheidsproduct.

De kostendekkendheid bepaalt in principe het in rekening te brengen tarief. Binnen strikte regels mag binnen de leges de meeropbrengst van de ene heffing worden gebruikt voor de dekking van andere kosten. Voorwaarden zijn dat we rekening houden met aspecten zoals het verbod op willekeur, het evenredigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en de Europese Dienstenrichtlijn.

Het beleid is dat tarieven zoveel mogelijk kostendekkend zijn. In een aantal gevallen is dat structureel niet mogelijk. De infrastructurele kosten van bruggen en kades zijn bijvoorbeeld zo hoog dat het niet haalbaar is de kosten in zijn geheel te verhalen op de gebruikers van de haven.

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden en zijn er nieuwe en gewijzigde activiteiten voor de fysieke leefomgeving ontstaan. De dienstverlening voor de fysieke leefomgeving en omgevingsvergunning is verbreed door de bredere reikwijdte van de Omgevingswet.

3.3.1.3 Kwijtschelding

Terug naar navigatie - - 3.3.1.3 Kwijtschelding

De gemeente moet bij het vaststellen van kwijtschelding landelijke regels toepassen.

Binnen deze mogelijkheden zijn de volgende eigen beleidskeuzes gemaakt:

  • Voor de riool- en voor de afvalstoffenheffing (vast bedrag en deel variabel bedrag) is kwijtschelding mogelijk, waardoor minima geen woonlasten betalen;
  • Voor extra containers wordt geen kwijtschelding afvalstoffenheffing verleend en ook geen kwijtschelding rioolheffing eigenaar;
  • Bij de normkosten van bestaan wordt uitgegaan van 100% van de bijstandsnorm;
  • Ondernemers voor de privébelastingen zijn gelijkgesteld met particulieren;
  • Kosten voor kinderopvang worden in aanmerking genomen als uitgaven bij de berekening van de betalingscapaciteit en;

Bij de normkosten van bestaan voor AOW’ers wordt uitgegaan van 100% van de netto AOW-norm.                                                                                                                                                                                                                                                                               
Het totale bedrag aan wettelijk toegestane financiële middelen wordt in onze gemeente verhoogd met:
1. het maximumbedrag van €2.000,- genoemd in artikel 4, onder a, van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden voor de belastingschuldige en zijn of haar echtgenoot,
2. 75% van het bedrag genoemd onder 1 voor een alleenstaande, en
3. 90% van het bedrag genoemd onder 1 voor een alleenstaande ouder.

De gederfde inkomsten voor de riool- en afvalstoffenheffing worden gecompenseerd via een verhoging van het tarief van de betreffende heffing.

Voor 2025 was er € 270.990 (2024: €267.314) begroot aan belasting kwijtscheldingen voor met name de afvalstoffenheffing en het rioolheffing. Werkelijk is er over 2025 €215.603 (2024: €218.633) aan belastinggelden kwijtgescholden; een daling van 1,4% ten opzichte van 2024.

In 2025 waren er 343 (2024: 283) verzoeken tot kwijtschelding binnengekomen waarvan er 336 (2024: 289) zijn gefiatteerd. Van deze 336 fiatteringen zijn 216 (2024: 160) verzoeken gehonoreerd. 

(Bedragen x €1)
Kwijtscheldingen
Begroot
Werkelijk
Afvalstoffenheffing
€ 198.031
€ 149.460
Rioolheffing
€ 72.959
€ 66.143
Totaal
€ 270.990
€ 215.603

3.3.1.4 Woonlasten

Terug naar navigatie - - 3.3.1.4 Woonlasten

De hoogte van de gemeentelijke woonlasten krijgt regelmatig aandacht in de media. Onder woonlasten verstaan we: onroerendezaakbelastingen, afvalstoffen- en rioolheffing. Het zijn belastingen en tarieven waarmee ieder huishouden in een gemeente jaarlijks te maken krijgt. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) publiceert jaarlijks de Atlas van lokale lasten. Men vergelijkt daarin per gemeente de woonlasten van een woning met een voor die gemeente gemiddelde waarde.

De tariefsaanpassingen voor de OZB, afval- en rioolheffing leiden voor een gemiddeld gezin (met eigen woning) tot de volgende woonlastenontwikkeling voor 2025:

Woonlastenontwikkeling
2025
Afvalstoffenheffing
€ 286
Rioolheffing
€ 239
Subtotaal Woonlasten gebruiker
€ 525
OZB woning (eigenaar)
€ 483
Totaal woonlasten eigenaar / gebruiker
€ 1.008

3.3.2 Overzicht lokale heffingen

Terug naar navigatie - - 3.3.2 Overzicht lokale heffingen

Gemeenten zijn beperkt in de soorten belastingen die ze mogen heffen. Deze zijn limitatief opgesomd in de wet. Naast belastingen, heft de gemeente rechten en leges voor individuele dienstverlening aan haar inwoners. De tarieven van deze rechten en leges dienen zodanig vastgesteld te worden dat de geraamde opbrengsten de geraamde kosten voor het verlenen van de diensten niet overschrijden. De opbrengst van deze zogeheten gebonden heffingen dient alleen ter bestrijding van de kosten die de gemeente voor de betreffende dienstverlening maakt.  De gemeente is vrij in de besteding van de opbrengst van de ongebonden heffingen (algemene belastingen).

De lokale heffingen die in 2025 in Oldenzaal worden geheven zijn onder te verdelen in gebonden en ongebonden belastingen:

Ongebonden belastingen
Gebonden belastingen
Onroerendezaakbelastingen
Afvalstoffenheffing
Parkeerbelastingen
Leges en Rechten
Reclamebelasting
Rioolheffing
Toeristenbelasting
Marktgelden
Begraafrechten

3.3.2.1 Ongebonden belastingen

Terug naar navigatie - - 3.3.2.1 Ongebonden belastingen
Onroerende zaakbelasting
Terug naar navigatie - 3.3.2.1 Ongebonden belastingen - Onroerende zaakbelasting

Op basis van artikel 220 van de Gemeentewet kunnen gemeenten onroerendezaakbelastingen (OZB) heffen. De OZB is een algemene belasting. Er is geen relatie tussen de heffing en bepaalde taken van de gemeente. De opbrengst is onderdeel van de algemene middelen. De OZB is een tijdstipbelasting. Dit betekent dat voor het bepalen van de belastingplicht de situatie per 1 januari van het belastingjaar geldt. Veranderingen in de loop van het jaar, bijvoorbeeld de verkoop van een huis, worden meegenomen in het volgende belastingjaar.

Een belastingplichtige is:
•    eigenaren van woningen;
•    eigenaren van niet-woningen;
•    gebruikers van niet-woningen.

Indien iemand zowel eigenaar als gebruiker is van een niet-woning, dan betaalt hij of zij beide belastingen.

Grondslag
De grondslag voor de berekening van de OZB is de WOZ-waarde van de onroerende zaak. Deze wordt jaarlijks opnieuw bepaald. Het tarief van de OZB wordt uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde. Voor iedere groep belastingplichtigen wordt een afzonderlijk tarief vastgesteld. De hoogte van het tarief leidt tot de opbrengst die met de begroting is vastgesteld. De beoogde opbrengst van de OZB per belastingplicht wordt eerst vastgesteld. Vervolgens wordt op basis van de totale WOZ-waarde van de belastingplicht het OZB-tarief berekend. De ontwikkeling van het OZB-tarief is dus naast de ontwikkeling van de OZB-opbrengst afhankelijk van de ontwikkeling van de vastgoedmarkt. Als de gemiddelde waarde op de vastgoedmarkt stijgt, leidt dit tot een neerwaartse bijstelling van het OZB-tarief. Anders zou de OZB-opbrengst evenredig meestijgen. Andersom geldt hetzelfde. Een negatieve waardeontwikkeling van de vastgoedmarkt leidt tot een verhoging van het OZB-tarief, om te voorkomen dat de OZB opbrengst daalt. De tariefaanpassing op basis van de ontwikkeling van de vastgoedmarkt heeft voor de gemiddelde eigenaar en gebruiker geen effect op de hoogte van de OZB-heffing. Immers, een gemiddeld vastgoedobject volgt de ontwikkeling op de vastgoedmarkt. De waardering van panden wordt afgeleid van een prijs per m2.

Ontwikkeling tarief 2025
Het uitgangspunt voor de onroerende zaakbelasting was een stijging in 2025 met 3,49% als gemiddelde prijs- en loonstijging ten opzichte van 2024. Daarnaast is het tarief in 2025 met 10% extra verhoogd vanuit de "Ambities en Middelen in Balans".  

(Bedragen x €1)
Gemeentelijke heffing
Begroot
Werkelijk
OZB-eigenaren woning/niet-woning
€ 9.184.302
€ 9.396.156
OZB-gebruikers niet-woning
€ 2.262.540
€ 2.328.229
Totaal
€ 11.446.842
€ 11.724.385
Parkeerbelastingen
Terug naar navigatie - 3.3.2.1 Ongebonden belastingen - Parkeerbelastingen

Op basis van artikel 225 Gemeentewet kunnen gemeenten in het kader van parkeerregulering parkeerbelastingen heffen.

Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden twee belastingen geheven:
•    De parkeerbelasting voor een  plek en een bepaalde tijdsperiode, waarvoor parkeerautomaten zijn geplaatst;
•    De parkeerbelasting voor een door de gemeente verstrekte parkeervergunning.

Hiermee kunnen gemeenten op efficiënte en financieel verantwoorde wijze hun parkeerbeleid realiseren. Er is dus een link naar de financiering van het parkeerbeleid.
De opbrengst van het parkeren vloeit terug in de algemene middelen.

Ontwikkeling tarief 2025
Het uitgangspunt voor de parkeerbelasting was een stijging in 2025 met 3,49% als gemiddelde prijs- en loonstijging ten opzichte van 2024. 

 

(Bedragen x €1)
Gemeentelijke heffing
Begroot
Werkelijk
Parkeerbelastingen
€ 873.391
€ 671.954
Totaal
€ 873.391
€ 671.954
Reclamebelasting
Terug naar navigatie - 3.3.2.1 Ongebonden belastingen - Reclamebelasting

Op grond van artikel 227 van de Gemeentewet kunnen gemeenten reclamebelasting heffen. Reclamebelasting kan worden geheven over openbare aankondigingen die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn. Het gaat om aankondigingen in letters, symbolen, voorwerpen  kleuren of een combinatie daarvan. De reclamebelasting is in overleg met ondernemers ingevoerd. Voorbeelden zijn gevelreclame, bestickering van ramen, posters, vlaggen, uithangborden, luifels of spandoeken. 

Ontwikkeling tarief 2025
Het uitgangspunt voor de reclamebelasting was een stijging in 2025 met 3,49% als gemiddelde prijs- en loonstijging ten opzichte van 2024. 

(Bedragen x €1)
Gemeentelijke heffing
Begroot
Werkelijk
Reclamebelasting
€ 116.204
€ 93.676
Totaal
€ 116.204
€ 93.676
Toeristenbelasting
Terug naar navigatie - 3.3.2.1 Ongebonden belastingen - Toeristenbelasting

Op grond van artikel 224 van de Gemeentewet kunnen gemeenten Toeristenbelasting heffen voor overnachtingen van personen binnen de gemeente die niet als ingezetene in de gemeente zijn ingeschreven. Voor zover de belasting wordt geheven van degene die gelegenheid tot verblijf biedt, is deze bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt.

Jaarlijks worden alle aanbieders van overnachtingslocaties uitgenodigd tot het doen van de aangifte toeristenbelasting. Hiertoe worden de aanbieders aangeschreven met uitleg over de heffing en afdracht van toeristenbelasting en ontvangen de aanbieders een aangifteformulier. De heffing wordt opgelegd na het lopende belasting jaar. 

Ontwikkeling tarief 2025
Het uitgangspunt voor de toeristenbelasting was een stijging in 2025 met 3,49% als gemiddelde prijs- en loonstijging ten opzichte van 2024. 


(Bedragen x €1)
Gemeentelijke heffing
Begroot
Werkelijk
Toeristenbelasting
€ 96.140
€ 86.416
Totaal
€ 96.140
€ 86.416

3.3.2.2 Gebonden belastingen

Terug naar navigatie - - 3.3.2.2 Gebonden belastingen
Afvalstoffenheffing
Terug naar navigatie - 3.3.2.2 Gebonden belastingen - Afvalstoffenheffing

De wettelijke basis voor het heffen van afvalstoffenheffing is geregeld in artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer. Op basis van de Wet Milieubeheer heeft de gemeente de wettelijke taak om zorg te dragen voor de inzameling van afvalstoffen die afkomstig zijn van particuliere huishoudens. De inzameling van afval wordt uitgevoerd door Twente Milieu. De verwerking van met name restafval en GFT vindt plaats bij Twence. De kosten van de inzameling en verwerking van afvalstoffen wordt betaald uit de afvalstoffenheffing.

Belastingplichtige
Inwoners zijn verplicht afvalstoffenheffing te betalen, ook als zij geen afval voor inzameling aanbieden. De heffing wordt geheven van de gebruiker van een perceel waarvoor de gemeente een wettelijke plicht tot inzameling heeft en de inzamelverplichting ook nakomt.

Grondslag
De grondslag voor de berekening van afvalstoffenheffing is niet wettelijk vastgelegd. De gemeente is in principe vrij deze grondslag zelf te bepalen. Met ingang van 2017 wordt iedere belastingplichtige een vast bedrag in rekening gebracht en daarnaast een variabel bedrag op basis van het aantal keren dat huisvuil is aangeboden.

Tarieven 2025
Voor het aanbieden van afval werden de volgende tarieven in rekening gebracht:
Vast bedrag €218,76
Ledigen grijze restafvalcontainer 140 ltr €6,57
Ledigen grijze restafvalcontainer 240 ltr €11,26
Ondergrondse container (milieupas) € 1,41
Ledigen groene gft containers €0,00

(bedragen x € 1)
Afval
Begroot
Realisatie
Kosten taakvelden incl. omslagrente
3.495.300
3.571.850
Inkomsten taakvelden excl. Heffingen
-659.223
-745.049
Netto lasten taakveld
2.836.077
2.826.801
Toe te rekenen kosten
Overhead
57.095
56.813
Openbare orde en veiligheid
66.079
66.079
Verkeer en vervoer
50.000
50.000
Kwijtscheldingen/Inkomensregelingen
195.345
147.034
BTW
685.118
663.234
Totaal toe te rekenen
1.053.637
983.160
Totale kosten
3.889.714
3.809.961
Opbrengsten
-3.889.714
-3.809.961
Dekkingspercentage
100,00%
100,00%
Rioolheffing
Terug naar navigatie - 3.3.2.2 Gebonden belastingen - Rioolheffing

Algemeen
De wettelijke basis voor het heffen van rioolheffing ligt in artikel 228a van de Gemeentewet. In de rioolheffing worden kosten doorgerekend die verbonden zijn aan het in stand houden van het gemeentelijk rioleringsstelsel. Met de invoering in 2008 van de Wet gemeentelijke watertaken heeft de gemeente naast de zorgplicht voor het afvoeren van huishoudelijk afvalwater en regenwater ook de zorgplicht voor het grondwater. Daarmee is ook de mogelijkheid ontstaan om de kosten die verbonden zijn aan de taken die voortvloeien uit de Wet gemeentelijke watertaken, toe te rekenen aan de rioolheffing. De rioolheffing is een bestemmingsheffing (bestemming is watertaken), er staan geen aanwijsbare tegenprestaties tegenover. Wij hanteren één rioolheffing voor alle watertaken.

Uitgangspunten
De uitgangspunten voor de rioolheffing zijn beschreven in het Gemeentelijk rioleringsprogramma 2021-2025 (GRP) zoals dat in 2020 door de raad is vastgesteld. De rioolheffing is bedoeld als dekking voor de kosten van aanleg, onderhoud en exploitatie van de gemeentelijke voorzieningen bedoeld voor inzameling en transport van afval- en hemelwater. Ook de negatieve gevolgen van grondwateroverlast worden beperkt met de inkomsten uit de rioolheffing. Daarnaast werkt de loon- en prijscompensatie door in het tarief. Uitgangspunt bij de rioolheffing is 100% kostendekking. Eventuele tekorten of overschotten worden verrekend met de daarvoor gevormde voorziening.

(bedragen x € 1)
Riolering
Begroot
Werkelijk
Lasten taakveld(en) incl. (omslag)rente
2.407.300
2.409.551
Baten taakveld(en), excl. heffingen
-685
-847
Netto lasten taakveld
2.406.615
2.408.704
Toe te rekenen lasten
Overhead
278.504
296.798
Tractie (onderhoud voertuigen)
61.511
74.238
Onderhoud wadi's / waterlopen
27.373
27.373
Verkeer en vervoer
475.000
475.000
Mutatie voorziening
0
106.679
Inkomstenregelingen/kwijtscheldingen
72.959
66.143
BTW
390.185
321.619
Totaal toe te rekenen lasten
1.305.532
1.367.850
Totaal lasten
3.712.147
3.776.554
Totaal baten
3.712.847
3.776.554
Dekkingspercentage
100,00%
100,00%
Marktgelden
Terug naar navigatie - 3.3.2.2 Gebonden belastingen - Marktgelden

Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet kan de gemeente een recht heffen voor het ter beschikking stellen van een standplaats op een deel van de openbare ruimte die gebruikt wordt voor een markt. Belastingplichtig is degene aan wie de standplaats beschikbaar is gesteld. Bij de voorjaarsnota 2025 zijn de marktopbrengsten voor de maandag- en zaterdagmarkt bijgesteld wat een structureel nadelig effect heeft van €29.000.

(bedragen x € 1)
Afval
Begroot
Realisatie
Kosten taakvelden incl. omslagrente
51.014
22.404
Inkomsten taakvelden excl. Heffingen
0
0
Netto lasten taakveld
51.014
22.404
Toe te rekenen kosten
Overhead
0
0
Totaal toe te rekenen
0
0
Totale kosten
51.014
22.404
Opbrengsten
-51.014
-22.404
Dekkingspercentage
100,00%
100,00%
Begraafrechten
Terug naar navigatie - 3.3.2.2 Gebonden belastingen - Begraafrechten

Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt een vergoeding gevraagd voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen. De heffing wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven zoals die in de verordening begraafrechten zijn opgenomen. Bij de Najaarsnota 2025 zijn de begraafrechten voor 2025 afgeraamd met €60.000 in verband met lager te verwachten opbrengsten.

(bedragen x € 1)
begraafplaatsen
Begroot
Realisatie
Kosten taakvelden incl. omslagrente
452.273
448.456
Inkomsten taakvelden excl. Heffingen
-9.219
-21.531
Netto lasten taakveld
443.054
426.925
Toe te rekenen kosten
Overhead
109.677
109.835
tractie / gebouwenbeheerplan
12.986
12.986
Totaal toe te rekenen
122.663
122.821
Totale kosten
565.717
549.746
Opbrengsten
-289.595
-205.836
Dekkingspercentage
51,19%
37,44%
Leges en rechten
Terug naar navigatie - 3.3.2.2 Gebonden belastingen - Leges en rechten

De mogelijkheid tot het heffen van leges is geregeld in artikel 229, lid 1, b van de Gemeentewet. De gemeente levert op aanvraag van individuele inwoners een uiteenlopend pakket aan diensten. Door het heffen van leges worden de kosten die hiervoor worden gemaakt in principe verhaald op de inwoner die de dienst afneemt. Voorbeelden zijn het verstrekken van een paspoort of het verlenen van een vergunning. Degene die de dienst aanvraagt betaalt ook de leges. De heffingsmaatstaf is zeer divers en wordt vermeld in de tarieventabel die hoort bij de legesverordening.

Kostendekkendheid
De leges zijn in de tarieventabel van de legesverordening ingedeeld in drie hoofdstukken:

  • hoofdstuk 1, algemene dienstverlening;
  • hoofdstuk 2, dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet;
  • hoofdstuk 3, dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2.

Op grond van artikel 229b van de Gemeentewet mag de legesverordening als geheel bezien maximaal kostendekkend zijn. Niet elke post zal dus afzonderlijk op zijn kostendekkendheid worden beoordeeld. Dit laatste zou ook moeilijk realiseerbaar zijn gezien het feit dat de kosten voor de individuele diensten moeilijk zijn te bepalen. Dat neemt niet weg dat een gemeente wel een kostendekkendheid per dienst of per samenhangende groep van diensten mag nastreven, als de gemeente in dit opzicht maar een consequente lijn volgt.

Op grond van het bovenstaande is het mogelijk om kruissubsidiëring toe te passen. Onder kruissubsidiëring wordt verstaan: het hoger stellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten laag te kunnen houden. Daarnaast kan bij de tariefstelling uitdrukking worden gegeven aan het profijtbeginsel. Dat is een aparte beleidsmatige afweging. Onderlinge verschillen in, op zichzelf geoorloofde, kostendekkingspercentages tussen groepen van diensten zijn niet in strijd met de wet of met enig algemeen rechtsbeginsel.

De mogelijkheden tot kruissubsidiëring zijn door de komst van de Europese Dienstenrichtlijn (EDR) beperkter geworden. De EDR maakt kruissubsidiëring binnen een cluster van samenhangende vergunningstelsels mogelijk. Dit betreft alleen de diensten aan dienstverrichters waarop de EDR van toepassing is (titel 3 van de Legesverordening). De wetgever heeft hierin geen aanleiding gezien om artikel 229b van de Gemeentewet te wijzigen. De EDR doorkruist daarmee de wettelijke regeling van artikel 229b Gemeentewet.

Bij de introductie van de Wabo in 2010 (omgevingsvergunning, zie titel 2 van de Legesverordening) ging de wetgever ervan uit dat kruissubsidiëring tussen het cluster omgevingsvergunning en andere in de legesverordening opgenomen dienstverleningen niet mogelijk is. De wens van de wetgever is echter niet in een wettelijke bepaling vastgelegd, zodat in principe artikel 229b van de Gemeentewet onverkort geldt. Wij gaan echter uit van maximaal 100% kostendekkendheid binnen hoofdstuk 2. Voor een aantal tarieven binnen hoofdstuk 1 geldt dat deze door het rijk zijn gemaximeerd: paspoorten, rijbewijzen, kansspelen en wet bescherming persoonsgegevens.

Bij de Najaarsnota 2025 zijn een aantal producten bijgesteld op basis van actualisatie. 

Legesverordening
OMSCHRIJVING
Lasten taakvelden
Overhead
Totale lasten
Leges/andere inkomsten
totale baten
Kostendekkendheid
1.1
Burgerlijke Stand
€ 88.929
€ 31.386
€ 120.315
-€ 81.233
-€ 81.233
67,52%
1.2
Reisdocumenten/Ned. Identeitskaart
€ 340.722
€ 54.552
€ 395.274
-€ 478.000
-€ 478.000
120,93%
1.3
Rijbewijzen
€ 90.591
€ 33.053
€ 123.644
-€ 137.777
-€ 137.777
111,43%
1.4
Verstrekking basisregistratie personen
€ 113.626
€ 74.381
€ 188.007
-€ 15.722
-€ 15.722
8,36%
1.7
Bestuursstukken
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
0,00%
1.8
Vastgoed informatie
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
0,00%
1.9
Overige publiekszaken
€ 4.062
€ 0
€ 4.062
-€ 5.541
-€ 5.541
136,41%
1.18
Verkeer en vervoer (parkeren)
€ 12.971
€ 8.204
€ 21.175
-€ 107.266
-€ 107.266
506,56%
1.19
Diversen
€ 364.517
€ 238.158
€ 602.675
-€ 1.000
-€ 1.000
0,17%
totaal hoofdstuk 1
€ 1.015.418
€ 439.734
€ 1.455.152
-€ 826.539
-€ 826.539
56,80%
2
Diensten Omgevingswet
€ 3.370.271
€ 1.226.844
€ 4.597.115
-€ 463.049
-€ 463.049
10,07%
totaal hoofdstuk 2
€ 3.370.271
€ 1.226.844
€ 4.597.115
-€ 463.049
-€ 463.049
10,07%
TOTAAL WERKELIJK
€ 4.385.689
€ 1.666.577
€ 6.052.266
-€ 1.289.588
-€ 1.289.588
21,31%
TOTAAL BEGROOT
€ 4.197.798
€ 1.629.988
€ 5.827.786
-€ 1.433.480
-€ 1.433.480
24,60%

3.4 Paragraaf Financiering

Terug naar navigatie - - 3.4 Paragraaf Financiering

3.4.1 Algemeen

Terug naar navigatie - - 3.4.1 Algemeen

In 2025 zijn geen nieuwe langlopende leningen aangetrokken. Wel zijn in de loop van het jaar kasgeldleningen aangetrokken om de dagelijkse liquiditeitspositie te optimaliseren. Gedurende het jaar was sprake van een liquiditeitsoverschot, dat heeft geleid tot lagere rentelasten dan begroot en een verlaging van de omslagrente. Daarnaast zijn binnen het risicobeheer geen overschrijdingen vastgesteld van de limieten voor renterisico, de kasgeldlimiet en het schatkistbankieren.

3.4.2 Beleidskader

Terug naar navigatie - - 3.4.2 Beleidskader

Het treasurybeleid van de gemeente Oldenzaal is vastgelegd in het Treasurystatuut 2018.  Dit statuut is door het college vastgesteld in de vergadering van 5 december 2017.  Het treasurystatuut uit 2018 beschrijft de uitgangspunten en bevoegdheden die de gemeente hanteert op het gebied van financiering, beleggingen, rentemanagement, liquiditeitenbeheer en de financiële logistiek.

Deze zijn gebaseerd op de volgende doelstellingen: 

  • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten en bancaire diensten tegen acceptabele condities;
  • Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s;
  • Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;
  • Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van respectievelijk de Wet FIDO ,de regeling schatkistbankieren decentrale overheden, de limieten en richtlijnen van dit Treasurystatuut;
  • De algemene uitgangspunten voor het uitzetten en aantrekken van middelen; 
  • De gemeente kan uitsluitend ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak leningen aangaan, middelen uitzetten of garanties verlenen. De publieke taak zelf wordt niet in de Wet fido omschreven, het is de gemeenteraad die de publieke taak bepaalt.
  • De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomsten door het lopen van overmatig risico;
  • Het prudente karakter van de in lid 5 en 6 genoemde financiële transacties wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit Treasurystatuut.

In de praktijk betekent dit dat complexe en risicovolle financieringsproducten worden vermeden. Er worden enkel onderhandse leningen aangegaan bij financiële instellingen in de euro valuta. Tijdelijke overtollige liquiditeiten worden ondergebracht bij het schatkistbankieren van de Rijksoverheid.

Het treasurybeleid heeft geen winstoogmerk. Uitgangspunt is dat alle rentelasten intern worden doorbelast aan de investeringen voor onder andere grondexploitaties, kapitaalgoederen en deelnemingen en leningen aan verbonden partijen. Hiervoor wordt jaarlijks een omslagrente bepaald waarmee een neutraal renteresultaat kan worden bereikt.

Voor de beheersing van risico’s dient de gemeente te voldoen aan een aantal limieten:

  • Renterisiconorm: het totale bedrag aan langlopende schulden wat in een kalenderjaar wordt afgelost of een renteherziening kent mag maximaal 20% bedragen van de totale gemeentebegroting;
  • Kasgeldlimiet: het totale bedrag van kortlopende schulden (na aftrek van vlottende middelen) mag maximaal 8,5% bedragen van de totale gemeentebegroting;
  • Norm schatkistbankieren: het totale bedrag aan liquide middelen dat buiten de schatkist wordt aangehouden bedraagt niet meer dan 2% van het begrotingstotaal.

In het treasurystatuut is bepaald dat er jaarlijks in de jaarrekening verantwoording wordt afgelegd aan de raad over de treasuryactiviteiten. Voorafgaand daaraan wordt in de Paragraaf Financiering van de begroting het voorgenomen beleid toegelicht.

3.4.3 Risicobeheer

Terug naar navigatie - - 3.4.3 Risicobeheer

In dit hoofdstuk beschrijven we de uitvoering van het beleidskader. 

Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - 3.4.3 Risicobeheer - Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet geeft het maximale bedrag aan dat met kortlopende middelen mag worden gefinancierd. Deze limiet wordt elk kwartaal getoetst en mag in beginsel niet worden overschreden. Wanneer de limiet voor het derde achtereenvolgende kwartaal wel wordt overschreden moet de provincie Overijssel daarvan op de hoogte worden gebracht. Daarbij moet tevens een plan om binnen de limiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd.  De limiet voor 2025 bedraagt 8,5% van de lasten van de begroting bij aanvang van het jaar en bedraagt afgerond € 10,7 miljoen. De limiet is niet overschreden. Hiermee is voldaan aan de gestelde voorwaarden.   

Renterisiconorm

Terug naar navigatie - 3.4.3 Risicobeheer - Renterisiconorm

Het doel van de rente-risiconorm is het beheersen van de renterisico’s bij herfinanciering en/of renteherziening. Elke gemeente loopt een financieel risico wanneer de rente onverwacht stijgt. Door te zorgen voor voldoende spreiding in de rentetypische looptijden van de leningenportefeuille en/of door te kiezen voor een annuïtaire- of lineaire aflossingsvorm kunnen de effecten van een renteverandering worden afgevlakt. De renterisiconorm voor 2025 bedraagt 20% van het totaal van de lasten op de begroting, 20% van afgerond € 126 miljoen. is € 25 miljoen. In 2025 is geen langlopende lening aangetrokken, er was geen sprake van herfinanciering of renteherziening en de renterisiconorm is dan ook niet overschreden.

Financieringsbehoefte

Terug naar navigatie - 3.4.3 Risicobeheer - Financieringsbehoefte

De financieringsbehoefte is onder meer afhankelijk van het tijdstip waarop investeringen tot uitvoering komen. Daarnaast is ook aflossing van de leningenportefeuille bepalend voor de liquiditeitspositie. In 2025 is ruim €1,8 miljoen afgelost. Dit kan er toe leiden dat er langlopende financiering moet worden aangetrokken. Ons streven is er op gericht om binnen de kasgeldlimiet in de financieringsbehoefte te voorzien door het aantrekken van kortlopende leningen. De ervaring leert namelijk dat de rente op kortlopende leningen nagenoeg altijd lager is dan op langlopende geldleningen waardoor (tijdelijk) een rentevoordeel kan worden behaald. In 2025 is geen vaste geldlening aangetrokken. 

Liquiditeitsplanning

Terug naar navigatie - 3.4.3 Risicobeheer - Liquiditeitsplanning

De liquiditeitenplanning voor de geldstromen binnen onze gemeente is een instrument waarmee intern een betere afstemming kan plaatsvinden over betalingsactiviteiten en de effecten daarvan op de gemeentelijke financiering. In het verlengde daarvan vormt de planning een basis voor meer onderbouwde financieringsactiviteiten.

Rentevisie

Terug naar navigatie - 3.4.3 Risicobeheer - Rentevisie

De rentevisie  is gebaseerd op verwachtingen van verschillende financiële instellingen, waaronder onze huisbankier, en op de besluiten van de Europese Centrale Bank (ECB). De ECB bepaalt maandelijks de belangrijkste rentetarieven in Europa. Deze rente beïnvloedt onder andere de kosten voor leningen en heeft daarmee gevolgen voor de gemeentelijke financiën. Factoren die hierbij een rol spelen zijn onder andere economische groei, inflatie en het monetaire beleid. Het hoofddoel van de ECB is het handhaven van prijsstabiliteit rond de 2% inflatie, omdat dit vertrouwen biedt en de economische ontwikkeling ondersteunt.

In 2024 begon de ECB met het geleidelijk verlagen van de rente, na eerder een periode van renteverhogingen te hebben doorgevoerd. Deze verlagingen werden doorgezet in 2025, waardoor lenen in Europa stap voor stap goedkoper werd. De meest recente renteverlaging dateert van juni 2025.

De inflatie daalde in 2024 en 2025 richting het gewenste niveau van 2%, en de ECB verwacht dat de inflatie in 2026 verder zal stabiliseren.

Voor het financieringsbeleid van de gemeente blijft gelden dat -wanneer nieuwe langdurige leningen nodig zijn- wordt gekozen voor leningen met een langere looptijd, doorgaans 10 jaar of langer. Dit houdt de renterisico’s beperkt en helpt de begroting te beschermen tegen snelle veranderingen in de marktrente.

Leningenportefeuille

Terug naar navigatie - 3.4.3 Risicobeheer - Leningenportefeuille

De leningenportefeuille bestaat op het moment uit vier leningen met een restant schuld per 31 december 2025 van €19,0 miljoen. De gemiddelde rente van deze leningen bedraagt 0,70% (2024: 0,70%). Vervroegde aflossing van deze leningen is niet mogelijk en de rente staat gedurende de gehele looptijd vast. 

Uiteenzettingen

Terug naar navigatie - 3.4.3 Risicobeheer - Uiteenzettingen

Door de invoering van het schatkistbankieren zijn wij verplicht om overtollige middelen boven een “drempelbedrag” aan te houden in de schatkist. Het drempelbedrag is 2,0% van de begrotingsomvang. De gemeente Oldenzaal mocht in 2025 per kalenderdag afgerond €2,5 miljoen buiten de schatkist houden. Dit wordt per kwartaal getoetst en het gemiddelde positieve saldo in R/C mag dit bedrag niet overschrijden. Vanuit praktische overwegingen is er voor gekozen om overtollige middelen per dag automatisch door de BNG Bank te laten overboeken naar de schatkist. Hiermee wordt voorkomen dat het drempelbedrag wordt overschreden.

Omdat het verstrekken van leningen niet tot de kerntaken van de gemeente behoort is in het treasurystatuut bepaald dat de gemeente zelf geen leningen verstrekt. Het verstrekken van garanties, evenals het aangaan van financiële participaties, wordt uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Ter beperking van het financiële risico wordt geen garantie verstrekt indien een beroep kan worden gedaan op een voorziening in de vorm van een (nationaal) waarborgfonds.

De gemeente Oldenzaal heeft nog een leningenportefeuille van hypothecaire geldleningen die in het verleden aan medewerkers zijn verstrekt. Sinds 2009 is het bij wet niet meer toegestaan leningen te verstrekken, bestaande leningen mogen uitlopen. De portefeuille bestaat per 31 december 2025 uit een totale restantschuld van afgerond €1,4 miljoen.

Relatiebeheer

Terug naar navigatie - 3.4.3 Risicobeheer - Relatiebeheer

De BNG Bank in Den Haag is onze huisbankier. Er is een onderhandse overeenkomst met de BNG Bank afgesloten voor onbepaalde tijd. Ten behoeve van het schatkistbankieren hebben we ook bij het Ministerie van Financiën een rekeningcourant. En voor de verwerking van het contante betalingsverkeer zoals de parkeergelden en de leges Publiekszaken is een overeenkomst afgesloten met Brink’s Solutions Nederland B.V.

3.4.4 Renteomslag

Terug naar navigatie - - 3.4.4 Renteomslag

Het begrote rente-omslagpercentage bedroeg voor 2025 0,3% (2024: 1,25%).  Deze wordt gebruikt voor toerekening van rente aan de diverse taakvelden. De berekening op basis van de gegevens zoals in deze jaarstukken 2025 is opgenomen laat een berekende percentage zien van 0,2%. De afwijking van 0,1% zorgt voor een negatief resultaat op taakveld treasury van € 118.168. Dit resultaat ontstaat doordat de werkelijke rentelasten lager uitvallen dan begroot. In onderstaande tabel treft u de actuele berekening van de renteomslag aan. Deze wordt gebruikt voor toerekening van rente aan de diverse taakvelden. 

Berekening rente-omslag 2025
A
De externe rentelasten over de korte en lange financiering
€ 268.214
B
De externe rentebaten over de korte en lange uitzettingen
€ 93.928
Saldo rentelasten en rentebaten (A-/-B)
€ 174.286
C1
De rente die aan de facilitaire grondexploitaties (kostenverhaal) moet worden doorberekend
€ -
C2
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
€ -
C3
De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
€ -
regel 10
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente (C1+C2-/-C3)
€ 174.286
D1
Rente over eigen vermogen
€ 11.121
D2
Rente over voorzieningen
€ -
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente (regel 10 + D1 + D2)
€ 185.407
E
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
€ 303.575
F
Renteresultaat op het taakveld treasury (regel 14 -/- E)
€ -118.168
Boekwaarde IMVA 1-1
€ 1.453.274
Boekwaarde MVA 1-1 (staat C + warme gronden)
€ 93.902.353
Boekwaarde FVA (excl. aan derden verstrekte leningen) 1-1
€ 262.438
Boekwaarde grondexploitatie 1-1
€ 2.163.344
Totaal
€ 97.781.409
Berekende omslagrente 2025
0,19%
Begrote omslagrente 2025
0,31%
Verschil
-0,12%

3.5 Paragraaf Verbonden Partijen

Terug naar navigatie - - 3.5 Paragraaf Verbonden Partijen

De paragraaf Verbonden partijen geeft inzicht in de rechtspersonen (verbonden partijen) waarmee de gemeente Oldenzaal een bestuurlijke en financiële relatie heeft en de (financiële)  risico’s die hiermee (mogelijk)  gelopen worden. Ook wordt melding gemaakt van de actuele (beleid-) ontwikkelingen.

Verbonden partijen zijn (participaties in) deelnemingen (in vennootschappen), gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en (coöperatieve) verenigingen. Van bestuurlijk belang is sprake wanneer de gemeente zeggenschap heeft door een zetel in het bestuur of door stemrecht. Onder financieel belang wordt verstaan dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt raakt ingeval van faillissement van de verbonden partij of dat de gemeente voor een bepaald bedrag aansprakelijk wordt gesteld als de verbonden partij zijn/haar verplichtingen niet nakomt.

De gemeente heeft verschillende relaties met de verbonden partijen. Soms met een wettelijke basis en soms ontstaan vanuit gemeentelijk beleid voor de uitvoering daarvan en soms voor uitvoering van bedrijfsvoering activiteiten. In alle gevallen gaat het echter om de behartiging van een publiek belang.

Het belang dat de raad heeft bij inzicht in de verbonden partijen is tweeledig:
•    De verbonden partijen voeren vaak een taak uit die de gemeente ook zelf kan doen. De werkzaamheden zijn als het ware gemandateerd/gedelegeerd aan de verbonden partij. De gemeente blijft wel de verantwoordelijkheid houden voor het realiseren van de beoogde doelstellingen uit de programma's.  De kaderstellende en controlerende taak van de raad blijft overeind. De doelstellingen van de verbonden partij dienen dus - blijvend - overeen  te stemmen met die van de gemeente en gecontroleerd dient te worden in hoeverre dit gerealiseerd wordt. 
•    De budgettaire consequenties ten behoeve van de verbonden partijen dienen geautoriseerd te worden, waarbij tevens aandacht dient te zijn voor de financiële risico’s in dat verband. 

Wet- en regelgeving stelt eisen voor verbonden partijen. Een van die eisen is de opstelling van een paragraaf Verbonden partijen en het vaststellen van een visie op en beleid rond verbonden partijen in die paragraaf of in een afzonderlijke nota.

De op dit begrotingsonderdeel van toepassing zijnde, door de raad vastgestelde, beleidsnotities;
•    Beleidskader Verbonden Partijen 2012 
•    Visie en afwegingskader Regionale samenwerking gemeente Oldenzaal

Hierin wordt beschreven welke gemeentelijke kaders gelden voor de samenwerking met verbonden partijen en hoe invulling wordt gegeven aan de rollen van eigenaar (zeggenschap) en opdrachtgever (sturing). Zie daarvoor het hoofdstuk Beleidskader. 

De cijfers die gepresenteerd worden bij het financieel belang en bij het verwacht eigen vermogen, vreemd vermogen en financieel resultaat zijn, voor zover beschikbaar, afkomstig uit de jaarrekening 2024 en uit de begroting 2026 van de verbonden partij. Vervolgens is een verbinding gelegd met de paragraaf Weerstandsvermogen en risicomanagement.

3.5.1 Grondslagen

Terug naar navigatie - - 3.5.1 Grondslagen

Algemene aspecten:
•    
De gemeente heeft de beschikking over alle vastgestelde jaarrekeningen 2024  van de verbonden partijen;
•    Een groot aantal verbonden partijen heeft een primitieve-, ontwerp- of primaire begroting 2026 (en soms ook een meerjarenbegroting) beschikbaar. Voor wat  betreft  de gemeenschappelijke regelingen zijn die documenten reeds in het voorjaar van 2025 aan de gemeenteraad beschikbaar gesteld en heeft dat in 2025 niet tot indiening van een gemeentelijke zienswijze geleid. Met andere woorden, de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen kregen de instemming  van de gemeente Oldenzaal. 
•   Indien daartoe aanleiding was (is) werd (wordt) de gemeenteraad met afzonderlijke raadmededelingen of in kwartaalrapportages geïnformeerd over actuele (financiële) ontwikkelingen bij verbonden partijen.
•   Per verbonden partij wordt in deze paragraaf inzicht gegeven in het publiek - en financieel belang van de gemeente en wordt aandacht besteed aan het financieel risico en actuele ontwikkelingen. Uitgangspunt is dat de verbonden partij zelf zorgt voor borging van haar financiële risico's middels een  weerstandsvermogen. Dit om te voorkomen dat deelnemende gemeenten in verbonden partijen eventuele ongedekte financiële nadelen moeten bekostigen.

Specifieke aspecten:
In de paragraaf Verbonden partijen is per verbonden partij actuele informatie opgenomen. Per begrotingsprogramma is dit eveneens te benaderen.

3.5.2 Beleid

Terug naar navigatie - - 3.5.2 Beleid

In toenemende mate doen gemeenten voor de uitvoering van haar publieke taken een beroep op andere organisaties waaraan zij taken aan uitbesteden, via inkoop of subsidie of via uitvoering door verbonden partijen.

Bij verbonden partijen kan het zowel gaan om privaatrechtelijke organisaties (vaak vennootschappen) als om publiekrechtelijke organisaties (gemeenschappelijke regelingen). Voor wat betreft de private partijen gaat het om organisaties en instellingen waarover gemeenten zowel financieel als bestuurlijk zeggenschap hebben. In geval van (de publiekrechtelijke) gemeenschappelijke regelingen gaat het om samenwerkingsvormen met een rechtspersoonlijkheid.

Gemeenten blijven verantwoordelijk voor de aansturing van verbonden partijen, de controle erop en de financiële consequenties voor de eigen organisatie. Om deze verantwoordelijkheden waar te kunnen maken is het van belang dat het college en de gemeenteraad weten wat hun bevoegdheden zijn. Vanuit zowel het publiekrecht als het privaatrecht zijn kaders van toepassing voor (de samenwerking in) verbonden partijen. Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en daaruit voortvloeiende richtlijnen geven specifieke voorschriften mee over zaken die verbonden partijen betreffen. Voorschrift is dat gemeenten in de paragraaf Verbonden partijen van de gemeentelijke begroting en jaarrekening de visie op en beleid over verbonden partijen opnemen. Als gemeenten een afzonderlijk door de raad vastgestelde beleidsnota Verbonden partijen hebben kan daarnaar worden verwezen. Oldenzaal heeft voor de opstelling van een Beleidskader Verbonden partijen gekozen.

Daarnaast is in de financiële verordening (artikel 21) van de gemeente vastgelegd dat het college periodiek in een beleidsnota het systeem van toezichtuitoefening op de onderscheiden verbonden partijen vastlegt en dit systeem ter kennis brengt van de raad.  Het Beleidskader Verbonden partijen 2026 beschrijft hoe de gemeente Oldenzaal omgaat met verbonden partijen, zodat op een weloverwogen manier invulling wordt gegeven aan de rollen van eigenaar (zeggenschap) en opdrachtgever (sturing).

Voor het sturen en beheersen zijn vier rollen voor de gemeente te onderscheiden:

  • Gemeenteraad; kaderstelling en controlerend;
  • College; opdrachtgever (sturing) en eigenaar (zeggenschap).    

Een verbonden partij is gekoppeld aan een kerntaak van de gemeente op een specifiek beleidsterrein. Dit betekent dat ook vanuit inhoudelijk(e) beleid(doelen) gestuurd wordt op de verbonden partijen.

Het doel van actieve betrokkenheid bij verbonden partijen is het:

  • behartigen van het publieke belang;
  • beheersen van risico’s die met verbonden partijen samenhangen;
  • borgen van de continuïteit van de verbonden partij.
  • De gemeenteraad is verantwoordelijk voor de kaderstelling binnen de gemeente. De gemeenteraad heeft daartoe kader stellende bevoegdheden maar ook het budgetrecht. Dit zijn twee instrumenten waarmee aan de voorkant kan worden gestuurd op inhoud/beleid en financiën. De kadernota Verbonden partijen dient als richtlijn voor het college en indirect voor de verbonden partij. Het kader Verbonden partijen is ook de grondslag voor de gemeenteraad om te kunnen controleren en al dan niet te interveniëren.

Om de controlerende rol adequaat uit te voeren maakt de gemeenteraad in de regel gebruik van de reguliere planning en control instrumenten van de gemeente en de gemeenschappelijke regelingen en de raadsmemo's  van het college.

3.5.3 Overzicht verbonden partijen

Terug naar navigatie - - 3.5.3 Overzicht verbonden partijen

De verbonden partijen voor gemeente Oldenzaal bestaat uit Gemeenschappelijke Regelingen (GR), Vennootschappen en coöperaties (deelnemingen), Stichtingen en verenigingen, overige verbonden partijen en overige samenwerkingen.

De verbonden partijen voeren vaak een taak uit die de gemeente ook zelf kan doen. De werkzaamheden zijn als het ware gemandateerd/gedelegeerd aan de verbonden partij. De gemeente blijft wel de verantwoordelijkheid houden voor het realiseren van de beoogde doelstellingen uit de programma's. Dus de kaderstellende en controlerende taak van de raad blijft overeind. De doelstellingen van de verbonden partij dienen dus - blijvend - overeen te stemmen met die van de gemeente en gecontroleerd dient te worden in hoeverre dit gerealiseerd wordt. 

Hieronder volgt een overzicht van alle verbonden partijen verdeeld over de categorieën: 

Gemeenschappelijke regelingen:

  • Stadsbank Oost Nederland
  • Omgevingsdienst Twente
  • Veiligheidsregio Twente
  • Samen Twente
  • Recreatieschap Twente
  • Crematoria Twente
  • Gemeentelijk Belastingkantoor Twente
  • Samenwerking ICT Hengelo

Vennootschappen en coöperaties:

  • Sport Oldenzaal B.V.
  • Bank Nederlandse Gemeenten
  • Twence Holding B.V.
  • Twente Milieu N.V.
  • Cogas N.V.
  • Enexis Holding N.V.
  • Dimpact (coöperatie)

Stichtingen en verenigingen:

• Stichting Werkprojecten Oldenzaal

Overige verbonden partijen:

• Bestuursovereenkomst Sociaal Economische Structuurversterking (BOKSES)

Overige samenwerkingen:

• Overig

Voor de specifieke informatie per verbonden partijen verwijzen wij u naar de subparagrafen 3.5.3.1 tot en met 3.5.3.5.

 

3.5.3.1 Gemeenschappelijke regelingen

Terug naar navigatie - - 3.5.3.1 Gemeenschappelijke regelingen
Stadsbank Oost-Nederland
Terug naar navigatie - 3.5.3.1 Gemeenschappelijke regelingen - Stadsbank Oost-Nederland
Stadsbank Oost Nederland
Informatie
1. Rechtsvorm en Vestigingsplaats
Gemeenschappelijke regeling; gevestigd te Enschede
2. Doel
Schuldhulpverlening aan burgers
Schulden belemmeren burgers te participeren. De gemeente zet schuldhulpverlening in om belemmeringen weg te nemen. Met als uiteindelijk doel het bevorderen van de arbeidsparticipatie. De Stadsbank is een gemeentelijke kredietbank als bedoeld in de Wet op het consumenten krediet. Zowel vanuit een bedrijfseconomische als een maatschappelijke optiek bezien, biedt de Stadsbank een verantwoord pakket van, al dan niet, financiële dienstverlening aan de ingezetenen in haar rechtsgebied. Met als doel de financiële weerbaarheid en redzaamheid van huishoudens te bevorderen.
Hiermee ondersteunt de Stadsbank Oost Nederland de aangesloten gemeenten bij haar gemeentelijke armoede- en minimabeleid. Dit doet zij door middel van het aanbieden van:
1. Kredieten tegen (met het oog op de Fido-doelgroep) verantwoorde rentepercentages;
2. Budgetbeheer ter ondersteuning van de stabiliteit van de financiële huishouding, zodat het (verder) oplopen van schulden kan worden voorkomen;
3. Minnelijke schuldhulpverlening ter voorkoming van maatschappelijke uitval en ter ondersteuning van de re-integratie op de arbeidsmarkt;
4. Bewindvoering in het kader van de Faillissementswet als verlengstuk van de minnelijke schuldhulpregeling,
preventie- en voorlichtingsactiviteiten gericht op het voorkomen van financiële instabiliteit en oplopen van schulden bij risicogroepen (met name jongeren en huishoudens met een laag inkomen).
3. Partijen
Gemeenschappelijke regeling samen met andere 22 gemeenten in Twente en Oost-Gelderland.
4. Bestuurlijk belang
De gemeente Oldenzaal heeft een zetel in het dagelijks en algemeen bestuur (wethouder Rob Christenhusz).
De wet gemeentelijke schuldhulpverlening schrijft de vaststelling van een beleidsplan voor. De raad wordt elk jaar geïnformeerd bij de vaststelling van het jaarverslag over het afgelopen jaar en de begroting voor het komende jaar. Daarnaast stelt de raad eens per vier jaar het beleidsplan schuldhulpverlening vast.
5. Financieel belang
Eigen Vermogen per 1 januari 2024: € 1.370.000
Eigen Vermogen per 31 december 2024 € 2.236.000
Vreemd Vermogen per 1 januari 2024 : € 12.765.000
Vreemd Vermogen per 31 december 2024 € 12.219.000.
De solvabiliteit bedraagt ultimo boekjaar 2024: 18%.
6. Prestaties – effecten
De raad ontvangt jaarlijks de ontwerpbegroting en de jaarrekening en het jaarverslag met de prestaties en effecten.
7. Voortgang
Volgen van de voortgang door maandelijkse managementrapportages.
8. Risico’s en kansen
Het is een openeindregeling. De laatste jaren nemen de kosten sterk toe.
9. Ontwikkelingen
In 2025 is lokaal verder vorm gegeven aan het klant- en resultaatgericht werken vanuit de bestuurlijk vastgestelde strategische agenda.
10. Gemeentelijke bijdrage 2025
€ 423.030
Omgevingsdienst Twente (ODT)
Terug naar navigatie - 3.5.3.1 Gemeenschappelijke regelingen - Omgevingsdienst Twente (ODT)
Omgevingsdienst Twente (ODT)
Informatie
1. Rechtsvorm en Vestigingsplaats
Gemeenschappelijke regeling; gevestigd te Almelo
2. Doel
Missie
Een veilige, gezonde omgeving voor alle inwoners in ons werkgebied. Dat is waar de Omgevingsdienst Twente uiteindelijk voor gaat. Om dat te bereiken werken we intensief samen met tal van partijen.
Visie
De Omgevingsdienst Twente werkt aan optimale bescherming en duurzame benutting van de fysieke leefomgeving; veilig wonen, werken en leven. Voor bedrijven zijn we een deskundige gesprekspartner die zoekt naar mogelijkheden die ondernemers, binnen de regels, ruimte en kansen bieden. We zijn duidelijk over wat wel en niet kan, treden professioneel op waar dat nodig is en werken proactief aan duurzame ontwikkeling.
a. Voor de Twentse gemeenten en de provincie Overijssel streven we naar een excellente uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Hierbij gaat het om voorbereiding van vergunningverlening bij meervoudige vergunningaanvragen. We vervullen de rol van zowel integraal als specialistisch adviseur en we zijn goed zichtbaar en direct benaderbaar.
b. Ketenpartners ervaren ons als een betrouwbare en rolvaste organisatie, die transparant werkt, hoge kwaliteit biedt en vanuit een open overlegcultuur samenhang brengt in tal van regels en maatregelen.
Doelstellingen
1. De OD Twente zorgt ervoor dat haar taakuitvoering voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen, onder voorwaarde dat zij daarvoor de bijbehorende financiële middelen krijgt.
2. De OD Twente levert meer kwaliteit dan de som van de huidige organisaties samen.
3. De OD Twente zorgt voor een zo eenduidig mogelijke taakuitvoering in de gehele regio, met maatwerkafspraken als het gaat om ambities en bestuurlijke keuzes van de individuele organisaties.
4. De OD Twente groeit toe naar een level playing field via een verder uit te werken Twentse norm.
5. De OD Twente moet na twee jaar na haar datum van start (dus ingaande vanaf het derde jaar) een efficiencyverbetering kunnen overleggen ten aanzien van de startsituatie. Dat wil zeggen het leveren van dezelfde productie tegen lagere kosten of het leveren van meer productie tegen gelijkblijvende kosten.
6. De OD Twente zorgt voor brede ontwikkelingsmogelijkheden voor medewerkers in termen van specialismevorming en doorgroeimogelijkheden.
7. De OD Twente zorgt voor borging van de specifieke expertise en waar mogelijk een verdere uitbouwing.
8. De OD Twente draagt bij aan verdergaande innovatie in de aanpak en organisatie van de VTH-taken.
3. Partijen
14 Twentse gemeenten en de provincie Overijssel
4. Bestuurlijk belang
Het algemeen bestuur bestaat uit vijftien bestuursleden, zijnde vertegenwoordigers van het college van gedeputeerde staten en van de colleges van burgemeester en wethouders. De leden van het bestuur hebben ieder één stem.
Burgemeester Patrick Welman is lid en voorzitter van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.
5. Financieel belang
De kosten worden verrekend onder de partijen volgens een door het algemeen bestuur vastgestelde verdeelsleutel, zoals opgenomen in de programmabegroting ODT 2025.
Eigen Vermogen 1 januari 2024: € 2.036.000
Eigen Vermogen 31 december 2024: € 3.070.000
Vreemd Vermogen 1 januari 2024: € 3.977.000
Vreemd Vermogen 31 december 2024 € 3.823.000
De solvabiliteit bedraagt ultimo boekjaar 2024: 44,5%
6. Prestaties – effecten
Met de Omgevingsdienst Twente wordt een structuur geboden waarin de partners voldoen aan de wettelijke eisen van kwaliteit, effectiviteit en robuustheid voor de uitvoering van hun VTH-taken (vergunningen, toezicht en handhaving). Tevens het realiseren van efficiencywinst, waarbij deze in de eerste plaats wordt ingezet voor kwaliteitsverbetering (kostenneutrale kwaliteitsverbetering).
7. Voortgang
Na jarenlang het voortdurend uitstellen van de inwerkingtreding van de Omgevingswet is deze per 1 januari 2024 van kracht geworden. Ondanks het eerdere uitstel van 2021 naar 2022 e.v. heeft de OD Twente de werkzaamheden rondom implementatie van de Omgevingswet volop doorgezet.
8. Risico’s en kansen
Niet van toepassing
9. Ontwikkelingen
In april 2025 heeft het ODT het ontwerp Programmabegroting 2026 t.b.v. het indienen van een zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraden. De gemeenteraad van de gemeente Oldenzaal heeft geen zienswijze ingediend.
10. Gemeentelijke bijdrage 2025
€ 737.650
Veiligheidsregio Twente (VRT)
Terug naar navigatie - 3.5.3.1 Gemeenschappelijke regelingen - Veiligheidsregio Twente (VRT)
Veiligheidsregio Twente
Informatie
1. Rechtsvorm en Vestigingsplaats
Gemeenschappelijke regeling; gevestigd te Enschede
2. Doel
Belangen behartigen op het gebied van openbare orde en veiligheid (o.a. brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskunde)
3. Partijen
14 Twentse gemeenten
4. Bestuurlijk belang
1 zetel in het algemeen bestuur (burgemeester Patrick Welman)
5. Financieel belang
De gemeente betalen hun verplichte bijdrage op basis van een boxen-systeem.
Eigen Vermogen 1 januari 2024 € 2.504.000
Eigen Vermogen 31 december 2024 € 3.389.000
Vreemd Vermogen 1 januari 2024 € 71.827.000
Vreemd Vermogen 31 december 2024 € 77.383.000
De solvabiliteit bedraagt ultimo boekjaar: 4,2%
6. Prestaties – effecten
De gemeente ontvangt jaarlijks de ontwerpbegroting en de jaarrekening en het jaarverslag met de prestaties en effecten.
7. Voortgang
Volgen van de voortgang door kwartaalrapportages
8. Risico’s en kansen
Voor de interne risicobeheersing maakt Veiligheidsregio Twente gebruik van een beleidskader “Risicomanagement en weerstandsvermogen”. Dit beleidskader voorziet in een methodiek, waarmee permanent inzicht in de ontwikkelingen rond risico’s en het daarvoor beschikbare weerstandsvermogen wordt gegeven.
9. Ontwikkelingen
De Evaluatiecommissie Wet Veiligheidsregio’s is met een advies gekomen en kan zich voorstellen dat toekomstige veranderingen zich meer richten op de maatschappij als geheel, inclusief inwoner en bedrijfsleven. Crisisbeheersing is van iedereen. Zelfredzaamheid is belangrijk en ook het maatschappelijk middenveld is een belangrijke partner. De vertaling van de evaluatie is in gang gezet en heeft 2023/2024 z’n uitwerking gekregen. Vanuit het Rijk zijn structureel middelen beschikbaar gesteld voor alle 25 veiligheidsregios, om de onderdelen crisesbeheersing en informatievoorziening te verstreken. Hiervoor is in 2023 een bestedingsplan vastgesteld, waarbij eveneens in 2025 inzet op wordt gepleegd.
Technologische ontwikkelingen vinden doorgang en worden op verschillende terreinen ingezet, bijvoorbeeld oefenen in Virtual Reality en inzet van drones voor preventie en repressie.
10. Gemeentelijke bijdrage 2025
€ 2.777.232
Samen Twente
Terug naar navigatie - 3.5.3.1 Gemeenschappelijke regelingen - Samen Twente
Samen Twente
Informatie
1.Rechtsvorm en Vestigingsplaats
Gemeenschappelijke regeling; gevestigd te Enschede
2. Doel
1. Samen Twente heeft tot doel, met inachtneming van hetgeen in deze regeling is bepaald, het in zijn rechtsgebied bewaken, beschermen en bevorderen van de gezondheid van en zorg verlenen aan de bevolking of specifieke groepen daarvan.
2. Ter verwezenlijking van het in het eerste lid genoemde doel behartigt Samen Twente de belangen op de volgende terreinen:
a. Publieke gezondheid, onder de naam GGD Twente;
b. Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning, onder de naam Organisatie voor Zorg en Jeugdhulp Twente (OZJT);
c. Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling, onder de naam Veilig Thuis Twente (VTT).
3. Samen Twente kan voor een of meer deelnemers, alsmede voor andere overheidsorganen, diensten verlenen. Een besluit hiertoe wordt unaniem genomen door het algemeen bestuur onder vermelding van de wijze van kostentoerekening en de overige voorwaarden waaronder diensten
worden verleend.
4. Het bieden van werkgeverschap en/of andere organisatorische voorzieningen ten behoeve van ambtelijke capaciteit die door twee of meer deelnemers om doelmatigheidsredenen centraal wordt gebundeld. Een besluit hiertoe wordt unaniem genomen door het algemeen bestuur onder vermelding van de wijze van kostenverrekening en de overige voorwaarden waaronder dit geschiedt.
3. Partijen
14 Twentse gemeenten
4. Bestuurlijk belang
De gemeente Oldenzaal heeft een zetel in het algemeen bestuur (wethouder Maaike Rödel)
5. Financieel belang
Eigen Vermogen per 1 januari 2024: € 4.105.000
Eigen Vermogen per 31 december 2024: € 5.119.000
Vreemd Vermogen per 1 januari 2024: € 20.789.000
Vreemd Vermogen per 31 december 2024: € 20.941.000
De solvabiliteitsratio bedraagt ultimo boekjaar 2024: 19,6%
6. Prestaties – effecten
De raad ontvangt jaarlijks de ontwerpbegroting en de jaarrekening en het jaarverslag met de prestaties en effecten.
7. Voortgang
Niet van toepassing
8. Risico’s en kansen
Geen
9. Ontwikkelingen
De gemeenteraad heeft geen zienswijze ingediend op de begroting 2026 van Samen Twente.
10. Gemeentelijke Bijdrage 2025
€ 2.122.926
Recreatieschap Twente
Terug naar navigatie - 3.5.3.1 Gemeenschappelijke regelingen - Recreatieschap Twente
Recreatieschap Twente
Informatie
1. Rechtsvorm en Vestigingsplaats
Bedrijfsvoeringsorganisatie (Kleine Gemeenschappelijke regeling); gevestigd te Enschede
2. Doel
Recreatieschap Twente heeft tot doel, met inachtneming van hetgeen in deze regeling is bepaald, het bevorderen van een evenwichtige ontwikkeling van recreatieve voorzieningen in zijn rechtsgebied.
Taken
1. Recreatieve voorzieningen:
a. bevordering van totstandkoming en instandhouding van publieke recreatieve/toeristische infrastructuur in Twente;
b. aanleg, onderhoud en beheer van publieke recreatieve/toeristische voorzieningen die hetzij op
zichzelf, hetzij in routeverband, hetzij door opname in arrangementen, een bovenlokaal
karakter hebben.
2. Overig:
a. het oprichten van onderscheidenlijk deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, voor zover dit betreft de taken en bevoegdheden als bedoeld onder 1.
3. Partijen
14 Twentse gemeenten
4. Bestuurlijk belang
De gemeente Oldenzaal heeft een zetel in het algemeen bestuur (wethouder Evelien Zinkweg)
5. Financieel belang
Eigen Vermogen 1 januari 2024: € 797.000
Eigen Vermogen 31 december 2024: € 1.566.000
Vreemd Vermogen 1 januari 2024: € 3.734.000
Vreemd Vermogen 31 december 2024: € 4.077.000
De solvabiliteit bedraagt ultimo boekjaar 2024: 25,5%
6. Prestaties – effecten
De raad ontvangt jaarlijks de ontwerpbegroting en de jaarrekening en het jaarverslag met de prestaties en effecten.
7. Voortgang
Niet van toepassing
8. Risico’s en kansen
Geen
9. Ontwikkelingen
Medio 2021 is het Recreatieschap Twente van start gegaan. De oorspronkelijke middelen t.b.v. de regio Twente zijn verdeeld over de 3 nieuw ontstane entiteiten. Naast het Recreatieschap Twente zijn dat de Bestuursovereenkomst Sociaal Economische Structuurversterking (BOKSES) en de Gemeenschappelijke regeling Gezondheid. De gemeenteraad heeft in 2024 geen zienswijze ingediend op de begroting 2025 van de BVO Recreatieschap Twente. In 2025 zal worden gewerkt aan een uitwerking van de visie voor de recreatieparken en zal de “Visie Routenetwerken Twente” worden opgesteld.
10. Gemeentelijke bijdrage 2025
€ 204.736
Crematoria Twente
Terug naar navigatie - 3.5.3.1 Gemeenschappelijke regelingen - Crematoria Twente
Crematoria Twente
Informatie
1. Rechtsvorm en Vestigingsplaats
Gemeenschappelijke regeling; gevestigd te Enschede
2. Doel
Het stichten en exploiteren van één of meer crematoria.
Zorg dragen voor continuïteit van een crematoriumvoorziening ten behoeve van het verzorgingsgebied door voortzetting van de deelneming in Crematoria Twente/Oost Nederland BV. Gestreefd wordt naar handhaving van de kwaliteit van deze crematoriumvoorziening op minimaal het huidige niveau.
3. Partijen
14 Twentse gemeenten
4. Bestuurlijk belang
Het college benoemt uit zijn midden één lid (wethouder Evelien Zinkweg) in het Algemeen Bestuur.
Jaarlijks wordt de jaarrekening van de gemeenschappelijke regeling en de B.V. ter kennisname (mogelijkheid om bedenkingen of zienswijzen kenbaar te maken) aan de raad aangeboden.
5. Financieel belang
Eigen Vermogen per 1 januari 2024 : € 2.081.000
Eigen Vermogen per 31 december 2024 € 2.563.00
Vreemd Vermogen per 1 januari 2024 € 5.262
Vreemd Vermogen per 31 december 2024 € 12.220
De solvabiliteitsratio bedraagt ultimo boekjaar 2024: 100%.
6. Prestaties – effecten
De BV Crematoria Twente/Oost Nederland BV heeft in 2025 in totaal € 375.000 aan dividend uitgekeerd aan het OLCT. Oldenzaal heeft in 2025 € 30.280 aan dividend ontvangen.
7. Voortgang
Niet van toepassing
8. Risico’s en kansen
De deelnemende gemeenten zijn gezamenlijk aansprakelijk voor het resultaat van OLCT. Het risico van de deelneming is zeer beperkt; tarieven, inkomsten en rendementen zijn stabiel. Het resultaat van de BV wordt, met inachtneming van een minimale solvabiliteit van 30% (eigen vermogen gedeeld door balanstotaal), volledig uitgekeerd aan het openbaar lichaam. Daarnaast wordt als voorwaarde gesteld dat het eigen vermogen van de vennootschap groter is dan het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal, vermeerderd met de verplichte reserves.
Vanuit oogpunt van behoedzaamheid is ervoor gekozen om het dividendbeleid af te stemmen op de financiële ontwikkeling van Crematoria Twente vooralsnog is afgesproken dat jaarlijks minimaal € 375.000 aan dividend wordt uitgekeerd.
9.Ontwikkelingen
Crematoria Twente volgt de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van lijkbezorging om hier tijdig op in te kunnen spelen. Dit levert nieuwe ambities op bij de BV die vragen om financiering, ook deels met eigen vermogen. We doelen op resomeren als nieuwe techniek om het lichaam op te lossen en duurzamer cremeren op waterstof in plaats van gas. Na uitwerking van de plannen zal hierover opnieuw besloten worden.
10. Gemeentelijke bijdrage 2025
Geen.
Gemeentelijk Belastingkantoor Twente (GBT)
Terug naar navigatie - 3.5.3.1 Gemeenschappelijke regelingen - Gemeentelijk Belastingkantoor Twente (GBT)
Gemeentelijk Belastingkantoor Twente
Informatie
1. Rechtsvorm en Vestigingsplaats
Gemeenschappelijke regeling; gevestigd te Hengelo (ov.)
2. Doel
Het heffen en invorderen van gemeentelijke belastingen en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken
3. Partijen
De gemeenten Almelo, Borne, Enschede, Hengelo, Oldenzaal, Losser en Haaksbergen.
4. Bestuurlijk belang
De gemeente Oldenzaal heeft een zetel in het dagelijks en algemeen bestuur (Evelien Zinkweg; voorzitter)
5. Financieel belang
De gemeente Oldenzaal draagt naar rato bij in de kosten van het GBT, op basis van af te nemen producten.
Eigen Vermogen per 1 januari 2024: € 1.652.000
Eigen Vermogen per 31 december 2024: € 2.886.000
Vreemd Vermogen per 1 januari 2024: € 7.689.000
Vreemd vermogen per 31 december 2024: € 10.118.000
De solvabiliteit bedraagt ultimo boekjaar 2024: 22%.
6. Prestaties – effecten
Uitgangspunt van de begroting van het GBT is budgetneutraal.
7. Voortgang
Niet van toepassing
8. Risico’s en kansen
In algemene zin heeft gemeentelijke samenwerking de voordelen van schaalvergroting (o.a. grotere efficiëntie en effectiviteit, kwaliteitsverbetering) en (regionale) afstemming zonder dat de gemeente zijn politiek-bestuurlijke autonomie verliest. Op deze manier kan onder andere de maatschappelijke betrokkenheid op peil blijven. Een nadeel van gemeentelijke samenwerking is de beperkte democratische legitimatie. Het bestuur van een gemeenschappelijke regeling wordt niet rechtstreeks door de burger gekozen.
Ten aanzien van de bedrijfsvoeringsrisico’s zijn door het GBT maatregelen getroffen om deze zoveel mogelijk te beperken. Jaarlijks wordt een sluitende begroting vastgesteld, waarop gedurende het boekjaar wordt bijgestuurd. Het GBT heeft een weerstandsvermogen waarmee incidentele knelpunten in de bedrijfsvoering kunnen worden opgevangen. Alle processen zijn beschreven conform ISO-certificering en worden jaarlijks geactualiseerd. Het GBT heeft een Intern Controleplan dat als leidraad dient voor het waarborgen van een betrouwbare gegevensverwerking door de daartoe aangewezen personen in de primaire en ondersteunende processen.
9. Ontwikkelingen
De doelen van GBTwente voor de komende jaren zijn:
• foutloos
• sneller
• goedkoper
Werken aan het proces van waarderen, heffen en innen van gemeentelijke belastingen. Om belastingen persoonlijk en begrijpelijk te kunnen maken is gestart met definiëring en voorbereiding van projecten die hieraan bij dragen. Uitgangspunt is dat inwoners zelf bepalen hoe ze contact met ons (zowel gemeenten als GBTwente) willen leggen. Het GBT wil de inwoners graag digitaal helpen waar het kan, maar persoonlijk tegemoetkomen waar dat nodig is. Daarom vindt het GBT het belangrijk te weten hoe onze (rechtstreekse) dienstverlening wordt ervaren, zodat we daar maximaal op kan worden bijgestuurd.
In april 2025 heeft het GBT de concept begroting 2026 aan de gemeenteraden gestuurd t.b.v. de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. De gemeenteraad van Oldenzaal heeft hier geen gebruik van gemaakt.
10. Gemeentelijke bijdrage 2025
€ 965.502
Samenwerking ICT Hengelo
Terug naar navigatie - 3.5.3.1 Gemeenschappelijke regelingen - Samenwerking ICT Hengelo
Samenwerking ICT Hengelo
Informatie
1. Rechtsvorm en Vestigingsplaats
Centrumgemeenteregeling gevestigd te Hengelo (ov.)
2. Doel
1. De gemeenschappelijke belangen van de deelnemers te behartigen op het gebied van Informatie- en communicatietechnologie (ICT).
2. De behartiging van de in dit artikel bedoelde belangen omvat het (ondersteunen bij het) ontwikkelen en voorbereiden van beleid op het gebied van ICT alsmede het uitvoeren van het beheer en de advisering op het gebied van ICT.
3. De organisatie van de centrumgemeente voert mede namens de overige deelnemers de taken uit en oefent de bevoegdheden uit die noodzakelijk zijn om de in lid 1 en lid 2 beschreven belangen te
behartigen voor zover de hiermee verband houdende en ten laste van de overige deelnemers komende kosten vallen binnen de daartoe door de gemeenteraden van de gemeenten Haaksbergen
en Oldenzaal en het algemeen bestuur vastgestelde begroting.
4. De beleidsbepalende bevoegdheden en de bevoegdheid om de financiële kaders vast te stellen blijven berusten bij de afzonderlijke raden en colleges van de deelnemende gemeenten respectievelijk algemeen bestuur en dagelijks van het deelnemende openbaar lichaam, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft.
5. Ter uitwerking van lid 3 maken de deelnemers binnen de kaders van deze regeling nadere afspraken over de te verrichten taken en uit te oefenen bevoegdheden en de daarbij behorende kwaliteitseisen. Deze afspraken worden opgenomen in een ICT-dienstverleningsovereenkomst. De deelnemers kunnen deze afspraken bij eensluidend besluit wijzigen.
3. Partijen
De gemeenten Haaksbergen, Hengelo, Oldenzaal en het openbaar lichaam SWB Midden Twente, waarbij Hengelo als centrumgemeente is aangewezen.
4. Bestuurlijk belang
Geen directe, betreft uitvoeringsorganisatie, die bedrijfsvoerings- activiteiten voor Oldenzaal uitvoert op basis van een DVO.
5. Financieel belang
Geen
6. Prestaties en effecten
Niet van toepassing
7. Voortgang
Niet van toepassing
8. Risico’s en kansen
Risico’s worden als laag ingeschat t.o.v. het als kleine gemeente zelfstandig uitvoeren van de door ICT-Hengelo voor Gemeente Oldenzaal uit te voeren taken.
9. Ontwikkelingen
Gemeenschappelijke regeling is aangepast aan de nieuwe Wgr.
10. Gemeentelijke bijdrage 2025
€ 1.748.214

3.5.3.2 Vennootschappen en coöperaties

Terug naar navigatie - - 3.5.3.2 Vennootschappen en coöperaties
Sport Oldenzaal B.V.
Terug naar navigatie - 3.5.3.2 Vennootschappen en coöperaties - Sport Oldenzaal B.V.
Sport Oldenzaal BV
Informatie
1. Rechtsvorm en Vestigingsplaats
Besloten Vennootschap (BV) te Oldenzaal
2. Doel
De exploitatie van sportcentrum Vondersweijde conform de gemeentelijke opdracht en beleidskaders uitvoeren tegen zo laag mogelijke kosten. De opdracht aan Sport Oldenzaal BV omvat zaken die de gemeente belangrijk acht om bepaalde maatschappelijke doelen te bereiken. Hierbij kan gedacht worden aan het geven van zwemeducatie, ruimte voor verenigingssport en specifieke doelgroepen, een toegankelijk sportcentrum voor iedere inwoner etc.
3. Partijen
Gemeente Oldenzaal
4. Bestuurlijk belang
Gemeente Oldenzaal is 100% aandeelhouder.
De directeur van Sport Oldenzaal BV wordt benoemd door de AVA.
Wethouder Evelien Zinkweg vertegenwoordigt de gemeente Oldenzaal in de AVA.
Doordat de gemeente enig aandeelhouder is, is de invloed van de gemeente op de BV aanzienlijk. De gemeente kan zowel inhoudelijk als financieel sturen en invloed uitoefenen.
De gemeenteraad wordt door middel van de paragraaf verbonden partijen bij de jaarverantwoording en de begroting geïnformeerd. Bij eventuele calamiteiten zal de raad afzonderlijk worden ingelicht.
5. Financieel belang
De BV ontvangt voor de exploitatie van het gehele sportcentrum Vondersweijde van de gemeente een jaarlijkse exploitatiebijdrage (2025 €1.288.399). De BV betaalt de gemeente voor het gebruik van het sportcentrum een jaarlijkse huurprijs (2025 €446.190).
Eigen Vermogen per 1 januari 2024: €50.000
Eigen Vermogen per 31 december 2024: €50.000
Vreemd Vermogen per 1 januari 2024: €1.243.213
Vreemd Vermogen per 31 december 2024: €473.759
De solvabiliteit bedraagt ultimo boekjaar 2024: 9,5%
We hebben een vordering van €500.000 per 31-12-2024. Deze wordt in 2026 afgelost.
6. Prestaties – effecten
Niet van toepassing
7. Voortgang
De opdracht aan Sport Oldenzaal BV is voor 2 jaar verlengd, tot uiterlijk 31 december 2025 en is vooral gericht op het stabiliseren van de exploitatie van het sportcentrum voor de toekomstige situatie.
8. Risico’s en kansen
In 2023 is een start gemaakt met de revitalisering van het sportcentrum Vondersweijde. De revitalisering zal afgerond worden in november 2024.  Deze grootschalige revitalisering is van invloed op de exploitatie van het sportcentrum en het uiteindelijk financiële resultaat. De reden hiertoe is dat het sportcentrum voor een bepaalde periode gesloten is voor de gebruikers.
Na de heropening november 2024 zijn er kansen voor Sport Oldenzaal BV. Deze  liggen met name op het gebied van uitbreiding van doelgroepen en programmeringen. Sport Oldenzaal BV is sinds maart 2016 belast met de exploitatie. De exploitatie is daarmee van een commerciële naar een meer maatschappelijke exploitatie gegaan. Dit biedt zeker kansen.
9. Ontwikkelingen
Er is een huur- en exploitatieovereenkomst met Sport Oldenzaal BV opgesteld met een looptijd tot uiterlijk 31 december 2025. In 2023 is gestart met de revitalisatie van het sportcentrum Vondersweijde, die in november 2024 is afgerond. Het komende jaar zal de focus vooral liggen op klantenbinding en verdere optimalisatie van de bedrijfsvoering.
In verband met het vertrek van de manager van de Sport BV per 1 juli 2024 zijn de taken herverdeeld binnen de organisatie. De manager functie wordt voorlopig niet ingevuld in verband met de op te stellen toekomstvisie. Deze visie zal in 2026 worden opgesteld.
10. Gemeentelijke bijdrage 2025
€ 1.288.399
Bank Nederlandse Gemeenten
Terug naar navigatie - 3.5.3.2 Vennootschappen en coöperaties - Bank Nederlandse Gemeenten
Bank Nederlandse Gemeenten
Informatie
1. Rechtsvorm en Vestigingsplaats
Naamloze Vennootschap (NV) gevestigd te Den Haag
2. Doel
De NV heeft ten doel de uitoefening van het bedrijf van bankier ten dienste van overheden.
3. Partijen
Het Rijk bezit 50% van de aandelen. De overige 50% zijn in bezit van 11 provincies, 1 hoogheemraadschap en 416 gemeenten.
4. Bestuurlijk belang
Aandeel van de gemeente Oldenzaal bedraagt 0,031%.
5. Financieel belang
De NV bank Nederlandse Gemeenten is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De gemeente Oldenzaal bezit 17.550 (0,031%) op een totaal van 55.690.720 aandelen. De nominale waarde van het aandelenpakket van de gemeente Oldenzaal bedraagt € 43.875 (17.550 x € 2,50). Het gehele bedrag aan nominale waarde is daadwerkelijk gestort. In de statuten is vastgelegd dat 43% van de winst als dividend wordt uitgekeerd. De BNG Bank is gehouden aan de regels die de Autoriteit Financiële Markten stelt aan het verstrekken van mogelijk koersgevoelige informatie. Het verstrekken van cijfers en verwachtingen over eigen vermogen en netto resultaat valt daar uitdrukkelijk onder.
BNG Bank gaat pas tot publicatie van de gerealiseerde resultaten over na behandeling van de door de externe accountant goedgekeurde jaarrekening en het voorstel tot winstuitkering door de Raad van Commissarissen.
De omvang van de balans, het eigen en vreemd vermogen en het resultaat is niet alleen afhankelijk van de economische prestaties die BNG Bank levert. Door de voorgeschreven wijze van verantwoording werken externe factoren, bijvoorbeeld economische ontwikkelingen en renteontwikkelingen, sterk in deze cijfers door. BNG Bank kan op deze ontwikkelingen geen invloed uitoefenen. Dit vormt een van de redenen waarom BNG Bank in het jaarverslag geen concrete uitspraken doet over de verwachte resultaten over het lopende boekjaar.
Eigen Vermogen 1 januari 2024 €4.721.000
Eigen Vermogen 31 december 2024 €4.777.000
Vreemd Vermogen 1 januari 2024 €110.819.000
Vreemd Vermogen 31 december 2024 €123.614.000
De solvabiliteit bedraagt ultimo boekjaar 2024: 3,7%
6. Prestaties – effecten
De afgelopen 3 jaren hebben we de volgende dividenduitkeringen ontvangen:
2023: €43.875
2024: €37.908
2025: €44.050
7. Voortgang
De BNG Bank noemt zich de bank voor het maatschappelijk belang en biedt gespecialiseerde dienstverlening aan tegen zo laag mogelijke kosten. Het streven van de bank is om een betrouwbare partner te zijn, de sterke marktpositie te behouden en de relatie met de klanten te bestendigen en waar mogelijk te verbeteren.
8. Risico’s en kansen
Niet van toepassing
9. Ontwikkelingen
Geen
Twence Holding B.V.
Terug naar navigatie - 3.5.3.2 Vennootschappen en coöperaties - Twence Holding B.V.
Twence
Informatie
1. Rechtsvorm en Vestigingsplaats
Naamloze Vennootschap (NV) gevestigd te Hengelo (ov.)
2. Doel
Het beheren en exploiteren van milieuvoorzieningen en verlening van diensten op het gebied van milieubeheersing in het algemeen en het bewerken en verwerken van huishoudelijk afval en bedrijfsafval; het produceren en leveren van (duurzame) energie en secundaire grondstoffen.
3. Partijen
Regio Twente, Attero Holding NV, Vuilverwerkingsbedrijf Noord-Groningen, Almelo, Berkelland, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand, Wierden.
4. Bestuurlijk belang
De gemeente Oldenzaal heeft een zeggenschap van 1% in Twence. Dit betreft alleen het juridisch eigendom. Het economisch eigendom is, is als gevolg van de verkoop van de aandelen Twence (4,92%) overgedragen aan de gemeenten Hengelo, Enschede en Losser. Het behoudt van dit juridische eigendom was na verkoop van de aandelen noodzakelijk om het bestaande afvalleveringscontract te kunnen blijven uitdienen tot 1 juli 2027. Op 1 juli 2027 wordt het juridisch eigendom van de aandelen (1%) overgedragen aan de gemeenten Hengelo, Enschede en Losser.
De directeur en commissarissen worden benoemd, geschorst en ontslagen door de algemene vergadering van aandeelhouders. Wethouder Evelien Zinkweg vertegenwoordigt de gemeente Oldenzaal in de AVA.
De gemeenteraad wordt door middel van de paragraaf verbonden partijen bij de jaarverantwoording en de begroting geïnformeerd. Bij eventuele calamiteiten zal de raad afzonderlijk worden ingelicht.
5. Financieel belang
Eigen Vermogen per 1 januari 2024: €169.261.000
Eigen Vermogen per 31 december 2024: €166.200.000
Vreemd Vermogen per 1 januari 2024: €109.018.000
Vreemd Vermogen per 31 december 2024: €121.319.000
De afgelopen 3 jaren hebben we de volgende dividenduitkeringen ontvangen:
2022 €302.000
2023 €797.000
2024 €293.000
2025 € 0
Vanaf 23 december 2024 heeft de gemeente Oldenzaal nog 1% zeggenschap in de onderneming. Dit betreft het juridisch eigendom. Over de boekjaren 2024, 2025, 2026 en 2027 zal Oldenzaal geen dividend van Twence ontvangen.
6. Prestaties – effecten
Volgens de jaarrekening 2024 behaalde Twence een nettoresultaat van €14,4 miljoen (2023:€9,5 miljoen).
7. Voortgang
Niet van toepassing
8. Risico’s en kansen
Het overheidsbeleid is er op gericht om verspilling en uitputting c.q. belasting van het milieu tegen te gaan. Gestreefd wordt naar een afval loze samenleving waarbij de kringloop sluitend is en alle grondstoffen weer gebruikt worden (ook wel "cradle to cradle" genoemd). Het Rijk heeft sinds 2020 een importheffing ingevoerd op het buitenlands afval. Dit heeft negatieve consequenties voor de afvalverwerkingssector in Nederland en dus ook op Twence. Doordat de import van afval is afgenomen en verder zal afnemen, dreigt er overcapaciteit te ontstaan. Uit het onderzoeksrapport van Rebel van 5 maart 2021 (in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) blijkt dat er overcapaciteit zal ontstaan in de afvalverwerkingssector. Als gevolg hiervan is volgens een ambtelijke notitie de Ambtelijke notitie – “gezamenlijke afspraak verbrandingscapaciteit”, dat de verbrandingscapaciteit in Nederland met 30% zal moeten afnemen.
De afvalverwerkingssector ziet de hoeveelheid aangeboden afval vanuit het buitenland afnemen als gevolg van de Importheffingen die door het Rijk zijn opgelegd.
9. Ontwikkelingen
Ofschoon de gemeente Oldenzaal haar aandelen op 19 december 2024 heeft verkocht, blijft Oldenzaal nog wel een risico lopen in de procedure die AVR heeft aangespannen t.a.v. de quasi-inhouse (toezichtscriterium en merendeelcriterium). De grieven van AVR gaan over de periode waar de gemeente Oldenzaal gebruik maakte van de quasi-inhouse constructie t.b.v. de afvallevering en verwerking door Twence BV.
In de BAVA van 19 december 2024 is besloten goedkeuring te verlenen aan de overdracht van de aandelen van Oldenzaal, Almelo en Twenterand aan de gemeenten Enschede, Hengelo en Losser en aan Twence Holding BV.
Economisch zijn alle aandelen overgedragen. Oldenzaal behoudt het juridische eigendom van 1 % van het aandelenkapitaal tot de beëindiging van het afvalleveringscontract (1 juli 2027).
De rechtbank heeft op 1 februari 2023 AVR in het ongelijk gesteld. AVR is in hoger beroep gegaan bij het gerechtshof in Arnhem. Daarnaast is AVR een procedure gestart t.b.v. het horen van getuigen t.b.v. het hoger beroep dat zij heeft ingesteld. Dit getuigenverhoor heeft begin 2024 plaats gevonden. Tevens is de AVR eind 2023 een 843.a procedure gestart, waarbij de Rechtbank de aandeelhoudende gemeenten heeft opgedragen om een groot aantal stukken aan AVR ter beschikking te stellen betreffende de quasi-inhouse problematiek (toezichtscriterium). Het getuigengehoor en de 843a. procedure zijn inmiddels afgerond. 26 september 2024 heeft AVR een verzoekschrift bij het gerechtshof ingediend tot een voorlopig deskundigenbericht. De mondelinge behandeling inzake dit verzoek vindt plaats op 19 maart 2025. Het Hof heeft het verzoek tot het houden van een deskundigenbericht op 13 mei 2025 afgewezen, i.v.m. strijdigheid met de eisen van een goede procesorde. De uitspraak van de Rechtbank in het kader van het hoger beroep wordt op zijn vroegst eind medio 2026 verwacht.
Twente Milieu N.V.
Terug naar navigatie - 3.5.3.2 Vennootschappen en coöperaties - Twente Milieu N.V.
Twente Milieu
Informatie
1. Rechtsvorm en Vestigingsplaats
Naamloze Vennootschap (NV) gevestigd te Enschede
2. Doel
Namens, en ten behoeve van haar aandeelhouders in het algemeen belang, werkzaam te zijn op het gebied van gemeentelijke taken, zoals inzameling van huishoudelijk afval, straatreiniging, rioolreiniging en gladheidbestrijding, evenals het werkplaatsbeheer voor het onderhoud van gemeentelijke voertuigen en machines, een en ander in de ruimste zin. De omschreven doelstelling dient te worden bereikt tegen zo laag mogelijke kosten.
3. Partijen
Gemeenten Almelo, Borne, Enschede, Hengelo, Haaksbergen, Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Wierden en Berkelland.
4. Bestuurlijk belang
De gemeente Oldenzaal heeft een zeggenschap van 5,8% in Twente Milieu NV. De directeur en commissarissen worden benoemd, geschorst en ontslagen door de algemene vergadering van aandeelhouders. Wethouder Evelien Zinkweg vertegenwoordigt de gemeente Oldenzaal in de AVA.
Gezien de oorspronkelijk beoogde doelen van de deelneming in Twente Milieu NV kan in principe worden gesteld dat deze beoogde doelen met de oprichting van Twente Milieu NV en de deelneming daarin grotendeels zijn gerealiseerd. De huidige beïnvloedingsmogelijkheden van een individuele gemeente vallen het beste als controlerend en in lichte mate als sturend te bestempelen. Van inhoudelijke en financiële beïnvloeding is nagenoeg geen sprake (meer). Inhoudelijke beïnvloeding valt gezien het zeer specifieke karakter van de materie ook niet van de gemeenten te verwachten. Van eventuele invloed op beleidsontwikkeling (invoering diftar) is echter wel sprake. Financiële invloed op bijvoorbeeld de tarieven is daarnaast als zeer marginaal te bestempelen. De markt bepaalt immers voor het overgrote deel de tarieven. De werkelijke invloed van de gemeenten moet vooral worden gezocht in de contracten die worden gesloten met Twente Milieu over het niveau van de dienstverlening (frequentie, aard, wijze waarop, enzovoort).
De gemeenteraad wordt door middel van de paragraaf verbonden partijen bij de jaarverantwoording en de begroting geïnformeerd. Bij eventuele calamiteiten zal de raad afzonderlijk worden ingelicht.
5. Financieel belang
De gemeente bezit 120 aandelen à €450,00 nominaal. De totale balanswaarde bedraagt €54.000.
Eigen Vermogen per 1 januari 2024: €12.064.004
Eigen Vermogen per 31 december 2024: €13.517.949
Vreemd Vermogen per 1 januari 2024: €15.678.621
Vreemd Vermogen per 31 december 2024:€15.274.000
De solvabiliteit bedraagt ultimo boekjaar 2024: 46%. Indien de solvabiliteit boven de 30% uitkomt zal deze verlaagd worden door middel van verlaging van de tarieven.
6. Prestaties – effecten
Niet van toepassing
7. Voortgang
In 2023 is de meerjarenstrategie 2024-2027 van Twente Milieu “vanuit de basis breder” door de AVA vastgesteld. Twente Milieu blijft inzetten op het efficiënter inrichtingen van de afvalinzamelactiviteiten en het groenbeheer. Hierbij richt Twente Milieu zich met namen op het samenwerken met partners in de openbare ruimte, serviceverhoging aan de inwoners en focus op preventie en hergebruik van afval te stimuleren.
8. Risico’s en kansen
Het opereren in de afvalmarkt is met tal van risico’s omgeven. Het valt zelfs te betwijfelen of een relatief kleine onderneming als Twente Milieu NV in staat zal blijven zelfstandig te opereren in een markt die steeds meer gedomineerd dreigt te worden door een aantal grote (markt)partijen.
De kansen zijn:
Twente Milieu kan groeien naar de rol van ondersteuner voor de gemeente in het beheer van de openbare ruimte (BOR). Oldenzaal, die vooralsnog niet haar activiteiten op het terrein van BOR bij de onderneming zal onderbrengen, loopt hierbij een risico. Immers, indien deze activiteiten voor gemeenten verlieslatend zijn, zal Oldenzaal financieel nadeel ondervinden op een activiteit die Oldenzaal niet door Twente Milieu laat uitvoeren.
9. Ontwikkelingen
In artikel 7 van de aandeelhoudersovereenkomst is bepaald dat het bestuur éénmaal per drie jaar vaststelt of de aandeelverhouding nog passend is. Op basis van de inwoneraantallen is een nieuwe verdeling gemaakt, het totaal aantal aandelen wijzigt niet. Voor de gemeente Oldenzaal is het aantal aandelen ongewijzigd gebleven.
Cogas N.V.
Terug naar navigatie - 3.5.3.2 Vennootschappen en coöperaties - Cogas N.V.
Cogas
Informatie
1. Rechtsvorm en Vestigingsplaats
Naamloze Vennootschap (NV) gevestigd te Almelo
2. Doel
Cogas Energie levert gas, elektriciteit en kabeldiensten aan consumenten en zakelijke klanten. Cogas is als netbeheerder voor elektriciteit en gas verantwoordelijk voor een ononderbroken levering. Ook is Cogas een belangrijke werkgever.
Oorspronkelijk doel was het voorzien in een dekkende en betrouwbare energie- en kabelinfrastructuur op het grondgebied van de deelnemende gemeenten. Momenteel zijn optimale instandhouding, netbeheer en leveringszekerheid belangrijke pijlers. In de tegenwoordige tijd zijn het realiseren van duurzame en innovatieve energieoplossingen belangrijke doelen geworden.
3. Partijen
9 gemeenten
4. Bestuurlijk belang
Het bestuursmodel van Cogas (directie + raad van commissarissen) voorziet niet in vertegenwoordigers van gemeenten in het bestuur van Cogas. Indirect is invloed mogelijk door het feit dat voordracht voor één lid van de Raad van Commissarissen verloopt via de Gemeente Almelo.
De huidige beïnvloedingsmogelijkheden van een individuele gemeente lopen via het aandeelhouderschap in Cogas NV en vallen het best als controlerend en in lichte mate sturend te bestempelen. Er is sprake van een lichte vorm van inhoudelijke beïnvloeding. Met name daar waar het gaat om investeringsbeslissingen op het gebied van innovatie. Wethouder Financiën (Evelien Zinkweg) vertegenwoordigt de gemeente Oldenzaal in de AVA. Jaarlijks wordt in de begroting in de paragraaf ‘verbonden partijen’ aandacht besteed aan deze verbonden partij. Daarnaast wordt de raad via raadsinformatiebrieven op de hoogte gebracht van bijzondere ontwikkelingen (bijvoorbeeld extra dividenduitkeringen).
5. Financieel belang
De gemeente Oldenzaal bezit 537 aandelen Cogas. Dat is 10,6% van het totale aandelenpakket.
2023: €1.074.000
2024: €1.074.000
2025: €1.074.000
Eigen Vermogen per 1 januari 2024: €145.458.000
Eigen Vermogen per 31 december 2024: €150.898.000
Vreemd Vermogen per 1 januari 2024: €110.955.000
Vreemd Vermogen per 31 december 2024: €109.354.000
De solvabiliteit bedraagt ultimo boekjaar 2024: 58,3%
6. Prestaties – effecten
Niet van toepassing
7. Voortgang
Niet van toepassing
8. Risico’s en kansen
Tegenvallende bedrijfsresultaten kunnen gevolgen hebben voor dividenduitkering aan Gemeente Oldenzaal. Op dit moment is de solvabiliteit ruim 58 %. De operationele winst voor belastingen van Cogas zal naar verwachting de komende jaren lager uitkomen. De belangrijkste oorzaak hiervoor is de substantiële daling van de gereguleerde tarieven over de reguleringsperiode.
Als gevolg van de energietransitie zullen de jaarlijkse investeringen ten opzichte van voorgaande jaren de komende 5 jaar met gemiddeld 30% toenemen.
9. Ontwikkelingen
Cogas heeft op 24 maart besloten om deel te nemen aan het waterstoftestveld Hyfield. Hierto wordt een juridische entiteit opgericht samen met Twente Saftey Campus (TSC). Dit is de bijdrage die Cogas levert aan de waterstof-ontwikkeling,zoals is afgesproken met alle netbeheerders. Voorts heeft Cogas in mei 2025 een intentieovereenkomst getekentd om te komen tot een regionaal Warmtebedrijf (Warmte Bedrijf Drenthe-Overijssel/ WDO). Deelnemers zijn naast Cogas, de Provincie Drenthe, Overijssel, Enexis en Rendo. Het doel van WDO is om de warmtetransitie in de beide provincies te versnellen door slagkracht te organiseren en kennis, expertise en professionaliteit te bundelen.
Enexis Holding B.V.
Terug naar navigatie - 3.5.3.2 Vennootschappen en coöperaties - Enexis Holding B.V.
Enexis Holding
Informatie
1. Rechtsvorm en Vestigingsplaats
Naamloze Vennootschap (N.V.); gevestigd te 's Hertogenbosch
2. Doel
Enexis beheert het energienetwerk voor elektriciteit en aardgas in Noord-, Oost- en Zuid-Nederland voor de aansluiting van ongeveer 2,3 miljoen klanten (huishoudens, bedrijven en overheden) voor gas en 2,9 miljoen klanten voor elektriciteit. De netbeheerderstaak is een publiek belang, wettelijk geregeld met o.a. toezicht vanuit de Autoriteit Consument en Markt.
3. Partijen
6 provinciale en 130 gemeentelijke aandeelhouders
4. Bestuurlijk belang
Het aandeel van de gemeente Oldenzaal bedraagt 0,021%.
5. Financieel belang
Enexis Holding NV x € 1.000
Per 31 december 2023
Per 31 december 2024
Eigen Vermogen
€ 5.320.000
€ 5.538.000
-       Waarvan reserves
€ 5.170.000
€ 5.538.000
Vreemd Vermogen
€ 5.140.000
€ 5.949.000
-       Waarvan voorzieningen
€ 17.000
€ 27.000
Resultaat na belasting
€ 72.000
€ 254.000
6. Prestaties – effecten
De afgelopen 3 jaren hebben we de volgende dividenduitkeringen ontvangen:
2023: €21.000
2024: € 6.645
2025: €27.481
7. Voortgang
Geen bijzonderheden
8. Risico’s en kansen
Enexis is financieel gezond. Enexis heeft de Standard & Poor's (S&P) rating A+ (Stable outlook) en bij
Moody's AA3 (stable outlook).
Het risico voor de aandeelhouders is gering omdat Enexis opereert in een gereguleerde (energie)markt, onder toezicht van de Energiekamer. Daarnaast is het risico gering in relatie tot de (intrinsieke) waarde van Enexis Holding N.V. Wettelijk is minimaal 40% eigen vermogen vereist, Enexis heeft op dit moment meer dan 50% eigen vermogen.
Een aanvullend risico is het achterblijven van de geraamde dividendinkomsten. Het risico is echter gemitigeerd middels een overeengekomen streefwaarde van €100 miljoen voor het jaarlijkse dividend.
9. Ontwikkelingen
In het voorjaar van 2024 heeft de AvA ingestemd met aanpassing van het strategisch plan (2022) in verband met de nieuwe wet collectieve warmtevoorziening (zie ook hiervoor onder Ontwikkelingen en onzekerheden). Enexis treft op basis daarvan voorbereidingen voor een actieve rol bij de ontwikkeling van initiatieven in haar verzorgingsgebied. In het strategisch plan is verder gekozen voor focus op kerntaken met drie hoofddoelen: 1. Wij sturen op maatschappelijk optimale energiekeuzes Mede richting geven aan maatschappelijk optimale keuzes voor een duurzaam, betrouwbaar en betaalbaar energiesysteem van de toekomst en een haalbare weg daarnaartoe. 2. Wij bieden iedereen altijd toegang tot energie Voor iedereen een toegankelijke, veilige energie-infrastructuur met behoud van een hoge leveringszekerheid en tegen de laagst mogelijk kosten. 3. Klanten weten wat ze aan ons hebben Transparante, betrouwbare en efficiënte dienstverlening aan klanten en marktpartijen.
Dimpact
Terug naar navigatie - 3.5.3.2 Vennootschappen en coöperaties - Dimpact
Dimpact
Informatie
1. Rechtsvorm en Vestigingsplaats
Naamloze Vennootschap (NV) gevestigd te Enschede
2. Doel
Het ontwikkelen en leveren van oplossingen voor de gemeentelijke digitale dienstverlening van publiekrechtelijke instellingen. De coöperatie heeft geen winstoogmerk.
3. Partijen
30 gemeenten
4. Bestuurlijk belang
Alle leden hebben een gelijke stem in de algemene ledenvergadering. De leden van de raad van commissarissen worden benoemd door de ledenvergadering.
5. Financieel belang
Eigen Vermogen per 1 januari 2024: €2.991.000
Eigen Vermogen per 31 december 2024: €702.863
Vreemd Vermogen 1 januari 2024: €4.586.000
Vreemd Vermogen per 31 december 2024: €7.567.000
Solvabiliteit per 31 december 2024: 8,4%
6. Prestaties – effecten
De gemeente ontvangt jaarlijks de begroting en de jaarrekening.
7. Voortgang
Niet van toepassing
8. Risico’s en kansen
Geen
9. Ontwikkelingen
Geen
10. Gemeentelijke bijdrage 2026
€ 251.472

3.5.3.3 Stichtingen en verenigingen

Terug naar navigatie - - 3.5.3.3 Stichtingen en verenigingen
Stichting Werkprojecten Oldenzaal
Terug naar navigatie - 3.5.3.3 Stichtingen en verenigingen - Stichting Werkprojecten Oldenzaal
Stichting Werkprojecten Oldenzaal
Informatie
1. Rechtsvorm en Vestigingsplaats
Stichting Werkprojecten Oldenzaal
2. Doel
Het bieden van ondersteuning aan de Gemeente Oldenzaal op het gebied van de werkvoorziening aan mensen met een arbeidsbeperking (waaronder de WSW) en de bevordering van participatie van inwoners van Oldenzaal.
3. Partijen
Gemeente Oldenzaal is oprichter van de stichting.
4. Bestuurlijk belang
De gemeente Oldenzaal vaardigt drie vertegenwoordigers (collegeleden) af in de Raad van Toezicht.
5. Financieel belang
Het resultaat van de Stichting Werkprojecten Oldenzaal wordt jaarlijks ten gunste of ten laste van de gemeente Oldenzaal gebracht. Hierdoor wordt in de jaarrekening van de Stichting Werkprojecten Oldenzaal, hetzij een vordering hetzij een schuld op de gemeente, opgenomen.
6. Prestaties – effecten
Het aangaan van (een) overeenkomst(en) van opdracht met de gemeente Oldenzaal.
Het doen verrichten van alle daarmee direct of indirect verband houdende activiteiten.
7. Voortgang
Niet van toepassing
8. Risico’s en kansen
Financieel risico wordt gelopen op de afbouw van de rijkssubsidie WSW, de loonontwikkelingen WSW en de uitvoering van de werkkostenregeling.
9. Ontwikkelingen
In 2026 wordt de groep werknemers uitgebreid met personen die in dienst zijn bij Larcom Werkleerbedrijf en onder de cao Aan de Slag vallen.
10. Gemeentelijke bijdrage 2025
€ 7.500.000

3.5.3.4 Overige verbonden partijen

Terug naar navigatie - - 3.5.3.4 Overige verbonden partijen
Bestuursovereenkomst Sociaal Economische Structuurversterking (BOKSES)
Terug naar navigatie - 3.5.3.4 Overige verbonden partijen - Bestuursovereenkomst Sociaal Economische Structuurversterking (BOKSES)
BOKSES / Twenteboard
Informatie
1.Rechtsvorm en Vestigingsplaats
Bestuursovereenkomst; gevestigd te Enschede
2. Doel
1. Het voeren van bestuurlijk overleg ten behoeve van het voorbereiden, het afstemmen en het terugkoppelen van de inbreng van de gemeenten in het bestuur van de Twente Board.
2. Het voeren van bestuurlijk overleg over (de afstemming van) het lobbyen van de gemeenten bij provincie, Rijk, de Europese Unie en andere (semi)overheden en haar organisaties ten behoeve van de sociaal economische structuurversterking en andere door het bestuurlijk overleg gekozen.
3. Partijen
14 Twentse gemeenten
4. Bestuurlijk belang
De colleges van de gemeenten Tubbergen, Dinkelland, Oldenzaal en Losser bepalen gezamenlijk welke gemeente namens deze 4 NOT-gemeenten een bestuurder afvaardigt in de Twenteboard.
5. Financieel belang
Eigen Vermogen per 1 januari 2024: € 24.000
Eigen Vermogen per 31 december 2024: € 36.000
Vreemd Vermogen per 1 januari 2024: € 9.142.000
Vreemd Vermogen per 31 december 2024: € 10.259.000
De solvabiliteit bedraagt ultimo boekjaar 2024: 0,3%
6. Prestaties – effecten
De raad ontvangt jaarlijks de ontwerpbegroting en de jaarrekening en het jaarverslag met de prestaties en effecten.
7. Voortgang
Niet van toepassing
8. Risico’s en kansen
Geen
9. Ontwikkelingen
Medio 2021 is BOKSES van start gegaan. De oorspronkelijke middelen t.b.v. de regio Twente zijn verdeeld over de 3 nieuw ontstane entiteiten. Naast de Bestuursovereenkomst Sociaal Economische Structuurversterking (BOKSES) zijn dat het OLG en het Recreatieschap Twente.
10. Gemeentelijke Bijdrage 2025
€ 329.385

3.5.3.5 Overige samenwerkingen

Terug naar navigatie - - 3.5.3.5 Overige samenwerkingen

Overzicht (informele) samenwerkingen
Hieronder vindt u een overzicht van vrijwillige coalities, overlegorganen, netwerkorganisaties en overige samenwerkingen met of zonder onderliggende overeenkomst die Oldenzaal is aangegaan:

Sociale Recherche Twente (14 gemeenten)
Sociale recherche doet onderzoek naar fraude met sociale voorzieningen (zoals uitkeringen); ze zijn Buitengewoon Opsporingsambtenaren (BOA's) met uitgebreide bevoegdheden, zoals het verhoren van mensen, huiszoekingen, observaties (posten) en het verzamelen van informatie, om te onderzoeken of iemand onterecht een uitkering ontvangt. Hun werk leidt tot rapporten voor de deelnemende gemeenten en kan leiden tot boetes, terugvordering van geld, of zelfs strafrechtelijke vervolging door het Openbaar Ministerie (OM). Gemeente Almelo is de uitvoeringsorganisatie.

Juridisch: Bestuursovereenkomst

Gemeentelijke betrokkenheid: Ambtelijke begeleidingsgroep, met uit iedere gemeente een ambtelijk deelnemer.

Financiën: 66.000

 

PHA Portefeuillehoudersoverleg Arbeidsmarkt
Samenwerking tussen de 14 Twentse gemeenten en het UWV. Het PHA neemt beslissingen over de publieke arbeidsmarktmiddelen en het publieke regionale arbeidsmarktbeleid. Daarnaast is het PHA een voorbereidend bestuurlijk overleg voor het Bestuurlijk Werkbedrijf/Regionaal beraad. In het PHA wordt het standpunt van de publieke partijen (gemeenten en UWV) bepaald als het gaat om Twentse publiek-private arbeidsmarktmiddelen en Twentse publiek-private arbeidsmarktbeleid.

Juridisch: Samenwerkingsovereenkomst

Bestuurlijk: Rob Christenhusz

Financieel:  n.vt.

 

Werkcentrum Twente (14 Twentse gemeenten)
Uitvoeringscentrum van de Arbeidsmarktregio. Vanaf 2026 moet iedere arbeidsmarktregio een Werkcentrum hebben). Dit is een loket voor werkzoekenden, werkgevers en werkenden om een beroep te doen op de dienstverlening met betrekking tot werk. Via het Werkcentrum worden mensen begeleid naar de juiste dienstverlening. In Twente is de eerste stap gezet door de dienstverlening van Leerwerkloket Twente, Regionaal Mobiliteitsteam Twente, het Twents Fonds voor Vakmanschap en Werkplein Twente samen te voegen. De dienstverlening blijft hetzelfde en wordt hierdoor geoptimaliseerd. 2025 was een overgangsjaar en is alles voorbereid om vanaf 1 januari 2026 (onder voorbehoud) de dienstverlening vanuit het nieuwe label aan te bieden.

Juridisch : Samenwerkingsovereenkomst (wordt voorbereid)

Bestuurlijk.: Rob Christenhusz (1 van de 5 DB-leden)

Financieel; Wordt rechtstreeks gefinancierd door het Rijk (Enschede)

 

Twentse Koers (14 Twentse gemeenten Menzis, Provincie Overijssel en Samen Twente)
Twentse Koers is een strategische samenwerking tussen de veertien Twentse gemeenten, zorgverzekeraar en zorgkantoor Menzis, GGD Twente en provincie Overijssel. Doel van de samenwerking is om de gezondheid van de Twentse inwoners te versterken en ondersteuning en zorg voor alle inwoners beschikbaar, betaalbaar en toegankelijk te houden.

Met Twentse Koers willen de deelnemers de samenwerking tussen het publieke, medische en sociale gezondheidsdomein verder versterken

De deelnemers hebben geen bevoegdheden overgedragen aan Twentse Koers. Colleges blijven bevoegd gezag

Juridisch: Samenwerkingsovereenkomst

Bestuurlijk: Petra Oude Engberink

Financieel: Wordt rechtstreeks door Rijk gefinancierd

 

Twentse Belofte  (14 Twentse gemeenten, ROC namens het onderwijs)
Binnen de Twentse Belofte werken diverse (keten)partners samen aan projecten te jongeren te ondersteunen naar onderwijs of een duurzame plek op de arbeidsmarkt.  Zij maken werkafspraken en ontwikkelen activiteiten die voortijdig schoolverlaten helpen te voorkomen.

Juridisch: Regionaal Programma; Enschede is centrumgemeente voor de arbeidsmarktregio en contactgemeente voor de doorstroompuntregio.

Bestuurlijk: Rob Christenhusz

Financieel: n.v.t

 

Bestuurlijk Overleg  Cultuurregio Twente (14 Twentse gemeenten)
De 14 Twentse gemeenten hebben samen met het culturele veld en de provincie Overijssel een Uitvoeringsprogramma voor Cultuurregio Twente opgesteld voor de periode 2023-2028. In het
Uitvoeringsprogramma staan de thema's en projecten die de komende jaren gezamenlijk worden ontwikkeld en uitgevoerd. Dit moet leiden tot meer aandacht voor en versterking van het cultuur-
aanbod in Twente en verdere samenwerking in de regio.

Juridisch: Uitvoeringsprogramma 2023-2028

Bestuurlijk: Petra Oude Engberink

Financieel: €79.987 

 

Bestuurlijk Overleg Sport en Bewegen Twente
Het geven van uitvoering aan de Twentse visie Sport en Bewegen.

Juridisch: geen

Bestuurlijk: Petra Oude Engberink

Financieel: 2024-2027 (startbudget €291.737)

 

Bestuurlijk Overleg Mobiliteit
Het Bestuurlijk Overleg Mobiliteit is ingesteld met het doel samen te werken en daardoor synergie te bereiken bij de vele maatschappelijke en economische opgaven op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid. Ook wordt er via de samenwerking op ingezet om het gezamenlijk belang beter te kunnen positioneren en adresseren bij de provincie, het Rijk en de EU. Het betreft een platform van afstemming en coördinatie.

Juridisch: Bestuursovereenkomst

Bestuurlijk: Evelien Zinkweg

Financieel: €14.000

 

Bestuurlijk Overleg Sociaal-Economische Structuurversterking (BOSS)
Het BOSS is ingesteld voor (1) het voorbereiden, het afstemmen en het terugkoppelen van de inbreng van de gemeenten in het bestuur van de Twente Board, en (2) (de afstemming van) het lobbyen van de gemeenten bij provincie, Rijk, de Europese Unie en andere (semi)overheden en hun organisaties ten behoeve van de sociaaleconomische structuurversterking en andere door het bestuurlijk overleg gekozen onderwerpen.

Juridisch: bestuursovereenkomst.

Bestuurlijk: Rob Christenhusz

Financieel: €331.737  (t.b.v. o.a. Twenteboard)

 

Twenteboard
Twente Board is ingesteld om de sociaal-economische structuur in Twente te versterken, om daarmee de economische slagkracht van de Regio Twente verder te ontwikkelen en regionale groeikansen te benutten door het bepalen van de economische strategie en het richting geven aan investeringen die aansluiten bij de koers van Twente. Daarin is een economische agenda leidend, die inzet op regionale kansrijke, meerjarige projecten en programma’s. Deelnemende organisaties zijn de veertien Twentse gemeenten, ondernemers en onderwijsinstellingen (Universiteit Twente, Saxion Hogeschool, ROC van Twente, ArtEZ University of the Arts, Zone.college).

Juridisch: Stichting

Bestuurlijk: 1 bestuurder uit het geografische cluster Tubbergen, Dinkelland, Oldenzaal (Rob Christenhusz) en Losser.

Financieel: Zie BOSS

 

Ruimtelijke Ontwikkelstrategie Twente (Provincie, 14 Twentse gemeenten)
Het doel van de ROS Twente (ruimtelijke ontwikkelstrategie Twente) is het opstellen en uitvoeren van de verstedelijkingsstrategie in samenwerking met de provincie Overijssel en het Rijk. Op bestuurlijk niveau vormt het BOSS (Bestuurlijk Overleg Sociaal-Economische Structuurversterking) schakel tussen de gemeenten en het rijksoverleg. Belangrijke mijlpalen in het proces zijn de BO MIRT- en BO Leefomgeving-momenten, waar Rijk en regio met elkaar afstemmen. De gemeente Hengelo is aangewezen als budgethouder. De gemeenteraden bepalen de koers voor de fysieke leefomgeving en zijn aan zet voor het doorvertaling van ruimtelijke uitgangspunten uit de ROS naar de lokale omgevingsvisies.

Juridisch: Loopt via BOSS

Bestuurlijk: Rob Christenhusz

Financieel:  Oldenzaal levert een bijdrage naar rato op basis van inwoneraantal van afgerond €15.000 in 2025 en 2026.

 

Districtelijk Veiligheidsoverleg en Platform IVZ
Het Districtelijk Veiligheidsoverleg (DVO) en Platform IVZ is ingesteld om onderwerpen op het gebied van bestrijding van (ondermijnende) criminaliteit en overlast, bovenlokale veiligheidsvraagstukken en sociale veiligheid te bespreken.Het doel van het Platform IVZ is om structureel regionaal samen te werken op het gebied van sociale, integrale veiligheid. In het bijzonder houdt het Platform IVZ zich bezig met de integrale beleidsvoorbereiding en advisering van het DVO.

Juridisch: Bestuursovereenkomst

Bestuurlijk:  Patrick Welman

Financieel: €9.606

 

Portefeuillehoudersoverleg Milieu, Duurzaamheid en Afval (MDA)
Het PHO MDA is ingesteld om samen te werken en daardoor synergie te bereiken bij de vele maatschappelijke opgaven op het gebied van MDA, zoals de energietransitie en circulaire economie. Ook wordt er via de samenwerking op ingezet om het gezamenlijk belang beter te kunnen positioneren en adresseren.

Juridisch: Bestuursovereenkomst

Bestuurlijk: Maaike Rodel

Financieel: €5.443

 

Regionale Energiestrategie Twente (RES)
De RES Twente werkt, net als de andere energieregio’s, aan het opwekken van hernieuwbare energie op land. Daarnaast zoekt de regio naar duurzame warmtebronnen als alternatief voor het aardgas waarmee huizen en gebouwen verwarmd worden. Het werken aan de RES vloeit voort uit het Klimaatakkoord.

Juridisch: De RES maakt onderdeel uit van de bestuursovereenkomst MDA.

Bestuurlijk: Petra Oude Engberink

Financieel: €441.527 per jaar voor de RES. Budget is beschikbaar in de periode 2024-2028.
Het totaalbedrag voor de gehele periode is € 1.766.108. Additionele middelen energie-infrastructuur voor 2024 en 2025 zijn € 390.000,- per jaar minus afdracht btw, voor het compensatiefonds.

 

Twentse Regietafel Asielinstroom (TRA)
De Twentse Regietafel Asielinstroom is ingesteld om ervaringen op het gebied van opgaven rondom asielzoekers te delen en te zoeken naar waar samenwerking kansrijk is.

Juridisch: Geen juridische vorm

Bestuurlijk: Rob Christenhusz

Financieel: N.v.t.

 

VNG Overijssel
VNG Overijssel kent vier hoofddoelen:

  1. het delen van kennis (platformfunctie op gebied van zowel het sociaal als het ruimtelijk domein)
  2. het behartigen van gezamenlijke Overijsselse belangen (adviseren, coördineren en stimuleren)
  3. het onderhouden van contact met en het informeren van de Overijsselse gemeenten (zowel bestuurlijk als ambtelijk)
  4. het faciliteren van de Overijsselse gemeenten door onder andere het verzorgen van procedures en het bieden van ondersteuning om algemene beleidsdoelen te bereiken.

Juridisch: Vereniging (Statuten)

Bestuurlijk:  E. Zinkweg, bestuur bestaat uit 2 bestuursleden (uit de functies: burgemeesters, wethouders, raadsleden en griffiers) uit een van de Twentse gemeenten.

Financieel: 6.400

 

Bestuurlijk overleg ruimte (buitengebied)  Noordoost Twente
Dit overleg is gericht op de afstemming over landelijke en agrarische dilemma’s. Daarbij wordt de samenwerking gezocht om elkaar te informeren over verschillende thema’s en om een gezamenlijke koers te bepalen en daar waar nodig een gezamenlijke reactie te geven op onderwerpen. Daarnaast wordt in dit overleg ook met andere partijen zoals het waterschap en  LTO afstemming gezocht

Juridisch: Geen.

Bestuurlijk: Rob Christenhusz

Financieel: N.v.t

 

Overleg Recreatie en Toerisme Noordoost Twente (4 gemeenten)
De vier gemeenten (Losser, Dinkelland, Tubbergen en Oldenzaal) in Noordoost Twente (NOT) nemen deel aan dit overleg. Hierin worden kansen verkend en opgepakt om binnen NOT onze recreatie en toerisme sector te versterken. Hierbij informeren we elkaar over ontwikkelingen en kansen die we zien en pakken we samen activiteiten op, zoals passend in de ambitie die we samen hebben opgesteld.

Juridisch: Geen.

Bestuurlijk: Evelien Zinkweg

Financieel: N.v.t.

 

Bestuurlijk Vrijetijds EconomieTwente
Hier wordt gesproken over de vrijetijdseconomie in Twente (Twentemarketing en de wijze van samenwerking in Twente)

Juridisch: Geen.

Bestuurlijk: Evelien Zinkweg

Financieel: N.v.t.

 

Bestuurlijk Overleg Programmeren Bedrijventerreinen
Dit overleg is gericht op te streven naar een balans in vraag en aanbod van bedrijventerreinen (bestaand en nieuw) en te voorzien in de (boven)regionale en de lokale vraag naar ruimte voor nieuwvestiging en/of uitbreiding. Daarmee wordt bijgedragen aan waarde behoud van bedrijventerreinen en een zuinig en zorgvuldig gebruik van de kostbare ruimte in onze regio. Omdat dit bij uitstek om een gezamenlijke inspanning vraagt – de economische dynamiek gaat immers over gemeentegrenzen heen – maken de gemeenten en de provincie periodiek regionale programmeringsafspraken over de ontwikkeling van bedrijventerreinen en de kaders die daarbij gelden.

Juridisch: Geen.

Bestuurlijk: Rob Christenhusz

Financieel: N.v.t.

 

Bestuurlijk Overleg Beschermd Wonen
Het BO Beschermd Wonen levert een belangrijke bijdrage aan de vertaling van de toekomstvisie van de commissie Dannenberg, namelijk om ervoor te zorgen dat “Mensen met psychiatrische en sociaalmaatschappelijke problemen vaker zelfstandig thuis kunnen wonen als adequate ondersteuning thuis beschikbaar is”. Enschede is de centrumgemeente die de regeling uitvoert.

Juridisch: Centrumgemeenteregeling.

Bestuurlijk: Petra Oude Engberink

Financieel: In de dienstverleningsovereenkomst zijn de financiële afspraken vastgelegd.

 

Bestuurlijk Overleg Wonen
In het Bestuurlijk overleg Wonen wordt de woonopgave binnen de regio Twente en provincie Overijssel gezamenlijk opgepakt. In Overijssel werken provincie, gemeenten, corporaties en marktpartijen via netwerksturing samen aan woonopgaven. Dit gebeurt onder de noemer Overijsselse Woonaanpak.

De toegevoegde waarde van het overleg zit in afstemming tussen bestuurders over woningbouwopgave en ieders bijdrage hieraan. Wethouders met wonen in hun portefeuille en vertegenwoordigers van woningcorporaties en de gedeputeerde zitten in het bestuurlijk overleg.

Het overleg wort voorbereid vanuit het Ambtelijk Overleg Wonen. Provincie faciliteert dit.

Juridisch: Geen

Bestuurlijk: Rob Christenhusz

Financieel: N.v.t

 

Stuurgroep Zorg, Veiligheid en Straf
De stuurgroep brengt de verbinding tot stand tussen zorg en veiligheid (incl. justitiële aspecten). Hierin zijn een groot aantal partijen betrokken, zoals een afvaardiging van de 14 Twentse gemeenten bestaande uit burgemeesters en bestuurders met de portefeuille 1) Publieke Gezondheid, 2) OZJT, 3) Districtelijk Veiligheidsoverleg. Maar ook maatschappelijke partners,zoals de Raad voor de Kinderbescherming, Openbaar Ministerie, Politie, Zorg- en Veiligheidshuis,Veilig Thuis Twente, Mediant/ Dimence (GGZ), Reclassering, de Dienst Justitiële Informatie en de GGD.

De Stuurgroep heeft geen besluitvormende bevoegdheid, maar kan wel voorstellen doen aan de verantwoordelijke gremia voor een effectievere en efficiëntere samenwerking. Inhoudelijk richt de stuurgroep zich als bestuurlijk platform op het leggen van verbindingen en het voorkomen van fragmentatie in aanpakken.

Juridisch: Bestuursovereenkomst

Bestuurlijk: Patrick Welman

Financieel: n.v.t.

 

Twents Waternet
Het Twents Waternet is een professioneel netwerk van 14 Twentse gemeenten, provincie Overijssel, Vitens (drinkwaterbedrijf) en Waterschap Vechtstromen.  Zij zorgen er samen voor dat het hemel- en afvalwater op een slimme mannier wordt verwerkt. Belangrijke aandachtspunten binnen de samenwerking zijn kostenbeheersing, bijdrage leveren aan een prettige leefomgeving en innovatie op het gebied van afvalwater.  Gastheerorganisatie is waterschap de Vechtstromen. Het Twents Waternet werkt op basis van een uitvoeringsplan.

Juridisch: Geen

Bestuurlijk: Evelien Zinkweg

Financieel: €3.300

 

 

 

 

 

 

3.5.4 Risico's en weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - - 3.5.4 Risico's en weerstandsvermogen

In de planning – en control documenten van de gemeente wordt aandacht besteed aan de (financiële)  risico’s die de gemeente met haar verbonden partijen loopt. Voor het risicomanagement van een verbonden partij geldt dat er een juiste verhouding moet zijn tussen behartiging van het publieke belang en het te lopen risico (continuïteit van de organisatie). Risicomanagement is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van verbonden partijen zelf. Bestuurders van verbonden partijen dienen tijdig in te spelen op  ontwikkelingen en dienen risico’s in afdoende mate te beheersen. De toezichthouders moeten dit bewaken. Een sterke governance structuur en adequaat risicomanagement dat geïntegreerd is in de gehele bedrijfsvoering, dragen bij aan het “in control” zijn van verbonden partijen.

Zie ook de paragraaf 3.8 Weerstandsvermogen en risicomanagement waarin de financiële belangen in verbonden partijen en het financieel risico aan de orde komen.

3.6. Paragraaf Grondbeleid

Terug naar navigatie - - 3.6. Paragraaf Grondbeleid

3.6.1 Visie en beleid

Terug naar navigatie - - 3.6.1 Visie en beleid

Conform de nota Grondbeleid 2020 is onze strategie op het grondbeleid voorzichtig actief. Dit beleid gebruikt de gemeente om beleidsdoelen te kunnen realiseren voor de beleidsvelden:
•    wonen
•    ruimtelijke ordening
•    leefbaarheid
•    economie
•    natuur en groen
•    verkeer 
•    sociale en maatschappelijke voorzieningen

Hiervoor zijn in de nota  de volgende doelstellingen opgenomen: 
1.    Interveniëren op de grondmarkt om het feitelijke ruimtegebruik te laten aansluiten op het maatschappelijk gewenste ruimtegebruik. Dit interveniëren gebeurt zowel  kwantitatief als kwalitatief.
2.    Bevordering van de kwaliteit van het ruimtegebruik, evenals de zeggenschap die de inwoner daarover heeft.
3.    Een eerlijke verdeling van kosten en baten die ontstaan door overheidsinterventies. Zoals wijzigingen van het omgevingsplan, buitenplanse omgevingsplan activiteiten en investeringen in de openbare ruimte.

De gemeente voert een voorzichtig actief grondbeleid met de vrijheid om situationeel te schakelen naar een faciliterend grondbeleid. Bij actief grondbeleid koopt de gemeente de grond en ontwikkelt deze ten behoeve van de nieuwe bestemming. Bij faciliterend grondbeleid wordt de ontwikkeling overgelaten aan de particuliere eigenaar c.q. de ontwikkelaar. Nadat de bestemming is gewijzigd door de gemeente inclusief wettelijke kostenverhaal kan de nieuwe bestemming worden gerealiseerd door de oude eigenaar/ontwikkelaar. Ook is nog een tussenvorm mogelijk waarbij een samenwerkingsvorm wordt gezocht die het dichtst de actieve grondpolitiek benaderd.

3.6.2 Uitvoering

Terug naar navigatie - - 3.6.2 Uitvoering

Het grondbeleid ondersteunt het ruimtelijk beleid van de gemeente. waaronder de structuurvisie en beleidsnota's (woonvisie en bedrijventerreinenvisie).

De nota Grondbeleid maakt het mogelijk om de ruimtelijke doelstellingen te realiseren. In ons grondbeleid staan de instrumenten die de gemeente hiervoor inzet.

Strategische voorraad: verwerving en waarderingsgrondslag
Verwerving is voor Oldenzaal hét instrument bij uitstek om de regiefunctie bij de ontwikkeling van projecten te voeren. Met een eigendomspositie kan de gemeente actief sturen op de programmatische en ruimtelijke ontwikkeling. Dit alles binnen kwalitatieve en financiële kaders. 

Het waarderen op de balans van door de gemeente aangekochte gronden gebeurt tegen de waarde bij huidige bestemming. Hogere aankoopkosten dekt de gemeente voor inbreng in het grondbedrijf af. De jaarlijkse rentekosten en mogelijke extra afwaarderingen worden afgedekt uit de strategische reserve.

De zo gevormde boekwaarde blijft daarmee op niveau. 1 à 2 jaar voor de start van de werkzaamheden in het plangebied start de exploitatiefase. De gemeente maakt vanaf dat moment kosten voor de ontwikkeling (planontwikkeling, bestemmingsplanwijziging). 

Reserve strategische voorraad
De reserve strategische voorraad dekt het risico over de voorraad grond binnen het grondbedrijf die nog niet in exploitatie (productie) is. De omvang van de reserve strategische voorraad stelt de gemeente elk jaar vast. Daarbij houdt zij rekening met de toekomstige ontwikkeling van Oldenzaal. De reserve strategische voorraad is van belang om actieve grondpolitiek in praktijk te brengen. Zij staat garant voor continuïteit en consistentie. En de reserve geeft maximale politieke beleidsvrijheid voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van de stad.

Bouwgrond in exploitatie
Voor elk ruimtelijk plan stelt de gemeente een grondexploitatieberekening op. Dit is een meerjarige financiële doorrekening van de kosten en opbrengsten. Deze berekening geeft (een financieel) inzicht in het geheel van activiteiten en werkzaamheden voor: 

•    verwerving; planologische wijziging
•    het bouw- en woonrijp maken; 
•    de uitgifte van gronden.

Algemene reserve grondexploitatie
De algemene reserve grondexploitaties vormt het weerstandsvermogen om algemene risico’s te kunnen opvangen. Het volume onderhanden werk en de omvang van de risico’s begrenst de omvang van deze reserve (zie paragraaf weerstandsvermogen). 

Om algemene risico’s in beeld te brengen wordt de projectenportefeuille doorlopen en een risicoparagraaf opgesteld. Risico’s worden zoveel mogelijk gekwantificeerd. Vervolgens wordt rekening gehouden met de kans dat een risico zich voordoet. Over het resultaat hiervan wordt een minimumpercentage en een maximumpercentage toegepast omdat niet alle risico’s zich gelijktijdig voor (kunnen) doen. 

De omvang van de algemene reserve grondbedrijf bedraagt minimaal:
•    1% van het volume aan onderhanden werk; 
•    15% van de omvang van de risicoparagraaf van het Grondbedrijf; 
•    en een risicobuffer van €500.000. 

De omvang van de algemene reserve grondbedrijf bedraagt maximaal: 
•    2% van het volume onderhanden werk; 
•    en 30% van de omvang van de risicoparagraaf van het Grondbedrijf.

Verliesneming
Soms heeft een project (bij de start of tijdens de loop van het project) geen sluitende grondexploitatie. Dan dekt de gemeente het tekort direct af uit de algemene reserve grondexploitatie.

Voor (deel)gebieden binnen het Masterplan Oldenzaal Centraal geldt dezelfde handelswijze. Alleen deze kosten worden gedekt uit de bestemmingsreserve Oldenzaal Centraal.

Resultaatneming
Soms sluit de gemeente een grondexploitatie af met een positief resultaat. Dit resultaat brengt de gemeente dan naar de algemene reserve grondexploitatie. Ditzelfde geldt voor tussentijdse winstnemingen. 

(Tussentijdse) winstnemingen worden gedaan op basis van de wettelijk voorgeschreven ‘percentage of completion’ methode (POC). De gemeente neemt naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst:
•    wanneer de gemeente kosten heeft gemaakt;
•    en opbrengsten realiseerde;
•    en voldoende geld in de grondexploitatie resteert voor het afdekken van risico’s in het project.

Reserve Oldenzaal Centraal (OC)
De reserve Oldenzaal Centraal is gevormd voor het herinrichten van de stationsomgeving. Het is een omvangrijk stadsvernieuwingsproject met een substantieel financieel tekort. Daarom vormde de gemeente een aparte reserve zodat realisatie mogelijk wordt. 

De reserve Oldenzaal Centraal wordt gevoed met maximaal €2  miljoen per jaar. Alleen als en voor zover het bedrijfsresultaat en de ondergrens van de algemene reserve dit toelaten. Om ongelimiteerde reservevorming te voorkomen heeft de Raad een plafond vastgesteld. Dit plafond ligt in 2025 op €6,5 miljoen vrij besteedbaar. Toevoeging aan de Reserve Oldenzaal Centraal vindt plaats op basis van het Cascademodel vanuit de Algemene Reserve Grondexploitatie

Planontwikkeling van het gebied aan de noordzijde van het spoor resteert nog. Dit betreft het gebied van het Landreben tot de parkeervoorzieningen bij het station. Daarnaast kunnen zich bij de realisatie van de ontwikkeling aan de zuidzijde van het spoor nog tegenvallers voordoen. Voor deze beide situaties kan de gemeente de reserve Oldenzaal Centraal inzetten. 

Reserve Jufferbeek Noord (JN)
In de kadernota 2022 besloot de gemeenteraad om geld in de bestemmingsreserve strategische voorraad te reserveren. Met dit geld kan de gemeente starten met verwerven van grond in het gebied “Ontmoeten en verbinden”. Op deze wijze kan de gemeente ook deze locatie actief ontwikkelen. Daarnaast kan de gemeente met dit geld overgaan tot gelegenheidsaankopen in overige delen van het plangebied.

De gemeente stelt een werkkapitaal van €500.000 per jaar beschikbaar. Dit zet de gemeente in voor:

•    strategische grondaankopen;
•    optimalisatie van (verkeer en water) voorzieningen; 
•    het afdekken van tekorten bij planvorming en/of verwerving

Ultimo 2024 zat voor Jufferbeek Noord €3.344.000 in deze reserve. In 2025 is daar €500.000 aan  toegevoegd, na bestemming van het resultaat grondbedrijf , conform de cascade.

Voordat de realisatie van een fase start, dekt de gemeente eventuele tekorten van die fase volledig af. 

Cascademodel

Voor de schematische voorstelling van de geldstromen binnen het grondbedrijf geldt het cascade-model. 

Afsluiting complexen

De gemeente sluit grondexploitaties af in de jaarrekening, wanneer:
•    de gemeente alle grond heeft verkocht;
•    en goed overziet welke werken de gemeente nog moet uitvoeren. 

Voor de nog uit te voeren werken hevelt de gemeente de middelen over naar het grondexploitatie-complex “nog af te werken exploitaties”.

Vennootschapsbelasting (VpB)

De gemeente is vennootschapsbelastingplichtig: 
•    voor activiteiten waarin zij deelneemt aan het economisch verkeer;
•    en waarbij zij zich als fiscale onderneming opstelt.

Over de fiscale winst betaalt de gemeente belasting. Het leveren van bouwgrond is VpB-plichtig. 

Nieuwe grondexploitatiecomplexen brengt de gemeente fiscaal in met een taxatie van de marktconforme waarde. Landelijk bestaat er discussie of dat de meest geëigende manier is. In de algemene risicoreserve neemt de gemeente dit risico mee. 

3.6.3 Ontwikkelingen

Terug naar navigatie - - 3.6.3 Ontwikkelingen

De markt voor bouwgrond

De vraag naar bouwgrond bleef het afgelopen jaar groot. Daarbij stegen per saldo de kosten voor de realisatie van de bebouwing bij de initiatiefnemers:

De hypotheekrente daalde weliswaar licht, echter bouwkosten bleven hoog door onder andere de grote vraag naar bouwgrond en de voortdurende oorlog in Oekraïne. Daarnaast zijn door allerlei ontwikkelingen meer onderzoeken nodig, denk bijvoorbeeld aan stikstof

In enkele gevallen was dit voor initiatiefnemers reden om de plannen aan te passen of om geopteerde kavels aan de gemeente terug te geven. Dit speelde met name voor enkele bedrijfskavels op bedrijventerrein Jufferbeek Zuid, waar ook de netcongestie op het elektriciteitsnetwerk belemmerend werkte.

Markt voor woningbouwkavels

Het afgelopen jaar zette de gemeente verder in op versnelling van de ontwikkeling van woningbouwlocaties. In 2025 is hieraan invulling gegeven door versnelling op de planning van 3 grotere woningbouwlocaties. Dit heeft in 2025 concreet geleid tot praktische realisatie en afronding van 303 woningen in ‘Gebied 9’ in de Graven Es. Het complex zal in 2026 worden afgerond en afgesloten. Complex 210 ‘De Graven Es Gravenweide’ (45 grondgebonden eengezinswoningen in projectmatige bouw en particulier opdrachtgeverschap) is inmiddels volop in aanbouw. Een deel van deze projectkoopwoningen wordt inmiddels al bewoond. Medio 2025 waren de overige 15 kavels voor particulier opdrachtgeverschap nagenoeg verkocht. Complex 211 ‘De Graven Es Gravenbeek’ (190 woningen incl. woonwagens) wordt ontwikkeld ten behoeve van woningbouw in de vrije sector en sociale huur. De bebouwing is voor zowel vrijstaande woningen en twee onder een kap woningen en rijwoningen en appartementen. De locatie is volledig bouwrijp en wordt in gedeeltes uitgegeven. De verkoop verloopt gestaag.

Om de risico’s van bijvoorbeeld een dalende marktvraag in te perken is het noodzakelijk om plannen in fases te ontwikkelen. 

Markt voor bedrijfskavels

Met name op bedrijventerrein Jufferbeek Zuid ontstond in 2025 vertraging in de uitgifte van kavels. 

De problematiek voor stikstof en de netcongestie blijft daarbij een vertragende factor. Mede als gevolg hiervan werd een deel van de geopteerde kavels op het bedrijventerrein teruggegeven. De vertraging in uitgifte kan verder verklaard worden door de gewijzigde selectiecriteria ten behoeve van de uitgifte van 4 bedrijfskavels. Gezien de mogelijke interesse in de bedrijfskavels en de kwaliteit die de gemeente op Jufferbeek Zuid en voor Oldenzaal wil realiseren, zijn de selectiecriteria op “kwaliteit van de plannen” gebaseerd. Aan de hand van de selectieprocedure en de hiervoor te hanteren selectiecriteria vindt de selectie van een koper plaats. De koper met de meeste punten krijgt de bedrijfskavel toegewezen.

Het totaal aantal beschikbare uitgeefbare kavels bedroeg ultimo 2025 5 kavels. Er is op dit moment veel belangstelling voor bedrijfskavels op bedrijventerrein Jufferbeek Zuid. Maar bovengenoemde ontwikkelingen zorgen ook voor meer onzekerheid over het moment van afname van de kavels. De gemeente gaf de meest courante kavels inmiddels uit. De verkaveling van het bedrijventerrein maakt dat nieuwe bedrijfsvestigingen zich soms wat meer naar de situatie moeten plooien. Bijvoorbeeld door een hogere prijs voor een zichtlocatie te betalen en aan hogere beeldkwaliteitseisen te moeten voldoen. 

Risicomaatregelen grondbedrijf Oldenzaal

De effecten van een eventuele crisis op de woningmarkt worden pas na enige vertraging zichtbaar. Op dit moment is de behoefte aan woningen in Oldenzaal nog onverminderd groot. Gefaseerde woningbouw beperkt het risico. De woningmarkt of de behoefte aan bedrijfskavels kan zich nadelig ontwikkelen. Het financiële effect voor de gemeente hiervan is het grootst voor de grondexploitatiecomplexen waarvoor nog veel werk uitgevoerd moet worden en nog uit te geven bouwgrondkavels beschikbaar zijn:    

·       Bedrijventerrein Jufferbeek Zuid

·       Oldenzaal Centraal Stakenbeek 2e fase

·       Gravenbeek

·       Saasvelderlaan/Kaltersweide.

De gemeente houdt in alle complexen rekening met project specifieke risico’s. Maar in bovengenoemde complexen wordt rekening gehouden met vertraging in de uitgifte door netcongestie, de hoeveelheid woningbouwkavels die op de markt komt en de grote oppervlakte van de kavels in het geval van bijvoorbeeld Kaltersweide. Door de vertraging stijgen ook nog te maken kosten. Daarnaast bevat de algemene reserve grondbedrijf een bedrag voor markt- en conjunctuurrisico’s. Met deze laatste risicopost ondervangt de gemeente ook risico’s op inkomstenderving.

1.1.1   Actuele prognose van de te verwachten resultaten van de bouwgrond in exploitatie

Per grondexploitatiecomplex ramen wij kosten en/of opbrengsten voor de looptijd van het project. Deze ramingen delen we op in jaren. Soms maken we in een jaar meer kosten dan begroot. Dan resteren minder kosten voor de volgende jaren. En andersom geldt hetzelfde wanneer we minder kosten maken dan begroot. En ditzelfde geldt voor de opbrengstenkant.

Vanaf 31-12-2025 bedragen de nog te maken kosten voor de complexen bouwgrond in exploitatie (op basis van de exploitatieopzetten 2025) € 16,3 miljoen. De opbrengsten bedragen € 32,7 miljoen. Naar verwachting kan in de totale complexen nog een resultaat worden behaald van € 6,7 miljoen. Het verschil is de boekwaarde (de gerealiseerde kosten en opbrengsten).

Gerealiseerde kosten en opbrengsten van de bouwgrond in exploitatie 

Boekwaarde 1-1-2025:                                        +                   €  2.163.000

Boekwaarde 31-12-2025:                                   +                   €  1.731.000

Grafiek kosten

Terug naar navigatie - 3.6.3 Ontwikkelingen - Grafiek kosten

Grafiek opbrengsten

Terug naar navigatie - 3.6.3 Ontwikkelingen - Grafiek opbrengsten

Actualisatie

Terug naar navigatie - 3.6.3 Ontwikkelingen - Actualisatie

De gemeente rekent grondexploitaties jaarlijks door en zet daarbij de prognose voor de werkzaamheden in een meerjarenplanning in de exploitatieopzet. Bij de jaarlijkse herziening van de exploitatieopzetten in het najaar worden alle kosten en opbrengsten geactualiseerd (voor het totaal en voor de planning op jaarbasis). Verschillen worden bij de vaststelling van de herzieningen toegelicht.

De verdeling van de inkomsten en uitgaven per jaar is slechts indicatief en wordt in de praktijk vaak door marktomstandigheden bepaald. Daarom wordt ook niet met de zogenaamde jaarschijven gewerkt. De totale exploitatie is van belang en wordt jaarlijks aan het college van B&W en de raad bij de herzieningen gerapporteerd en toegelicht. De exploitaties worden dan door de raad vastgesteld.

3.6.4 Resultaten grondexploitaties

Terug naar navigatie - - 3.6.4 Resultaten grondexploitaties

3.6.4.1 Voortgang

Terug naar navigatie - - 3.6.4.1 Voortgang

 

toelichting per complex
Terug naar navigatie - 3.6.4.1 Voortgang - toelichting per complex

Bedrijventerrein Jufferbeek Zuid 
Sinds de jaarrekening 2024 is grond uitgegeven aan 4 bedrijven met een totaal oppervlak van 1,4 ha. Hiermee resteert nog 6,6 ha. uitgeefbare bedrijfskavels. De ingeschatte fasering van de kavelverkoop is gewijzigd ten opzichte van de laatste jaarrekening. De inschatting bij de jaarrekening 2024 was dat in 2025 € 7 miljoen aan kavelverkopen zou worden gerealiseerd. Bij opmaakt van de jaarrekening  2025 bedraagt de daadwerkelijke verkoop ruim € 1,6 miljoen. De resterende kavels zijn inmiddels allemaal ‘in optie’ gegeven en de huidige inschatting is dat resterende kavelverkoop met name in 2026 en 2027 zal plaatsvinden en in 2028 zal worden afgerond. De vertraging in uitgifte kan onder ander verklaard worden door de gewijzigde selectiecriteria ten behoeve van de uitgifte van 4 bedrijfskavels. Ook de problematiek voor stikstof en de netcongestie blijft vertragend werken op de uitgifte. Gezien de mogelijke interesse in de bedrijfskavels en de kwaliteit die de gemeente op Jufferbeek Zuid en voor Oldenzaal wil realiseren, zijn de selectiecriteria op “kwaliteit van de plannen” gebaseerd. Aan de hand van de selectieprocedure en de hiervoor te hanteren selectiecriteria vindt de selectie van een koper plaats. De koper met de meeste punten krijgt de bedrijfskavel toegewezen. Dit is verwerkt in de verwachting voor de verkoopopbrengsten in de grondexploitatie.

Woningbouwkavel voor wijkers aan de Oude Oldenzaalsestraat
De locatie is gecreëerd voor ‘wijkers’ van onder andere de plannen Hanzepoort Oost en Jufferbeek Zuid. In dit complex zijn drie grote kavels (tussen 2.000 en 5.000 m²) gecreëerd met een mogelijkheid voor agrarische hobbydoeleinden (kleine weilanden). De locatie is bouwrijp gemaakt en in 2002 is de eerste kavel van 5.050 m² en in 2012 een tweede kavel van 3.775 m² verkocht. Er resteert nog 1 kavel van ca 2.080 m². De kavel blijft gereserveerd voor ‘wijkers’.

Woningbouwkavels voor wijkers op de locatie Kaltersweide
Het plangebied is in 2023 opnieuw bouwrijp gemaakt omdat het niet meer aan de eisen van de huidige tijd voldeed. In het najaar van 2024 gingen 6 kavels voor particuliere ontwikkeling aan de Kaltersweide in de verkoop (er resteren daarnaast nog 6 kavels voor wijkers). In 2025 is de verkoop van een drietal kavels gerealiseerd (2 particulier, 1 ‘wijker’). Na de gerealiseerde verkopen resteren nog 9 kavels, 4 vrije verkoop en 5 wijkerslocaties.

Kantoorkavel aan de Gerard Hollinkstraat
De laatste kantoorkavel is in 2025 verkocht. Voor de jaren 2026 en 2027 resteren nog te maken kosten voor bouw- en woonrijp maken. 

Complex 209 De Graven Es gebied 9
Gebied 9 in de Graven Es is nagenoeg gereed. De gronden zijn verkocht, alleen voor de laatste afwerking van het gebied wordt nog gering risico gelopen bij de afronding van de laatste werkzaamheden. Het complex zal in 2026 worden afgesloten. 

Woningbouwontwikkeling in De Gravenweide
De Gravenweide is in aanbouw en een vervolg op de exploitatiegebieden De Graven Es 1 t/m 9. Het betreft een relatief klein gebied. De projectontwikkelaar nam eind 2022 de grond voor de 29 projectwoningen af. Een deel van deze projectkoopwoningen wordt inmiddels al bewoond. Medio 2025 waren de overige 15 kavels voor particulier opdrachtgeverschap nagenoeg verkocht. Als gevolg van alle verkopen is het risico over de verkopen teruggebracht naar nihil. Naar verwachting zullen de resterende kosten/opbrengsten in 2026 worden gerealiseerd. 

Woningbouwontwikkeling in de Gravenbeek
Gezien de grote woningbehoefte is na gebied 10A de locatie gebied 10B Gravenbeek in ontwikkeling genomen. Het gebied is ontwikkeld ten behoeve van woningbouw in de vrije sector en sociale huur. De bebouwing is voor zowel vrijstaande woningen, twee onder een kap woningen, rijwoningen en appartementen. Het totaal uitgeefbaar gebied beslaat In totaal 48.000 m². In totaal worden er 56 woningen (incl. woonwagens) in de sociale huur gerealiseerd. Dit is 30% van het totale aantal woningen van 187. De locatie is volledig bouwrijp en wordt in gedeeltes uitgegeven. De verkoop verloopt gestaag. Van de particuliere kavels is de helft verkocht en de ondergrond voor de projectbouw is verkocht. De verkoop van de volgende en laatste fase is eind 2025 opgestart. 

Afronding van het complex Oldenzaal Centraal De Stakenbeek 1e fase
Dit complex bevindt zich in de afrondende fase. Het bouwrijp maken startte in 2015 en voerde de gemeente uit in twee delen. Aansluitend daarop werden de bouwkavels te koop aangeboden.  De kavels van beide delen zijn nagenoeg verkocht. Op dit moment staat nog 1 kavel voor vrijstaande woningen in de verkoop.  Een gemeentelijke woning is tijdelijk ingepast. Als deze vrijkomt wordt deze gesloopt en wordt de kavel aangeboden.  De opbrengst van deze kavel en de sloopkosten van de woning zijn in de exploitatie meegenomen.

Om de woningen af te schermen van het spoor zijn geluidsschermen en een geluidswal gerealiseerd. 

Aan de zijde van de Stakenbeek zijn de werkzaamheden (nagenoeg) afgerond. De beek is uitgebaggerd, de voet- en fietspaden aan beide zijden van de beek zijn gereed. De brug over de beek, een verbinding tussen Zuid Berghuizen en het plangebied, is geplaatst en in gebruik genomen en de beschoeiingen in de vorm van   schanskorven, zijn gereed. Ook het groen is zover mogelijk aangelegd.    

Het plangebied is inmiddels grotendeels woonrijp. 

Woningbouwontwikkeling in Oldenzaal Centraal De Stakenbeek 2e fase
De 2e fase van het project Masterplan Oldenzaal Centraal is gestart met het bouwrijp maken.

De herontwikkeling van de 2e fase is net zoals bij de 1e fase met name duur omdat het hier ook de herstructurering van een verontreinigd bedrijventerrein naar een woonwijk betreft. Het exploitatie tekort van de 2e fase zal ook net als de 1e fase gedekt worden uit de bestemmingsreserve Oldenzaal Centraal. Voor het realiseren van het resterende gedeelte van het masterplan zit nu €6,5 miljoen in deze reserve. Het programma voor dit plangebied betreft vooralsnog 9 vrijstaande woningen en 28 twee-onder-één-kap woningen, 50 rijwoningen, 4 patio's en 42 appartementen (133 woningen). De opstallen van, voorheen, Zwartz worden (gedeeltelijk al gesloopt) voorlopig planologisch gehandhaafd.  De gemeentelijke kantoren van, voorheen, Plasticon worden gesloopt ten behoeve van appartementen. Besluitvorming hiervoor is begin 2025 genomen. De civiele calculatie is in 2024 verfijnd en is gebaseerd op de huidige planvorming. De locatie voorheen kantoren Plasticon is toegevoegd. Tevens is in 2025 aanvullend krediet gevraagd voor €8,5 ton voor saneringswerkzaamheden en voor versteviging van de nog aan te leggen geluidswal.                                          

Herontwikkeling van het Topsportpand tot een versterkende functie in het Singelpark
Voor de ‘Ontwikkeling Singelpark Westwal’ is een concept Biedboek in voorbereiding. In het biedboek worden de ‘spelregels’ voor de openbare verkoop van de toekomstige locatie ‘Topsportpand’ geschetst. De bestaande bebouwing is gesloopt, waardoor er ruimte is ontstaan voor het Singelpark en door een kleinschalig bouwwerk terug te laten komen, kan een versterkende functie voor het Singelpark worden gehuisvest op een unieke locatie. De sloopwerkzaamheden van het ‘Topsportpand’ zijn in 2025 van start gegaan en inmiddels afgerond. Afhankelijk van de winnende inschrijving wordt invulling gegeven aan dit plangebied. Het plangebied kan daarbij in omvang nog fluctueren en ook de bestemming staat nog niet 100% vast. 

 

3.6.4.2 Risico's

Terug naar navigatie - - 3.6.4.2 Risico's

In de complexen wordt ook rekening gehouden met project specifieke risico’s. Als (een deel van) deze risico’s zich niet voordoen, zal het resultaat toenemen. Omgekeerd, als de risico’s groter zijn dan verwacht zal het resultaat afnemen. Deze resultaatverwachting is exclusief eventueel tussentijds te nemen verliezen als gevolg van bijvoorbeeld afwaarderingen van niet in exploitatie genomen gronden. Deze worden afgedekt via de reserve strategische gronden of de reserve Oldenzaal Centraal.

Tegelijkertijd is het zo dat wanneer prognoses over grondverkopen of te maken kosten afwijken van de prognose, resultaten significant kunnen afwijken.

Op het moment dat resultaten vrijvallen uit de complexen worden de middelen verdeeld aan de hand  van het zogenaamde ‘Cascade model’. Dit model vindt zijn basis in de door de Raad vastgestelde ‘Nota grondbeleid 2020’. Pas als voorzieningen zijn getroffen, reserves op niveau zijn en de algemene reserve van het grondbedrijf haar maximum overschrijdt, valt het meerdere vrij ten gunste van de exploitatie van het concern. Bij een tekort zal vanuit de algemene reserve van het concern bijgestort moeten worden.

 De gemeente houdt rekening met verliesgevende complexen die de komende jaren in exploitatie komen. Op dit moment voorzien wij dat het merendeel van de strategische voorraad tot niet winstgevende ontwikkelingen leiden. Het betreffen inbreidingslocaties met beperkte ontwikkelmogelijkheden. We sparen concreet al voor Jufferbeek Noord. Dit heeft consequenties voor het toekomstig resultaat.

Als complexen verliesgevend zijn, dekt de gemeente dit verlies af voordat zij een grondexploitatiecomplex opent. Dit deed zich voor bij de projecten van Oldenzaal Centraal 1e en 2e fase en bij de herontwikkeling van de Deurningerstraat 39 (onderdeel Singelpark).

Voor de toelichting op de risico's wordt verwezen naar paragraaf 3.8 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicomanagement.

3.6.4.3 Verwachtingen

Terug naar navigatie - - 3.6.4.3 Verwachtingen

Gronduitgifte
De grafiek over de gronduitgifte laat het grillige verloop van de grondverkopen duidelijk zien. De uitgifte van bedrijfsgrond schommelt vooral door het incidentele karakter van de verkopen. Onderstaand de grafiek verkochte (2006-2025) en prognoses grondverkopen (2026-2032).

De planningen voor de realisatie en uitgifte van de grondexploitatiecomplexen zijn voorzichtig en passen binnen de (met de provincie gemaakte) afspraken. De woningbehoeftecijfers laten zien dat de vraag de eerste jaren niet daalt. Daarom brengt de gemeente de komende tijd ook weer delen van de strategische voorraad tot ontwikkeling.

Prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie
Per grondexploitatiecomplex maakt de gemeente een raming van verwachte resultaten op basis van de ‘percentage of completion’ methode. Voor de komende jaren verwacht de gemeente de volgende resultaten te realiseren:

3.7 Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

Terug naar navigatie - - 3.7 Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen geven wij een dwarsdoorsnede van de meerjarige uitgaven voor het uitvoeren van onderhoud. Deze uitgaven zijn opgenomen in de verschillende programma’s van de begroting. Deze uitgaven worden vanuit een vooraf vastgesteld beleid uitgevoerd waarvan de uitgangspunten in deze paragraaf zijn opgenomen. 

De gemeente Oldenzaal heeft in 2025 vanuit haar verschillende programma’s diverse prestaties en ambities gerealiseerd waarbij kapitaalgoederen zijn ingezet.  Straten, wegen, bruggen en pleinen zijn onontbeerlijk voor de economische ontwikkeling van Oldenzaal en straatverlichting en de inrichting en onderhoud van het openbaar groen leveren een belangrijke bijdrage aan de (veiligheids)beleving. Allemaal voorbeelden van kapitaalgoederen die van groot belang zijn voor het realiseren van de prestaties en ambities.

Vanuit de zorg voor een structureel goed, veilig, efficiënt, duurzaam en milieubewust leef-, werk-, woon- en verblijfmilieu voor de inwoner investeren we jaarlijks veel geld in het onderhoud van kapitaalgoederen. Met beheer en onderhoud zorgen we ervoor dat de verschillenden kapitaalgoederen hun geplande levensduur halen en er geen kapitaalvernietiging plaatsvindt. 

In de programmabegroting 2025 is het operationele en financiële beleidskader weergegeven voor het onderhoud en beheer van de kapitaalgoederen. Deze paragraaf geeft inzicht in de realisatie van het beleid en de daaruit voortgevloeide financiële consequenties over het jaar 2025. 

3.7.1 Ontwikkelingen

Terug naar navigatie - - 3.7.1 Ontwikkelingen

Openbare ruimte
Het onderhoud van de openbare ruimte wordt uitgevoerd op het vastgestelde basiskwaliteitsniveau, zoals opgenomen in de diverse uitvoeringsprogramma’s voor de openbare ruimte. De werkzaamheden bestaan uit klein en verzorgend onderhoud, calamiteitenonderhoud en planmatig groot onderhoud. 

De uitvoering van onderhoudsprojecten is in 2025 minder sterk beperkt door de beschikbare financiële middelen, maar vooral door capaciteitsvraagstukken, participatietrajecten met bewoners en externe afhankelijkheden (zoals werkzaamheden van nutsbedrijven en afstemming met andere projecten). Deze factoren leiden tot langere voorbereidingstijden en fasering van projecten over meerdere jaren. Hierdoor worden een aantal onderhoudsprojecten later uitgevoerd dan oorspronkelijk gepland.

Financieel vertaalt dit zich in een verschuiving van middelen tussen begrotingsjaren. De realisatie in 2025 wordt beïnvloed door zowel budgetoverhevelingen uit voorgaande jaren als doorschuiving van middelen naar een volgend boekjaar. In 2025 zijn werkzaamheden uitgevoerd die oorspronkelijk in eerdere jaren waren gepland. Tegelijkertijd is een deel van de geplande werkzaamheden nog niet tot uitvoering gekomen, waardoor de bijbehorende middelen worden overgeheveld naar het volgende jaar.

Per saldo is hierdoor sprake van een toename van de uitvoeringsachterstand binnen het onderhoudsprogramma. Voor toekomstige projecten wordt, waar mogelijk, gewerkt met een fasering in voorbereidingskredieten en uitvoeringskredieten, zodat beter kan worden aangesloten bij de werkelijke doorlooptijd van projecten. De verwachting is dat deze tijdelijke uitvoeringsachterstand in de komende jaren kan worden ingelopen, mede doordat de financiële middelen voor de geplande maatregelen reeds beschikbaar zijn gesteld.

3.7.2 Realisatie

Terug naar navigatie - - 3.7.2 Realisatie

De gemeente Oldenzaal heeft in 2025 vanuit haar verschillende programma’s diverse prestaties en ambities gerealiseerd waarbij kapitaalgoederen zijn ingezet.  Investeringen in wegen, verkeer,  riolering,  civiele kunstwerken zijn onontbeerlijk voor de economische ontwikkeling van Oldenzaal. Investeringen in straatverlichting en de inrichting en onderhoud van het openbaar groen leveren een belangrijke bijdrage aan de (veiligheids)beleving.  Daarnaast blijven we investeren in speelvoorzieningen en sportaccommodaties zodat de inwoners van Oldenzaal kunnen bewegen in hun vrije tijd.  En blijven we investeren in (school)gebouwen. Allemaal voorbeelden van kapitaalgoederen die van groot belang zijn bij het realiseren van de prestaties en ambities. 

Vanuit de zorg voor een structureel goed, veilig, efficiënt, duurzaam en milieubewust leef-, werk-, woon- en verblijfmilieu voor de inwoner investeren we jaarlijks veel geld in het onderhoud van kapitaalgoederen. Met beheer en onderhoud zorgen we ervoor dat de verschillenden kapitaalgoederen hun geplande levensduur halen en er geen kapitaalvernietiging plaatsvindt. 

In de begroting 2025 is het operationele en financiële beleidskader weergegeven voor het onderhoud en beheer van de kapitaalgoederen. Deze paragraaf geeft inzicht in de realisatie van het beleid en de daaruit voortgevloeide financiële consequenties over het jaar 2025.

3.7.2.1 Wegen

Terug naar navigatie - 3.7.2 Realisatie - 3.7.2.1 Wegen

Product Onder het product wegen vallen alle wegen binnen en buiten de bebouwde kom. Het betreft de wegen eigendom van de gemeente. 
Totaal asfalt: 789.635 m²
Totaal elementen: 1.215.109 m², waaronder elementen rijbanen: 400.379 m², 
elementen fiets en voetpaden: 499.746 m², elementen overig: 314.984 m²
Totaal half verhard: 32.811 m², totaal onverhard:  15.405 m²
Totale lengte van de wegen in Oldenzaal bedraagt: ca. 72 km.
Doel Goed ingerichte en veilige wegen.
Beleid De gemeenteraad heeft in 2025 het Beheerplan Wegen “Inzicht in de wegbeheerstrategie en planningen” versie 2024-2027 vastgesteld. In 2025 is er een weginspectie uitgevoerd.
Uitvoering Alle onderhoudswerkzaamheden voor het asfalt worden uitgevoerd door derden. De onderhoudswerkzaamheden aan de elementverharding gebeurt door derden, aangevuld met de inzet van de eigen dienst. De werkzaamheden die uitgevoerd door derden worden conform de regels aanbesteed.
Kwaliteit De gegevens van de wegen zijn opgenomen in het wegbeheerprogramma ‘Obsurv’. In het voorjaar van 2025 zijn alle wegen geïnspecteerd (2-jarige cyclus). De onderhoudswerkzaamheden zijn, waar nodig, afgestemd op deze inspecties.
Planning/toekomst In het MJUP dat eind 2026 aan de raad zal worden aangeboden wordt de planning voor de komende 2 jaren voorgesteld. Met ingang van 2026 is aanvullend budget beschikbaar gesteld.
Budget

Het totale budget voor wegen bedraagt € 2.192.000:

- Dagelijks onderhoud wegen: budget € 1.320.000, gerealiseerd € 1.276.000
- Structureel onderhoud verhardingen: budget € 871.000,  gerealiseerd € 971.000

Totaal realisatie is € 2.247.000, een overschrijding van € 55.000.

Voor nieuwe projecten worden kredieten zoveel mogelijk onderverdeeld in voorbereidings- en uitvoeringskredieten. Dit om het geld zoveel mogelijk beschikbaar te hebben wanneer het nodig is en uitgegeven wordt.

Confrontatie

Het jaarlijks beschikbare budget in 2025 voldeed niet om al het noodzakelijk onderhoud uit te voeren.

De overschrijding op het budget voor structureel onderhoud verhardingen is te verklaren door de samenloop van niet uitstelbaar noodzakelijk onderhoud aan het busstation in het laatste kwartaal (i.v.m. verzakkingen en ernstige spoorvorming), in combinatie met een vervroegde eerste termijnbetaling voor het onderhoud van de Reininksweg.

De onderrealisatie van € 44.000 op het dagelijks onderhoud verhardingen is grotendeels toe te schrijven aan een hoger dan begroot bedrag aan ontvangen meldkosten en bijdragen aan herstel van straatwerk door nutspartijen (netto € 30.000). Het overige is te verklaren door minder kosten voor het onderhoud van straatmeubilair dan begroot.

 

Conclusie

De wegen voldoen aan het onderhoudsniveau basis. Het totaal beschikbare budget was in 2025 net niet toereikend vanwege onvoorziene omstandigheden.

 

3.7.2.2 Openbare verlichting

Terug naar navigatie - 3.7.2 Realisatie - 3.7.2.2 Openbare verlichting
Product Onder het product openbare verlichting valt alles met betrekking tot straatverlichting, aanlichten van gebouwen, monumenten en bomen
Doel
Goed ingerichte en veilige verlichting. Het verhogen van persoonlijke, sociale - en verkeersveiligheid.
Beleid

In mei 2025 heeft de gemeenteraad het beleidsplan openbare verlichting (2025-2034) vastgesteld.

Het beheersplan is vastgesteld door het college. De belangrijkste uitgangspunten zijn:

Gewenste onderhoudsniveau:
Het onderhoudsniveau 'basis' geldt voor de hele stad met uitzondering van winkelcentra/busstation en groene loper, daar geldt niveau A (conform CROW) i.v.m. representatieve uitstraling.

Verlichtingsniveaus:
De huidige verlichtingsniveaus geven geen problemen. Bij nieuwe aanleg, en indien nodig bij reconstructies, wordt aangesloten bij de aanbevelingen van de Nederlandse Stichting voor verlichtingskunde.

Vervanging
In het beleidsplan wordt aangegeven op basis van welke prioriteit masten en/of armaturen worden vervangen:
1.    Extreem verouderde lichtmasten (>50 jaar): armaturen waarvan de lampen niet meer leverbaar zijn; (Inmiddels zijn deze 
        uitgefaseerd);
2.    Lichtmasten en armaturen die niet duurzaam zijn en of ouder zijn dan 40, respectievelijk 20 jaar;
3.    Niet- energiezuinige armaturen.

Indien lampen/armaturen/masten worden vervangen wordt gekozen voor de ledlamp. In “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” zijn deze beleidsuitgangspunten overgenomen.

In 2022 is een uitvoeringsplan voor de openbare verlichting opgesteld dat aansluit op de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024”.

   
Uitvoering

Wij laten alle onderhoudswerkzaamheden uitvoeren door derden en deze worden conform de regels aanbesteed.

Kwaliteit

We bezitten een actueel overzicht van alle beheerobjecten. Een externe partij verzorgt op basis van een prestatieafspraak dat altijd minimaal 98% van de openbare verlichting brandt, en dat storingsmeldingen, binnen vastgestelde tijdsnormen worden opgelost. Oldenzaal beschikt over 8.067 lichtmasten, 8.317 armaturen en 8.499 lampen.

Planning/toekomst

In het meerjaren uitvoeringsprogramma dat eind 2022 aan de raad is aangeboden is er een planning voor vervanging opgesteld. 

Budget

Het budget voor 2025 in de begroting is € 940.787.  Dit bedrag is voor regulier onderhoud,  projecten/saneringen, calamiteiten, vandalisme en elektriciteit verbruik. 

Confrontatie

Het onderhoudsbudget is in 2025 toereikend om de openbare verlichting op het niveau te houden, zoals in het geldende beleidsplan omschreven. Realisatie is €924.026

Conclusie

Wij voldoen aan de prestatieafspraken dat 98% van de verlichting brandt. In de meerjarenuitvoeringsplanning (MJUP) is de noodzakelijke vervanging,- opgenomen passend binnen het beschikbare budget. 

 

3.7.2.3 Verkeersregelinstallaties

Terug naar navigatie - 3.7.2 Realisatie - 3.7.2.3 Verkeersregelinstallaties
Product Onder het product verkeersregelinstallaties (VRI’s) vallen de 10  VRI’s in Oldenzaal
Doel Goed ingerichte, voldoende werkende installaties en daarmee het borgen van de verkeersveiligheid.
Beleid In december 2013 heeft de gemeenteraad het beleidsplan openbare verlichting (2013-2017) vastgesteld. Hierin is het onderdeel verkeersregelinstallaties opgenomen. De VRI’s zijn aangesloten op het lichtmastennetwerk. We hanteren bij het ontwerp, beheer en onderhoud van de verkeersregelinstallaties de richtlijnen van CROW (CROW-Publicatie 213 'Handboek verkeerslichtenregelingen’). In de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” zijn tevens de VRI’s opgenomen. 
Uitvoering

Aan de VRI’s wordt uitsluitend correctief onderhoud uitgevoerd. Dit onderhoud wordt uitgevoerd door derden en is bij één onderhoudsbedrijf ondergebracht. Wij hebben hierin de regierol. Dit vraagt voldoende inzicht in de werking en functionaliteit van verkeersregel-installaties, zoals storingen en onderhoudsrondes. Medio 2025 is 1 VRI verwijderd (Bleekstraat).

Weggebruikers kunnen een storing melden via het Meldpunt Openbare Ruimte of via het digitaal loket. Met behulp van de beheerapplicatie worden de storingen uitgelezen. Voor het oplossen van (urgente) storingen in de automaatschakelkast wordt een externe onderhoudsdienst ingeschakeld.

Kwaliteit De gemeente Oldenzaal heeft 10 VRI’s in beheer (inmiddels 9). Deze installaties zijn aangesloten op het laagspanningsnet van Coteq netbeheer en hebben daardoor een relatie met de openbare verlichting. Er wordt uitsluitend correctief onderhoud uitgevoerd. 
Planning/toekomst n.v.t
Budget

Het onderhoudsbudget in 2025 was € 36.842.

Confrontatie

Beheer en onderhoud in 2025 is uitgevoerd binnen de uitgangspunten van het geldende beleidsplan. Realisatie 2025:  € 39.753

Conclusie Waar nodig wordt aan de  VRI’s  onderhoud gepleegd. Het budget 2025 was toereikend.

 

3.7.2.4 Civieltechnische kunstwerken

Terug naar navigatie - 3.7.2 Realisatie - 3.7.2.4 Civieltechnische kunstwerken
Product De in Oldenzaal te beheren civieltechnische kunstwerken zijn te verdelen over de groepen: houten bruggen, betonnen bruggen, stalen bruggen, duikers, tunnels, keerwanden & muren en overige.
 Doel De civieltechnische kunstwerken moeten heel en veilig zijn.
 Beleid Op 4 februari 2010 heeft de gemeenteraad het beleid voor het beheer van de kunstwerken vastgesteld (Planperiode 2010-2020). In het plan is beschreven hoe de kunstwerken planmatig in stand moeten worden gehouden. Daarbij heeft de raad ervoor gekozen kunstwerken te beheren volgens het scenario heel en veilig. Deze scenario’s van beheer gelden nog steeds. In de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” zijn ook de Civieltechnische kunstwerken opgenomen. 
Uitvoering Wij laten alle onderhoudswerkzaamheden uitvoeren door derden, aangevuld met eigen dienst. De werkzaamheden worden conform de regels aanbesteed. In 2025 hebben we een aantal onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Een groot deel van het budget is gebruikt voor het opnieuw aanleggen van de keermuren van de Brandvijver. Ook hebben we een deel van het leuningwerk van het viaduct aan de Spoorstraat geschilderd. Een ander groot project tenslotte was het vervangen van een houten brug aan de Hulsbekenkamp.
Kwaliteit De inspectie van kunstwerken is uitbesteed aan een extern deskundig bureau. Zij beheren ook de inspectie gegevens via het programma iASSET. In  het najaar 2024 is er een nieuwe inspectieronde uitgevoerd. Ook wordt incidenteel gebruik gemaakt van een betontechnisch adviesbureau. Aan de hand hiervan is het uitvoeringsprogramma voor de komende 2 jaar opgesteld. In 2026 zal het onderhoud op basis van dit programma worden uitgevoerd.  De staat van de civieltechnische kunstwerken is redelijk.
Planning/toekomst Het aantal kunstwerken is de laatste jaren uitgebreid van 74 naar ruim 100 objecten. De recente areaaluitbreidingen betreffen nieuwe civiel technische kunstwerken en die vragen nu nog relatief weinig onderhoud. De uitkomsten van de inspectieronde van het najaar 2024 en de daaruit volgende meerjaren planning die voor de komende periode wordt opgesteld zijn op het moment van schrijven nog niet beschikbaar. De verwachting is echter dat het budget toereikend is. Volgende inspectierondes zullen  meer inzicht moeten geven in de benodigde (extra) middelen om het noodzakelijke onderhoud voor de komende jaren uit te kunnen voeren.
Budget

Het budget voor het noodzakelijke onderhoud bedraagt in 2025 € 94.085

Confrontatie Het beschikbare bedrag voor 2025 was toereikend.  Realisatie 2025: € 94.219
Conclusie
De staat van de civieltechnische kunstwerken is redelijk het budget is voor 2025 voldoende geweest.

 

3.7.2.5 Openbaar Groen

Terug naar navigatie - 3.7.2 Realisatie - 3.7.2.5 Openbaar Groen
Product Onder het product openbaar groen vallen bomen, heesters, grassen, water en paden/(half)verhardingen
Doel
De aanwezigheid van goed onderhouden openbare groen, draagt bij aan de leefbaarheid en een gevoel van veiligheid voor onze inwoners. De kwaliteit van de openbare ruimte draagt bij aan de aantrekkelijkheid van onze stad. 
Beleid

Begin 2016 heeft de gemeenteraad het visiedocument op het openbaar groen “Anders kijken anders doen in het openbaar groen”, voor de planperiode 2015-2025 vastgesteld. In het visiedocument is beschreven hoe het openbaar groen de komende jaren onderhouden wordt. Het onderhoudsniveau van het openbaar groen in Oldenzaal is B ( beeld/kwaliteit conform CROW systematiek). Voor enkele delen, zoals de binnenstad, wordt op een A-niveau onderhouden. Biodiversiteit en duurzaamheid blijven uitgangspunten voor het toekomstig beheer en ontwerp van de groene ruimte. In 2017 is door de gemeenteraad de groenstructuurvisie vastgesteld waarin ook het beleid voor de bomen in Oldenzaal is opgenomen. In de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020- 2024” is ook het openbaar groen opgenomen.

Uitvoering

Wij laten beheer- en onderhoudswerkzaamheden hoofdzakelijk uitvoeren door de eigen dienst. waarbinnen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werkzaam zijn. Daarnaast wordt een deel van de werkzaamheden uitgevoerd door derden. Dit gebeurt via aanbestedingen. Tot slot blijven wij inwonerinitiatieven voor (openbaar) groen stimuleren. Hierbij krijgen de inwoners steeds nadrukkelijker een rol in aanleg, beheer en onderhoud.

Kwaliteit

Het openbaar groen wordt standaard onderhouden op een CROW-beeldkwaliteit niveau B (Basis), uitgezonderd het stadscentrum en de begraafplaatsen (niveau A). Hiermee wordt de leefbaarheid, de vitaliteit, de veiligheid en de aantrekkelijkheid van de stad op het gewenste niveau gehouden.

We hebben vanuit de verschillende visies, uitgangspunten zoals biodiversiteit, duurzaamheid en participatie steeds meer vorm  gegeven. We hebben groenstructuren aan elkaar gekoppeld en zullen blijven zoeken naar mogelijkheden om dit op meerdere locaties te doen. Om het kwaliteitsniveau van het openbaar groen te controleren wordt maandelijks een schouw uitgevoerd. Dat is inclusief onkruid op elementverharding. Deze schouw wordt digitaal verwerkt met ons eigen beheersysteem van Obsurv. Waar nodig wordt direct gestuurd op de uitvoering. Binnen Obsurv is ook een module voor het bomenbestand opgenomen. Hierin worden de controles en de vervolgacties bewaakt. De boominspecties worden uitgevoerd via het programma GRIB 2.0.

Planning/toekomst Zowel in het dagelijks beheer en onderhoud van het openbaar groen, maar ook bij grootschalige renovatie, wordt er zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de overige aanpassingen in de openbare ruimte, waardoor een zo integraal mogelijke aanpak wordt nagestreefd. De planning hierin wordt in het meerjarenuitvoeringsprogramma (MJUP) gepresenteerd. De daadwerkelijke realisatie gebeurt middels een uitvoeringsplan. Jaarlijks zal het proces van inspectie, inventarisatie vervolgacties en uitvoering plaatsvinden.
Budget

De onderhoudsbudgetten voor 2025 bedragen: 

Openbaar Groen:
Begroot € 1.460.000 
Realisatie: € 1.142.211.

Bomen: 

Begroot: € 221.000
Realisatie: € 208.574.

Confrontatie

Het budget voor 2025 voor het openbaar groen is toereikend voor het uitvoeren van het reguliere onderhoud op het bestaande kwaliteitsniveau. 

Er is sprake van een incidenteel voordeel in de lasten in verband uitstel van werkzaamheden als gevolg van koude/ vorst omstandigheden eind 2025. Daardoor zijn er een aantal vergroeningsprojecten (nog) niet  uitgevoerd (of uitgesteld). De vertraagde werkzaamheden worden in 2026 hervat. 

Conclusie

Het openbaar groen voldoet aan het afgesproken onderhoudsniveau en wordt geborgd door periodieke schouw. 

 

3.7.2.6 Speelvoorzieningen

Terug naar navigatie - 3.7.2 Realisatie - 3.7.2.6 Speelvoorzieningen
Product Onder het product speelvoorzieningen vallen speelplekken in de openbare ruimte en speelplekken bij de scholen.
Doel Goed ingerichte en veilige speelplekken die een stimulans zijn voor ontmoeten en spelen.
 Beleid In 2016 is door de gemeenteraad het speelbeleid Oldenzaal 2016 – 2025 vastgesteld. Uitgangspunten in dit plan zijn onder andere meer aandacht voor natuurlijk spelen en ruimte voor buurtparticipatie. Het speelbeleid is in 2020 verder uitgewerkt in het ‘Beheersplan Spelen’.
Op de 126 speelplekken zijn in totaal 727 speeltoestellen aanwezig. 
Uitvoering De beheers- en onderhoudswerkzaamheden en de aanschaf van nieuwe speeltoestellen worden door het Team Buitenbeheer uitgevoerd.
Kwaliteit De speeltoestellen (ook bij natuurlijk spelen) moeten voldoen aan het warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen(WAS). Hierin is aangegeven hoe om te gaan met onderhoud en vervanging. Minimaal 1x per jaar (scholen 2 x per jaar) worden de speeltoestellen geïnspecteerd en de bevindingen worden vastgelegd in inspectierapporten in het systeem ABS-spelen. Eens per 5 jaar worden er nulmetingen door externen verricht. De data en de logboeken zijn actueel en betrouwbaar. 
Planning/toekomst In 2020 is het beheersplan opgesteld en vormt de basis voor langdurige afspraken over de werkprocessen voor het beheer en het onderhoud van de speeltoestellen in de openbare ruimte en bij de scholen. Uitgangspunt is dat er een kwalitatief goed en veilig speelaanbod is dat duurzaam in stand kan worden gehouden. Daarnaast geeft het beheersplan inzicht in de kosten en de daarvoor benodigde budgetten, kredieten en reserves.
Budget

Openbare ruimte
Het opgestelde beheersplan spelen geeft inzicht in de kosten en de daarvoor benodigde budgetten, kredieten en reserves voor de langere termijn.
Voor 2025 is een budget opgenomen van € 77.532 voor het uitvoeren van inspecties en herstelwerkzaamheden aan de toestellen in de openbare ruimte. In 2025 is €49.817 uitgegeven voor inspecties en herstelwerkzaamheden. Deze onderschrijding is veroorzaakt doordat minder herstelwerkzaamheden nodig waren. Voor de aanschaf van nieuwe speeltoestellen in de openbare ruimte is voor 2025 een krediet beschikbaar van € 99.000.  Voor 2025 is een bedrag van € 104.000 uitgegeven voor de aanschaf van nieuwe speeltoestellen. 

Scholen
Voor de basisscholen is een bedrag opgenomen voor onderhoud van € 12.000 en € 33.000 voor vervanging van toestellen (kostenplaats 656015002 en dekking via de Reserve speeltoestellen scholen). In 2025 is €21.000 uitgegeven voor onderhoud en vervanging. Deze onderschrijding is ontstaan door minder benodigde herstelwerkzaamheden en doordat minder speeltoestellen zijn vervangen.

Confrontatie

Het voor 2025 beschikbaar budget is aangewend voor reparatie en onderhoud van de speeltoestellen. Daarnaast zijn er investeringen gedaan voor de aanschaf van nieuwe toestellen. Het in 2020 vastgestelde beheersplan is onder andere opgesteld om de benodigde investeringen in de toekomst te borgen. 

Conclusie

De speeltoestellen voldoen aan het Warenwet besluit Attractie en speeltoestellen. Het speelbeleid 2016-2025 wordt uitgevoerd. 

 

3.7.2.7 Riolering

Terug naar navigatie - 3.7.2 Realisatie - 3.7.2.7 Riolering
Product   Riolering
Doel   Oldenzaal wil de beschikking hebben over een goed functionerend rioolstelsel, waardoor we gezondheidsrisico’s zoveel mogelijk beperken. Daarnaast heeft riolering een belangrijke rol in het klimaatadaptief maken van Oldenzaal.
Beleid

 

Op 14 december 2021 heeft de gemeenteraad het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 (GRP) vastgesteld voor de periode van 5 jaren. 
Hierin zijn de zorgplichten voor hemel-, grond- en afvalwater opgenomen. Via jaarlijkse voortgangsnotities wordt het bestuur op de hoogte gehouden van actualiteiten binnen de rioleringszorg.

In het Meerjarenuitvoeringsplan Openbare Ruimte (MJUP) heeft de riolering een belangrijke inbreng en maakt  daarmee deel uit van een integrale aanpak van de openbare ruimte.

Uitvoering   Door projecten uit te voeren, het bewustzijn te vergroten door goede communicatie, de kwaliteit in stand te houden door goed risico gestuurd beheer en onderhoud wordt invulling gegeven aan de visie, doelen en ambities uit het GRP en MJUP. De werkzaamheden worden door onze eigen teams Realisatie en Buitenbeheer uitgevoerd, maar ook door aannemers.
Kwaliteit   Kwaliteitsniveau B Basis is uitgangspunt. Voor de gemeente Oldenzaal is het beeld dat de riolering in redelijke staat verkeert en dat er weinig achterstallig onderhoud is. De wijk Glinde-Hooiland heeft veel verouderde riolering. Door middel van het wijkverbeterplan Glinde-Hooiland wordt dit komende jaren integraal aangepakt. Er is reeds begonnen met de rioolvervanging en aanleg van blauwe aders in de  Primulastraat en Gammelkerstraat in 2025. In dit kader moet ook de toestand van de riolering in Zuid Berghuizen vermeld worden. Inspecties laten zien dat ook hier de toestand van de riolering minder wordt; vooralsnog zetten we hier in op relining en zullen we de toestand de komende jaren goed monitoren. Voor een betere monitoring hebben we inmiddels het programma Rasmariant in gebruik genomen. Met dit systeem kan beter worden geanalyseerd welke riolering welk onderhoud nodig heeft en op welke termijn.
Planning/toekomst   In de jaarlijkse voortgangsnotitie wordt per situatie omschreven welke doelen we stellen en door middel van welke strategie en maatregelen de gestelde doelen worden verwezenlijkt. Speerpunten daarbij zijn samenwerken in de waterketen, inzet op duurzaamheid en klimaatverandering. Komende jaren ligt de focus op de wijk Glinde-Hooiland. Over enkele jaren willen we een wijkgerichte aanpak voor Zuid Berghuizen ontwikkelen. De enorme hoosbuien die plaatshadden in juli 2024 met de daaruit voortvloeiende gevallen van wateroverlast noopt ons de komende tijd kritisch te kijken naar de te nemen maatregelen in klimaatadaptatie. Voor nieuwe projecten worden kredieten zoveel mogelijk onderverdeeld in voorbereidings- en uitvoeringskredieten. Dit om het geld zoveel mogelijk beschikbaar te hebben wanneer het nodig is en uitgegeven wordt.
Budget

 

Structurele lasten voor de uitvoering van het GRP zijn opgenomen in de meerjarenbegroting en worden gedekt uit het rioolrecht. De voor beheer en onderhoud van het huidige stelsel benodigde middelen zijn beschikbaar. Het budget voor 2025 bedroeg € 1.517.000 voor Dagelijks onderhoud riolering (672201). 

Daarnaast € 4 miljoen voor nieuwe investeringen. Hier zien we dat het lastig is dit bedrag (geheel)  binnen de geldende jaarschijf te benutten. Enerzijds doordat projecten een steeds langere doorlooptijd krijgen (bijv. vanwege langdurige nutstrajecten en omgevingsparticipatie). Anderzijds omdat we vanwege aanbestedingen de bedragen wél vooruitlopend beschikbaar moeten hebben. 

 

Confrontatie

 

Het budget voor Dagelijks onderhoud riolering (672201) heeft een kleine onderschrijding (Realisatie € 1.463.000, onderschrijding €54.000). Grotendeels verklaard door langere doorlooptijden i.v.m. nuts.

Voor investeringen was € 4.000.000 beschikbaar. Hiervan is € 3.074.000 besteed. Het verschil wordt vrijwel volledig verklaard door vertraging in het project Haerstraat (€ 700.000). Dit project is vertraagd door externe factoren (nuts en participatie) én voortschrijdend inzicht op de scope van het project. Het resterende niet uitgegeven budget is verdeeld over verschillende projecten die in voorbereiding waren voor uitvoering in 2026 (bijv. Bentheimerstraat / Alleeweg en de Zeeheldenbuurt)

Conclusie

 

De riolering voldoet aan het onderhoudsniveau. Veel projecten zijn gerealiseerd. Enkele hebben vertraging opgelopen vanwege externe factoren, zoals de Haerstraat en Glinde-Hooiland Zeeheldenbuurt.

 

3.7.2.8 Schoolgebouwen

Terug naar navigatie - 3.7.2 Realisatie - 3.7.2.8 Schoolgebouwen
Product Onder het product schoolgebouwen vallen de schoolgebouwen voor het primair onderwijs binnen de gemeentegrenzen, voor zover de gemeente verantwoordelijk is voor de huisvesting op grond van de Wet op het primair onderwijs (WPO). Hierbij gaat het alleen om scholencomplex De Essen, bestaande uit basisschool De Esch en Openbare Basisschool (OBS) De Linde. De gemeente is als juridisch eigenaar van dit gebouw alleen nog verantwoordelijk voor het onderhoud aan dit gebouw. Bij de overige schoolgebouwen is het schoolbestuur vanuit de wet verantwoordelijk voor het onderhoud aan het schoolgebouw. 
Doel Het doel is het in stand houden van een veilig, functioneel en hygiënisch schoolgebouw, zodat de scholen hun onderwijsactiviteiten onder goede omstandigheden kunnen uitvoeren.
Beleid Voor scholencomplex De Essen bestaat een instandhoudingsplicht totdat de vervangende nieuwbouw van het scholencomplex plaatsvindt. Hiervoor is een onderhoudsplan opgesteld. Uitgangspunt is het voorkomen van achterstallig onderhoud en het handhaven van het vastgestelde onderhoudsniveau.
Uitvoering In het verslagjaar is noodzakelijk onderhoud uitgevoerd aan scholencomplex De Essen. We zorgen dat alles aan de normen voldoet en voeren onderhoud en keuringen uit aan diverse installaties. Daarnaast zijn waar nodig kleine herstelwerkzaamheden uitgevoerd.
Kwaliteit De onderhoudsstaat van het gebouw wordt periodiek beoordeeld aan de hand van technische inspecties. Het gebouw voldoet over het algemeen aan het vastgestelde onderhoudsniveau.
Planning/toekomst Het onderhoud voor de komende jaren wordt uitgevoerd conform het onderhoudsplan. 
 Budget De gemeente hanteert voor het onderhoud van scholencomplex De Essen een reserve. Onttrekkingen aan deze reserve vinden plaats op basis van de daadwerkelijk uitgevoerde onderhoudsuitgaven gedurende het verslagjaar. Voor 2025 is een onttrekking aan de reserve begroot van € 39.100.
 Confrontatie In 2025 is € 35.000 besteed aan het onderhoud van scholencomplex De Essen. De gerealiseerde onderhoudslasten zijn volledig onttrokken aan de reserve en blijven binnen de voor 2025 begrote onttrekking van € 39.100. 
Conclusie De staat van onderhoud van het schoolgebouw voldoet aan het vastgestelde kwaliteitsniveau. Er is geen sprake van structureel achterstallig onderhoud en het onderhoud kan binnen de beschikbare middelen worden uitgevoerd.

 

3.7.2.9 Overige gebouwen

Terug naar navigatie - 3.7.2 Realisatie - 3.7.2.9 Overige gebouwen
Product Onder het product overige gebouwen vallen alle gebouwen in eigendom van de gemeente, uitgezonderd schoolgebouwen.
 Doel Als eigenaar hebben we de verplichting voor een veilig te gebruiken gebouw en voldoen aan de wettelijke vereisten.
Beleid Het beheer en onderhoud van het maatschappelijk vastgoed (uitgezonderd schoolgebouwen) worden afgestemd op de situatie van het gebouw. Het huidige beleid voor beheer en onderhoud is gericht op een voortdurende instandhouding van ons vastgoedbezit. Wij hebben verplichtingen als eigenaar, verhuurder of exploitant. Gebouwen moeten veilig te gebruiken zijn en voldoen aan de wettelijke vereisten. Wij willen efficiënt met ons vastgoedbezit omgaan en zien vastgoedeigendom niet als een doel op zich. Door te zoeken naar optimalisatie in het gebruik verwachten we dat er de komende jaren gebouwen worden afgestoten of ingevuld worden met een andere functie om maatschappelijke doelstellingen te bereiken. 
 Uitvoering Al deze gebouwen worden jaarlijks geïnspecteerd. Indien nodig wordt daarbij externe expertise ingehuurd. De onderhoudsgegevens worden ingevoerd in een meerjarenprogramma. Uitgangspunt bij het onderhoud van onze gebouwen is ‘sober en doelmatig’. Tijdens de jaarlijkse inspectie wordt de noodzaak van het geplande onderhoud beoordeeld. Daar waar mogelijk worden werkzaamheden doorgeschoven naar volgende jaarschijven. Bewaakt wordt wel dat er geen kapitaalvernietiging optreedt door te laat preventief onderhoud. Vervanging van (installatie-)onderdelen vindt pas plaats als deze niet meer functioneren of als wordt verwacht dat ze op korte termijn gaan uitvallen. In de uitgangspunten van het gemeentelijk vastgoedbeleid is verwoord dat er bij vervanging wordt gekozen voor de meest duurzame en energiezuinige oplossing, mits er sprake is van een reële terugverdientijd. In 2022 is het gebouwenbeheerplan  vastgesteld en in 2024 geactualiseerd. 
Kwaliteit De gebouwen worden onderhouden op de afgesproken kwaliteit vallend binnen de termen sober en doelmatigheid.
Planning/toekomst Na vaststelling van het MJOP wordt er jaarlijks geïnspecteerd en gemuteerd. Het MJOP is leidend voor de noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden, passend binnen de uitgangspunten van het gemeentelijk vastgoedbeleid.
 Budget Met bovengenoemde uitgangspunten voor beheer wordt de Voorziening Gebouwenbeheerplan Overige Gebouwen, met de in deze programmabegroting geraamde dotaties voor de komende 10 jaar, voldoende gevoed. De jaarlijkse dotatie aan de voorziening bedraagt € 568.875. Het saldo van de Voorziening Gebouwenbeheersplan bedraagt per 1 januari 2026 € 2.145.249. 
 Confrontatie In 2025 is binnen de voorziening gerekend met een deelbudget van € 391.822. Totaal is er €  370.350  aan werkzaamheden uitgevoerd, een onderschrijding van € 21.472.
Conclusie De overige gebouwen voldoen aan de uitgangspunten zoals opgenomen in het gemeentelijk vastgoedbeleid en het budget was in 2025 afdoende om deze kwaliteit te behouden.

 

3.7.2.10 Sportaccommodaties

Terug naar navigatie - 3.7.2 Realisatie - 3.7.2.10 Sportaccommodaties

 

 

Product Onder het product sportaccommodaties vallen buiten en binnensport accommodaties.
Doel Ons doel is om álle inwoners te laten genieten van sport en beweging. Daarom investeren wij in sportaccommodaties en sportverenigingen
Beleid Wij willen er voor zorgen dat er voldoende en kwalitatief hoogwaardige binnen- en buitensportaccommodaties beschikbaar zijn en blijven voor vitale sportverenigingen. Dit omvat naast beheer ook de verdere ontwikkeling en verbetering van accommodaties. De visie op sport en bewegen is in 2016 vastgesteld. Er is een nieuwe tarievenstructuur vastgesteld. De buitensportverenigingen zijn zelf deels verantwoordelijk voor het uitvoeren van de servicewerkzaamheden. Verdere privatisering van de buitensportaccommodaties is nog niet in ontwikkeling. Naast de gedeeltelijke privatisering van werkzaamheden zijn ook ontwikkelingen in de sport van belang voor het toekomstige beheer van de sportaccommodaties. Zo neemt het meisjesvoetbal nog steeds een vlucht waar de accommodaties niet op ingericht zijn en het veranderen van het zondagvoetbal naar de zaterdag maakt de druk op de zaterdag extra groot op de verschillende accommodaties. Doelstelling is om de gevolgen per vereniging in kaart te brengen en voor te leggen. Synarchis heeft dit vooronderzoek uitgevoerd en in 2025 en 2026 worden de uitkomsten hiervan verwerkt in een harmonisatieonderzoek.
 Uitvoering Voor het uit te voeren beheer en onderhoud is het “Sportbeheerplan 2013” maatgevend. Dit plan is in 2020 geactualiseerd. De sportvelden (buitensport) worden eenmaal per vijf jaar door een externe organisatie uitgebreid kwalitatief beoordeeld. In 2023  is dit beheerplan opnieuw geactualiseerd. In het opgestelde rapport wordt, naast de advisering voor het reguliere beheer en onderhoud, speciale aandacht besteed aan geplande (vervangings-) investeringen in de nabije toekomst.  Deze investeringen zijn opgenomen in de Kadernota 2025. Daarnaast is begin 2025 een nieuwe contract afgesloten met de onderhoudspartij van de sportterreinen voor de komende 4 jaar.
Kwaliteit Voor het onderhoudsniveau van de buitensport accommodaties wordt aansluiting gezocht bij de onderhoudscriteria zoals deze door NOC*NSF, in samenwerking met de sportbonden, zijn geformuleerd.
Planning/toekomst In het jaar voorafgaande aan de investering zal worden beoordeeld of de technische levensduur langer is dan de economische levensduur en afhankelijk daarvan kan de vervangingsinvestering eventueel worden uitgesteld. De integrale afweging van (vervangings-)investeringen in de sport vindt jaarlijks plaats in de programmabegroting.
 Budget

In de begroting is voor elke sportaccommodatie afzonderlijk budget opgenomen voor het dagelijks en reguliere beheer en onderhoud alsmede kleine vervangingsinvesteringen.  De budgetten voor de schil (=vastgoed) van de binnen- en buitensportaccommodatie zijn ondergebracht in de Voorziening Gebouwenbeheerplan (zie Overige gebouwen).

Het budget voor onderhoud binnensportaccommodaties in 2025 bedraagt € 110.000
Realisatie onderhoud binnensport accommodaties 2025 bedraagt € 90.000

Het budget voor onderhoud buitensportaccommodaties 2025 bedraagt € 411.000
Realisatie onderhoud buitensportaccommodaties 2025 bedraagt € 386.000

Confrontatie In 2023 is het sportbeheerplan geactualiseerd. Dit beheerplan is richtinggevend voor het beheer en onderhoud van onze sportaccommodaties. Voor 2025 was het budget afdoende. De onder realisatie op het onderhoud buitensport accommodaties is toe te schrijven aan een optelsom van diverse kleinere meevallers.  
Conclusie  Voor 2025 was het budget afdoende. 

 

3.8 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicomanagement

Terug naar navigatie - - 3.8 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicomanagement

Bij het weerstandsvermogen gaat het om de relatie tussen weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen. Het gaat dus om de mate waarin de gemeente in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat direct het beleid gewijzigd moet worden. In de programmabegroting 2024 wordt gewerkt met een beschrijving van de risico’s en een koppeling met de beschikbare reserves (weerstandscapaciteit). Daarin zijn niet betrokken de verzekerde risico’s en de risico’s waarvoor een voorziening in het leven is geroepen. Bij het gemeentelijk grondbedrijf vindt de risicoberekening in verband met het complexe vakgebied separaat plaats in paragraaf 3.6.

Deze paragraaf heeft vooral als doel om ingeschatte risico’s zo goed mogelijk te kwantificeren en een relatie te leggen tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Op basis hiervan kan een uitspraak worden gedaan in hoeverre de gemeente Oldenzaal in staat is substantiële financiële tegenvallers op te vangen. Dat betekent niet dat er verder geen risico’s zijn. We staan daarnaast stil bij niet financieel kwantificeerbare risico’s en waar mogelijk nemen we maatregelen om de risico’s zoveel mogelijk te beperken.

Samenvatting
Conform de vastgestelde herziening reserves en voorzieningen 2020 inzake de norm van het weerstandsvermogen is het streven een weerstandsratio van 2;

  • De weerstandsratio is een indicator in hoeverre de gemeente Oldenzaal in staat is risico's op te vangen. De weerstandsratio bedraagt ultimo 2025 4,4 (begroot 3,7);
  • De berekende benodigde weerstandscapaciteit op de reguliere exploitatie is €4,2 miljoen (begroot €4,2 miljoen);
  • De berekende benodigde ondergrens weerstandscapaciteit voor de grondexploitaties is €3,3 miljoen (begroot €3,3 miljoen);
  • De beschikbare weerstandscapaciteit is ongeveer €33,2 miljoen (begroot €25,2 miljoen).

3.8.1 Beschikbare weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - - 3.8.1 Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen of mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om onverwachte, niet-begrote substantiële kosten te dekken. De structurele capaciteit is nodig om onverwachte tegenvallers in de begroting op te kunnen vangen zonder dat dit gevolgen heeft voor de voortzetting van gemeentelijke taken. De incidentele capaciteit is nodig om eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen. 

Onderstaande tabel geeft inzicht in de beschikbare reserves ter dekking van kosten uit mogelijke risico's:

Bedragen x € 1.000
Reserves
begroot 2025
realisatie 2025
Algemene reserve (algemene dienst)*
20.243
27.492
Algemene reserve grondexploitatie
4.971
5.713
Bestemmingsreserve (algemene dienst)
24.085
23.524
Bestemmingsreserve grondexploitatie
11.646
11.995
Stand per einde jaar
60.944
68.724
* de algemene reserve (algemene dienst) betreft de stand voor resultaatbestemming boekjaar 2025

Omvang algemene reserve

Terug naar navigatie - 3.8.1 Beschikbare weerstandscapaciteit - Omvang algemene reserve

De algemene reserve wordt gevormd door vermogensbestanddelen die nog geen bestemming hebben gekregen en in bedrijfseconomisch opzicht vrij aanwendbaar zijn. De algemene reserve vormt een buffer en is in die zin een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke weerstandscapaciteit.

In de op 25 maart 2020 door uw raad vastgestelde beleidsnotitie reserves en voorzieningen 2020 is het beleid met betrekking tot de gewenste (minimum)omvang van de algemene reserve aangepast. Sinds jaren was de gewenste minimumomvang 6,6% van de begrotingsomvang. Sinds de herziening wordt de norm gekoppeld aan de risico’s en wordt dit inzichtelijk gemaakt met behulp van de weerstandsratio.

3.8.2 Risicoparagraaf

Terug naar navigatie - - 3.8.2 Risicoparagraaf

3.8.2.1 Terugkijkend op begrote risico's

Terug naar navigatie - - 3.8.2.1 Terugkijkend op begrote risico's

Om een uitspraak te kunnen doen over de hoogte van de aan te houden reserves (de benodigde weerstandscapaciteit) zijn de risico’s beoordeeld in welke mate deze risico's zich hebben voorgedaan ten opzichte van hetgeen was begroot voor 2025. Bij de opmaak van de programmabegroting 2026 is de tabel met risico's geactualiseerd. 

Van alle risico’s is de volgende informatie verzameld en vastgesteld:
•    vaststellen van het risicoprofiel;
•    een inschatting van de kans van optreden;
•    een inschatting van de financiële gevolgen.

Op basis van de informatie uit de inventarisatie zijn de risico’s gekwantificeerd. Hierdoor is een uitspraak gedaan over de gewenste omvang van de algemene reserve die benodigd is ter dekking van de financiële gevolgen van de risico’s. 

In de onderstaande tabel is de omvang van de ingeschatte risico’s weergegeven. Bij kans wordt een inschatting gemaakt van hoe vaak zich dit risico zou kunnen voordoen. Een score van 1 betekent jaarlijks, een score van 0,5 betekent eens per twee jaar. Een score van 0,3 betekent dan 3 keer per 10 jaar en bij een score van 0,8 is de kans groter dan eens per 2 jaar, maar niet jaarlijks. Bij impact wordt een inschatting gemaakt van de financiële impact die het risico met zich mee brengt als het zich voordoet.

In de programmabegroting 2025 zijn onderstaande risico’s opgenomen. Onder de tabel wordt een nadere toelichting gegeven op of en in welke mate de risico’s zich daadwerkelijk hebben gemanifesteerd.

(bedragen x € 1)
Beschrijving van het risico
Kans
Impact
Risico
aantal / jaar
Schatting €
Effecten nieuw Twents inkoopmodel WMO en Jeugdzorg vallen tegen
0,5
€ 500.000
€ 250.000
Risico Informatiebeveiliging waaronder ‘gehackt worden’ (ransom).
0,1
€ 5.000.000
€ 500.000
Afrekening bodemsanering Ootmarsumsestraat met Provincie
0,5
€ 360.000
€ 180.000
Aanzuigende werking verlaging Eigen Bijdrage WMO
0,5
€ 300.000
€ 150.000
Onvoorspelbaarheid aantallen cliënten en typen zorg WMO & Jeugd
0,3
€ 500.000
€ 150.000
Doelstellingen uitvoering WSW blijken niet haalbaar
0,5
€ 300.000
€ 150.000
Renteontwikkeling (Incl. taakstelling treasury ambites en middelen in balans)
0,5
€ 500.000
€ 250.000
Inflatieontwikkeling
0,5
€ 500.000
€ 250.000
Prijsstijgingen realisatie IHP Onderwijs
0,5
€ 2.000.000
€ 1.000.000
Extreme weersomstandigheden
0,5
€ 250.000
€ 125.000
Meer cliënten vanuit het gedwongen kader GGZ rechtstreeks doorverwezen dan verwacht
0,3
€ 300.000
€ 90.000
Prijsstijgingen ten gevolge van AMvB Reële prijs Wmo 2015
0,5
€ 150.000
€ 75.000
Regeling Specifieke Uitkering Sport (SPUK)
0,5
€ 100.000
€ 50.000
Incidenten bij evenementen
0,1
€ 500.000
€ 50.000
Legesinkomsten (taakstelling ambities en middelen in balans)
0,5
€ 500.000
€ 250.000
Vastgoedportefeuille leegstand en huurderving
0,2
€ 200.000
€ 40.000
Risico AVG incident waaronder boete bij meldplicht datalekken
0,1
€ 500.000
€ 50.000
Gladheidbestrijding
0,3
€ 60.000
€ 18.000
Verbonden partijen
0,1
€ 100.000
€ 10.000
Nieuwe financieringssystematiek gemeentefonds
0,3
€ 2.000.000
€ 600.000
TOTAAL
€ 4.238.000
Terugkijkend op de programmabegroting 2025
Terug naar navigatie - 3.8.2.1 Terugkijkend op begrote risico's - Terugkijkend op de programmabegroting 2025

Effecten nieuw Twents inkoopmodel WMO en Jeugdzorg vallen tegen
Vanaf 1 januari 2025 werkt de gemeente met nieuwe regionale inkoopcontracten voor Jeugdhulp en onderdelen van de Wmo (begeleiding en dagbesteding). Verwacht werd dat dit mogelijk tot forse extra kosten zou leiden. In de Voorjaarsnota 2025 is hiervoor 1,3 miljoen extra budget voor de jeugd opgenomen o.b.v. een regionale impactanalyse. Hierbij is nadrukkelijk aangegeven dat er in deze regionale analyse noodgedwongen veel aannames zaten.

In de Najaarsnota 2025 is voor de uitgaven Jeugd aangegeven dat de verwachte groei van het aantal cliënten is uitgebleven; het aantal cliënten en indicaties is zelfs gedaald ten opzichte van 2024. Daarnaast zorgt het nieuwe inkoop- en ondersteuningsmodel voor lagere kosten, onder andere doordat woon- en verblijfskosten nu inclusief begeleiding zijn en er sprake is van tariefdifferentiatie. Ook wordt er door de 'toegang' scherper gestuurd op de omvang van indicaties en het lokale aanbod voor het beleidsveld Maatschappelijke Ondersteuning. Dit heeft tot een aframing geleid van €1.173.000.

Voor de WMO is in de Najaarsnota €294.000 bijgeraamd. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door hogere uitgaven voor huishoudelijke ondersteuning als gevolg van een hoger verzilvering en vergrijzing (overeenkomstig de landelijke trend).

Kortom, het risico van een negatief effect van het inkoopmodel heeft zich niet voorgedaan.

Risico informatiebeveiliging waaronder gehackt worden (ransom)
In 2025 is er actief gewerkt aan het vergroten van de bewustwording op het gebied van privacy en informatiebeveiliging. Dit is gedaan door middel van e-learning, intranetberichten, presentaties en phishingsimulaties. Medewerkers zijn hierbij ook geïnformeerd over hun verantwoordelijkheden bij de verwerking van persoonsgegevens, met specifieke aandacht voor het herkennen, melden en voorkomen van datalekken. Daarnaast wordt de ICT beheerd door de gemeente Hengelo en staat de gemeente Oldenzaal in nauw contact over de verdere verbetering en implementatie van technische maatregelen. Dit risico heeft zich in 2025 niet voorgedaan.

Afrekening bodemsanering Ootmarsumsestraat met Provincie
De aanvankelijke verwachting was dat een deel van kosten van de bodemsanering aan de Ootmarsumsestraat al in 2021/2022 zou worden afgerekend. Tot daadwerkelijke afrekening is het tot dusver nog niet gekomen. De berekening is complex mede vanwege de bedrijvenregeling bodemsanering. We lopen risico bij het opstellen van de afrekening en de kostenopstelling. De sanering en de uitvoering wordt ter beperking van dit risico al zoveel mogelijk kortgesloten met de Provincie. In 2025 heeft zich dit risico niet voorgedaan

Aanzuigende werking verlaging Eigen Bijdrage WMO
De invoering van het vaste abonnementstarief in 2022 leidde tot een grotere vraag naar Wmo-voorzieningen omdat de eigen bijdrage niet langer afhankelijk was van het inkomen.De laatste 2 jaar laten echter zien dat de geraamde omvang van de eigen bijdrage niet substantieel toeneemt, een indicatie dat de aanzuigende werking sterk is afgenomen

Onvoorspelbaarheid aantallen clienten en typen zorg WMO & Jeugd
Binnen het sociaal domein is de toename van het aantal cliënten bij de huishoudelijke ondersteuning, met afstand de grootste kostenpost, in lijn met de vergrijzing (2-2,5%). Bij de overige voorzieningen WMO is het beeld wisselend. De aantallen bij de Jeugd zijn afgenomen t.o.v. 2024. Dit is onverwacht, een nadere analyse moet uitwijzen of deze daling structureel is of bijvoorbeeld te maken heft met de opstart van het nieuwe Twentse inkoopmodel.

Doelstelling uitvoering WSW blijken niet haalbaar
Het resultaat op de Wsw kan positief worden beïnvloed door de Sw-medewerkers zo regulier mogelijk te laten werken via detachering of Begeleid Werken. Daardoor worden de kosten verlaagd en de opbrengsten verhoogd. Echter, de gemiddelde leeftijd van de Wsw-doelgroep stijgt en inherent daaraan nemen ook de beperkingen toe. Daardoor zijn Sw-medewerkers steeds vaker en meer aangewezen op een beschutte werkplek en is detacheren of Begeleid Werken steeds moeilijker haalbaar. Dit heeft een negatief effect op het resultaat.

Tegelijkertijd laat de rijksbijdrage de laatste jaren een stijgende trend zien doordat het macrobudget gelijk blijft bij een (landelijk) dalend aantal Wsw-ers. Dit heeft een positief effect op het gemeentelijk resultaat. Er is een risico dat het Rijk het macrobudget naar beneden bij stelt waardoor het resultaat verslechterd.

Renteontwikkeling (incl. taakstelling treasury Ambities en Middelen in Balans)
In 2025 bleef de ontwikkeling van de rente op de financiële markten overwegend rustig en stabiel. In het begin van het jaar verlaagde de Europese Centrale Bank de rente meerdere keren, waardoor deze dichter uitkwam bij het niveau dat de ECB als wenselijk ziet voor een stabiele prijsontwikkeling. Gedurende de rest van het jaar vonden er geen grote wijzigingen meer plaats in het rentebeleid en bleef de marktrente gelijkmatig bewegen. Omdat ook voor 2026 een stabiel rentebeeld wordt verwacht, blijft ons renterisico ongewijzigd.

Inflatieontwikkeling
De ECB-raming voor 2026 is dat de inflatie zich stabiliseert rond de 1,6% tot 1,9%. Dit ligt dicht bij of net iets onder de doelstelling van 2%. De Nederlandse inflatie ligt met een verwachte inflatie van 2,4% voor 2026 net wat hoger. De ontwikkeling van de inflatie is moeilijk te voorspellen. Wij monitoren de inflatie aan de hand van de gepubliceerde maatstaven door het CBS. We schatten de mogelijke impact van de inflatie in op €500.000 voor meer dan trendmatige inflatieontwikkelingen. We houden er rekening mee dat dit eens per twee jaar gebeurt. Dit leidt tot extra lasten/benodigde algemene reserve van €250.000.

Prijsstijgingen realisatie IHP Onderwijs
In 2025 is het Integraal Huisvestingsplan vastgesteld. De stichtingskosten van de voorzieningen (schoolgebouwen) zijn begroot op basis van de VNG Normvergoeding die jaarlijks geïndexeerd worden.  Bij het begroten van de kredieten voor het IHP wordt jaarlijks rekening gehouden met de BDB indexering. De vraag is of dit voldoende aansluit bij de indexering van de marktprijzen; ervaring leert dat de marktprijzen hoger zijn. Dit is en blijft een risico. In 2025  zijn er geen kosten geweest die effect hadden op het weerstandsvermogen van 2025. De kosten van de Franciscus zijn wel hoger uitgevallen maar dit is pas in januari 2026 meegenomen.

Extreme weersomstandigheden
In 2025 heeft Oldenzaal eindelijk weer een jaar zonder weersextremen gehad. Er waren geen uitschieters in te veel of te weinig water. Ook de hitte (en vorst) heeft geen overlast gegeven in 2025.

In 2025 is wel de nieuwe waterfoto van Oldenzaal opgeleverd. De systeemanalyse stedelijk water (SSW) heeft actueel inzicht gegeven in de kwetsbaarheden voor Oldenzaal bij extreme weersomstandigheden. Onder meer op basis van het SSW is gestart met het opstellen van een Water en Klimaatadaptatie Programma (WKP) 2026-2031. Hierin is de visie, het beleid en de voorgestelde maatregelen opgenomen voor de komende periode. Deze zal na de verkiezingen in 2026 worden vastgesteld door de gemeenteraad.

Meer clienten vanuit het gedwongen kader GGZ rechtstreeks doorverwezen dan verwacht
Het aantal cliënten vanuit het gedwongen kader GGZ is t.o.v. 2024 afgenomen, het risico heeft zich dus niet voorgedaan in 2025. Er moet nog meer ervaring worden opgedaan met het nieuwe inkoopmodel om te bepalen of dit (deels) te wijten is aan het nieuwe inkoopmodel of hier dat hier sprake is van een toevallige omstandigheid.

Prijsstijgingen ten gevolge van AMvB reële prijs WMO 2015
De algemene maatregel van bestuur reële prijs verplicht gemeenten om bij de inkoop van HO een tarief te hanteren dat in verhouding staat tot de kwaliteitseisen en de werkelijke kosten.

De grondslag voor het tarief 2025 HO betreft het uurtarief 2024 met indexatie. Hoewel dit in de praktijk kan leiden tot een kloof met de werkelijke loonkosten was juridisch gezien voor 2025 een aanpassing van het tarief niet noodzakelijk (voor 2026 is het tarief wel aangepast en is via de Kadernota 2026 extra budget gereserveerd).

Regeling Specifieke Uitkering Sport (SPUK)
De regeling is bedoeld om de ontwikkeling en instandhouding van sportaccommodaties en de aanschaf van sportmaterialen te stimuleren als deze btw-plichtig zijn, bijvoorbeeld: Verbouwingskosten van sportfaciliteiten, bijvoorbeeld de aanleg van een kunstgrasveld of de bouw van een sporthal. Indien er wordt overvraagd zullen gemeenten naar rato worden gekort op de subsidie. Dit risico heeft zich naar verwachting niet voorgedaan in 2025. De SPUK is op verschillende projecten volledig ontvangen en wordt na de jaarlijkse SISA-verantwoording definitief.

Incidenten bij evenementen
Er hebben zich in 2025 geen noemenswaardige incidenten voorgedaan met financiële gevolgen of risico’s bij de evenementen.

Legesinkomsten (taakstelling Ambities en middelen in Balans)
In de Kadernota / Begroting 2026 is geoordeeld dat deze bezuiniging (Ambities en Middelen in balans) nier realistisch is en zijn de legesinkomsten met 497K afgeraamd. Het risico is hiermee nihil en is in de programmabegroting 2026 niet meer opgenomen.

Vastgoedportefeuille leegstand en huurderving
In 2025 is er leegstand geweest in de locatie ‘Breedwijs‘. Betreft een tweetal lokalen waar in 2025 geen huurders voor gevonden zijn. Huurderving is, op basis van een huurtarief van €150,- per m2, €22.500,- op jaarbasis. Recent (2026) is er voor 1 lokaal een huurder gevonden. Er behoefde geen beroep gedaan te worden op het weerstandsvermogen.

Risico AVG incident waardoor boete bij meldplicht datalekken
In 2025 is er actief gewerkt aan het vergroten van de bewustwording op het gebied van privacy en informatiebeveiliging. Dit is gedaan door middel van e-learning, intranetberichten, presentaties en phishingsimulaties. Medewerkers zijn hierbij ook geïnformeerd over hun verantwoordelijkheden bij de verwerking van persoonsgegevens, met specifieke aandacht voor het herkennen, melden en voorkomen van datalekken. Daarnaast wordt de ICT beheerd door de gemeente Hengelo en staat de gemeente Oldenzaal in nauw contact over de verdere verbetering en implementatie van technische maatregelen. In 2025 hebben zicht geen meldingswaardige incidenten voorgedaan

Gladheidsbestrijding
Door de relatief zachte winter in 2025 hebben zich geen bijzondere risico’s voorgedaan bij de gladheidsbestrijding. De beschikbare middelen waren toereikend.

Verbonden Partijen
Het risico op mindere dividendinkomsten heeft zich in 2025 niet voorgedaan. De afname in 2024 van de dividendinkomsten van Enexis heeft zich niet doorgezet en heeft zich op het oude niveau hersteld.

Nieuwe financieringssystematiek gemeentefonds
In 2024 is de nieuwe financieringssystematiek gemeentefonds ingevoerd. Hiermee wordt de financiering gekoppeld aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (BBP) wat voor meer financiële stabiliteit moet zorgen en een verhoogde autonomie voor gemeenten. Vanaf 2026 sluiten we als Oldenzaal hier bij aan.

Het risico van deze nieuwe financieringssystematiek is nog moeilijk in te schatten. Het voorziene structurele tekort aan middelen wordt vooralsnog grotendeels incidenteel door het Rijk gecompenseerd door het Rijk. Dit is niet voldoende waardoor het doorvoeren van eventuele bezuinigingen boven de gemeenten blijft hangen. Het ravijnjaar 2026 is vooralsnog doorgeschoven naar 2028. In afwachting van de (financiële) gevolgen uit het coalitieakkoord van het nieuwe kabinet en het (financiële) effect daarop voor het gemeentefonds houden we vooralsnog rekening met een risico-inschatting gelijk aan 2024.

Op basis van de output in deze fase kan een gefundeerde keuze gemaakt worden betreffende de aan te houden reserves in relatie tot de geïdentificeerde risico’s uit het risicoprofiel. Hierbij dient een koppeling te worden gelegd met de beschikbare, vrij aanwendbare reserves.  

3.8.2.2 Grondexploitaties

Terug naar navigatie - - 3.8.2.2 Grondexploitaties

De omvang van de algemene risico’s voor het grondbedrijf is afhankelijk van de omvang van het onderhanden werk (hiervan wordt minimaal 1 en maximaal 2% opgenomen in de algemene reserve grondexploitatie) en de algemene risico’s die in de plannen worden gelopen. Het onderhanden werk is hierbij als volgt gedefinieerd:

  1. Positieve boekwaarden van grondexploitaties (negatieve boekwaarden vormen geen risico);
  2. De nog te maken kosten op grond van de vastgestelde grondexploitaties;
  3. De beschikbaar gestelde voorbereidingskredieten onder de MVA’s.

Om risico’s bij de grondexploitatie in beeld te brengen worden alle plannen nagelopen en worden de risico’s zoveel mogelijk gekwantificeerd. Daarnaast wordt gekeken naar de kans dat het risico zich voordoet. Project specifieke risico’s worden afgedekt in de grondexploitaties en algemene risico’s die voor het hele grondbedrijf gelden worden afgedekt in de algemene reserve grondexploitatie.

(bedragen x € 1)
Beschrijving van het risico
Kans (%)
Impact in €
Risico in €
Bodemonderzoeken en aanscherpingen bodemeisen
40
3.410.000
1.364.000
Retrospectieve beoordeling belastingdienst (BTW en BCF)
10
961.000
96.000
Retrospectieve beoordeling belastingdienst (Vpb)
20
4.876.000
975.000
Inbrengwaarde complexen na 2018 (Vpb)
30
21.262.000
6.379.000
Marktrisico’s
10
32.536.000
3.254.000
Conjunctuurrisico/ prijsrisico
10
33.148.000
3.315.000
Wijziging in wet- en regelgeving
5
6.460.000
323.000
Onvermijdelijk onderhoud bij huurcontracten
50
79.048
40.000
Stikstof en netcongestie
5
33.148.000
1.657.000
TOTAAL
135.881.000
17.403.000
Risicobeheer
Terug naar navigatie - 3.8.2.2 Grondexploitaties - Risicobeheer

Op basis van bovenstaande risico-inschatting wordt een ondergrens en de bovengrens van het risico bepaald.  Van bovenstaande totaal wordt (vermeerderd met een algemene risicobuffer voor de ondergrens van €500.000) 15% tot 30% meegenomen bij de bepaling van de omvang van de algemene reserve grondbedrijf omdat de risico’s zich naar verwachting niet allemaal (gelijktijdig) voor zullen doen. Onder andere de volgende aspecten worden hierbij betrokken: onverwachte bodem- en grondwatersaneringen, nieuwe wet- en regelgeving en prijs- en afzetrisico’s. De gehanteerde percentages zijn opgenomen in de nota grondbeleid.

Dit leidt tot een volgende onder- en bovengrens van de benodigde reserve: 

(bedragen x € 1)
Ondergrens
Omvang
Percentage
Saldo t.b.v. reserve
Onderhanden werk
24.572.000
1%
€ 246.000
Risicoparagraaf
17.403.000
15%
€ 2.610.000
Risicobuffer
€ 500.000
Totaal
€ 3.356.000
Bovengrens
Omvang
Percentage
Saldo t.b.v. reserve
Onderhanden werk
24.572.000
2%
€ 491.000
Risicoparagraaf
17.403.000
30%
€ 5.221.000
Totaal
€ 5.712.000

3.8.3 Ratio weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - - 3.8.3 Ratio weerstandsvermogen

De beschikbare weerstandscapaciteit moet minimaal gelijk zijn aan de benodigde weerstandscapaciteit om voldoende weerstand te kunnen bieden als de risico’s zich voordoen. De weerstandsratio dient minimaal 2 te zijn conform de herziening uit 2020.

De beschikbare weerstandscapaciteit voor 2025 bedraagt ultimo boekjaar €33.205.000. Dit saldo bestaat uit de stand per 1 januari 2026 van de algemene reserve (€27.492.000) en de stand per 1 januari 2026 van de algemene reserve grondexploitaties (€5.713.000).

De benodigde weerstandscapaciteit voor 2025 bedraagt ultimo boekjaar €7.594.000. Dit saldo bestaat uit de geïnventariseerde risico's voor concern (€4,2 miljoen) en de ondergrens van de algemene reserve grondexploitatie (€3,3 miljoen).

De ratio weerstandsvermogen wordt als volgt berekend: beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandscapaciteit

De ratio weerstandsvermogen 2025 = €33.205.000 / €7.594.000 = 4,4 (begroot 2025: 3,7)

De ratio is ruim voldoende om te voldoen aan de minimale ratio van 2.

3.8.4 Financiële kengetallen

Terug naar navigatie - - 3.8.4 Financiële kengetallen

Conform de voorschriften in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) worden in deze paragraaf een aantal verplichte kengetallen opgenomen. Deze kengetallen maken het gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van een gemeente en omdat de definities zijn vastgelegd in het BBV, zijn deze ook tussen gemeenten vergelijkbaar.

De kengetallen zijn gebaseerd op de balans en exploitatierekening 2025. Hieronder worden de uitkomsten van de berekening van de kengetallen gepresenteerd. Vervolgens volgt een beknopte beoordeling van de uitkomsten in relatie tot de financiële positie. 

Kengetallen
Jaarrekening 2024
Begroting 2025
Jaarrekening 2025
Netto schuldquote
15%
46%
14%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
21%
41%
15%
Solvabiliteitsratio
52%
50%
54%
Structurele exploitatieruimte
0%
3%
0%
Grondexploitatie
1%
22%
0%
Belastingcapaciteit
99%
96%
98%

Toelichting

Terug naar navigatie - 3.8.4 Financiële kengetallen - Toelichting

Netto schuldquote
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Voor de quote geldt hoe lager, hoe beter.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
De netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen geeft aan of de gemeente in staat is de schulden terug te betalen waarvoor zij volledig zelf aan de lat staat. Ook voor deze quote geldt hoe lager, hoe beter.

Solvabiliteitsratio
Solvabiliteit geeft de mate aan waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt berekend op basis van het eigen vermogen en de bezittingen van de gemeente. Voor deze ratio geldt hoe hoger, hoe beter.

Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, door de structurele baten en structurele lasten te vergelijken met de totale baten. Hiervoor geldt hoe hoger, hoe beter.

Grondexploitatie
Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.

Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid. Het maakt daarbij inzichtelijk hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde. Voor dit kengetal geldt hoe lager, hoe beter.

Conclusie
De diverse kengetallen met betrekking tot de schuldpositie laten een positieve ontwikkeling zien en geven dus geen aanleiding om het financieel beleid aan te passen.

3.9 Paragraaf Taakstellingen

Terug naar navigatie - - 3.9 Paragraaf Taakstellingen

Bij de presentatie van de Programmabegroting 2021 werd duidelijk dat de financiële positie van de gemeente Oldenzaal noodzaakte tot het doorvoeren van een pakket van bezuinigingsmaatregelen. In het kader van deze ‘ombuigingsoperatie’ werden bij de programmabegroting 2021 onderstaande taakstellingen opgenomen:

•    voor 2021 € 2.070.000
•    voor 2022 € 2.526.000
•    voor 2023 € 2.781.000
•    voor 2024 € 2.786.000

Bij vaststelling van de jaarrekening 2024 resteerde per saldo nog drie te realiseren taakstellingen voor een totaal van € 202.838.  In 2025 hebben er geen mutaties op de taakstellingen plaatsgevonden. 

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de actuele stand van zaken van de ombuigingen per 31 december 2025.

Bedragen x 1.000
TOTAAL TE REALISEREN OMBUIGINGEN
2025
2026
2027
2028
SALDO
-1.319.795
-1.319.795
-1.319.795
-1.319.795
GEREALISEERDE OMBUIGINGEN 2021-2024
Verwerken ombuigingen sociaal domein 2023 e.v. (INTB-22-07505)
827.427
827.427
827.427
827.427
OMB: Samenwerking zoeken Buitenbeheer (Najaarsnota 2022)
200.000
200.000
200.000
200.000
OMB 2021: Accountmanagers en andere coaches (Najaarsnota 2022)
20.000
20.000
20.000
20.000
OMB: Organisatie (Najaarsnota 2022)
63.943
63.943
63.943
63.943
OMB 2021: Algemene taakstelling (vastgoed) *
5.587
5.587
5.587
5.587
TOTAAL NOG TE REALISEREN OMBUIGINGEN PER 1-1-2025
-202.838
-202.838
-202.838
-202.838
OMB 2021: Algemene taakstelling (vastgoed) *
-144.413
-144.413
-144.413
-144.413
OMB 2021: Verbonden partijen
-30.000
-30.000
-30.000
-30.000
OMB: Organisatie (Najaarsnota 2022)
-28.425
-28.425
-28.425
-28.425
GEREALISEERDE OMBUIGINGEN 2025
OMB 2021: Algemene taakstelling (vastgoed) *
0
0
0
0
OMB 2021: Verbonden partijen
0
0
0
0
OMB: Organisatie (Najaarsnota 2022)
0
0
0
0
TOTAAL NOG TE REALISEREN OMBUIGINGEN 31-12-2025
-202.838
-202.838
-202.838
-202.838
OMB 2021: Algemene taakstelling (vastgoed) *
-144.413
-144.413
-144.413
-144.413
OMB 2021: Verbonden partijen
-30.000
-30.000
-30.000
-30.000
OMB: Organisatie (Najaarsnota 2022)
-28.425
-28.425
-28.425
-28.425